RaboResearch - Economisch Onderzoek

De twee gezichten van de arbeidsmarkt

Economisch commentaar

Delen:

Verschenen als column in het Reformatorisch Dagblad, 23 december 2017

Steeds meer werkgevers hebben moeite personeel te vinden. Een op de zes ondernemers geeft aan dat het gebrek aan arbeidskrachten hun grootste belemmering is. En ook in de zorg en het onderwijs ontstaan ernstige personeelstekorten. Dat leidt tot een extra hoge werkdruk en daarmee tot stress en frustratie.

Tegelijkertijd is er een groep mensen die juist dolgraag aan de slag wil. Hoewel de werkloosheid daalt, is deze groep nog altijd een stuk groter dan voor de crisis. In november waren 397.000 mensen officieel werkloos. Dit zijn mensen die zoeken naar werk én direct beschikbaar zijn. Daarnaast is er een groep van 263.000 mensen die wel beschikbaar is, maar niet (meer) zoekt, bijvoorbeeld omdat solliciteren alleen maar afwijzingen oplevert. En ook dat leidt tot stress en frustratie. Tenslotte is er nog een groep van 162.000 mensen die wel zoekt maar niet per direct beschikbaar is, bijvoorbeeld in verband met studie. In totaal zitten er dus 822.000 mensen op de reservebank. Om u een beeld te geven: dat is bijna het totale inwonertal van Amsterdam.

Deze twee trends lijken nauwelijks te rijmen. Een deel van de verklaring is dat de arbeidsschaarste sterk varieert tussen sectoren en beroepsgroepen. Van een algeheel tekort aan arbeid is nog geen sprake. Uit een enquête van het UWV blijkt dat werkgevers wel meer moeite moeten doen, maar door harder te zoeken vaak alsnog iemand met het gewenste profiel kunnen vinden. Minder dan 10 procent van de werkgevers spant zich extra in door zelf mensen op te leiden of de functie-eisen of arbeidsvoorwaarden aan te passen. Maar dat kan de komende jaren veranderen. Mijn collega’s verwachten dat de werkloosheid voorlopig blijft dalen, van gemiddeld 4,9 procent in 2017 naar 4,2 procent in 2018 en 3,8 procent in 2019. En dat is uitstekend nieuws, vooral voor degenen die op het voorste puntje van de reservebank zitten.

De reservebank kent namelijk een strikte hiërarchie. Die wordt niet alleen bepaald door opleiding en relevante werkervaring, maar ook door persoonskenmerken. Als zich veel sollicitanten melden, hebben veel werkgevers een duidelijke voorkeur voor autochtone en relatief jonge mannen, al zullen ze dat meestal niet uitspreken. Maar de cijfers spreken boekdelen: de werkloosheid onder vrouwen, allochtonen en ouderen ligt structureel hele procentpunten boven die van jongere mannen, niet alleen in Nederland maar ook in de ons omringende landen. De werkloosheid ligt in Nederland structureel het laagst onder autochtone mannen tussen de 35 en 45 jaar (figuur 1). Kijken we naar de langdurige werkloosheid (niet afgebeeld), dan ligt deze het laagst onder iets jongere mannen, tussen de 25 en 35 jaar.

Figuur 1: Grote verschillen in werkloosheid naar leeftijd en herkomst
Figuur 1: Grote verschillen in werkloosheid naar leeftijd en herkomstBron: CBS

Vergeleken met deze twee groepen ligt het werkloosheidspercentage van 55-plussers bijna 3 procentpunt hoger. Onder allochtonen ligt de werkloosheid zelfs zo’n 5 procentpunt hoger dan onder autochtone Nederlanders. Opvallend, want uit nader onderzoek onder mbo- en hbo-schoolverlaters blijkt dat verschillen in werkloosheid tussen allochtone en autochtone jongvolwassenen nauwelijks kunnen worden verklaard uit de studiekeuze. En terwijl de relatieve achterstand van vrouwen steeds kleiner wordt, is die van ouderen en allochtonen nog fors. En nóg verder achteraan, op vrijwel het verste hoekje van de reservebank, bevinden zich mensen met een arbeidsbeperking.

Wie op de achterste helft van de reservebank zit, zal waarschijnlijk weinig merken van de aantrekkende economie. Om ook deze groep een kans te geven, is gericht beleid nodig. De Wet Banenafspraak, gericht op mensen met een arbeidsbeperking, is daar een voorbeeld van. Ook willen de regeringspartijen een groep van 12.500 oudere werklozen met weinig perspectief een scholingsvergoeding tot een bedrag van 2.500 euro aanbieden. Dit biedt nieuwe hoop voor degenen die binnen deze doelgroep vallen.

Maar uiteindelijk zijn het de werkgevers die het aanzicht van de arbeidsmarkt in 2018 bepalen. Bij een krapper wordende arbeidsmarkt doen zij er goed aan om met een bredere blik te kijken naar het beschikbare arbeidspotentieel. Door niet alleen te zoeken naar mensen die precies hetzelfde kunstje al eens hebben uitgevoerd bij een andere werkgever, maar door ook te kijken naar mensen met een afwijkend carrièrepad en hen zo nodig zelf op te leiden. Door mensen met een bepaalde leeftijd of achternaam niet bij voorbaat uit te sluiten. En door functies te splitsen zodat ze bereikbaar worden voor iemand met een beperking. Onder druk worden hopelijk ook de meest rigide functie-eisen weer een beetje vloeibaar.

 

Bronnen

Algemeen Dagblad (2017), Bonus voor omscholing oudere kansloze werklozen, december.

RaboResearch (2017), Arbeidsschaarste – krapte op komst in veel Nederlandse sectoren, december.

RaboResearch (2017), Visie op 2018: nieuw kabinet zorgt voor economie onder hoogspanning, december.

RaboResearch (2017), Overheid vertilt zich aan banenafspraak, juli.

ROA - Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (2016), Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2015, juli.

Delen:
Auteur(s)
Leontine Treur
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 67084
Rita Bhageloe-Datadin
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven