RaboResearch - Economisch Onderzoek

Optimisme als burgerplicht

Column

Delen:

Met de nare nasmaak van de Brexit-stem, de verkiezing van Trump en het aftreden van de Italiaanse premier Renzi nog in de mond begon 2017 buitengewoon guur. Woorden als populisme en maatschappelijk onbehagen waren schering en inslag in de media en op social media luchtten de boze en bokkige burgers hun hart of lieten ze hun onderbuik spreken. Ondanks dat de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland een minder populistische uitslag gaven dan gevreesd, bleef de sfeer in de media en ook op social media heel 2017 guur. Voor een genuanceerd en laat staan een optimistisch beeld was weinig plaats.

Op de valreep van 2017 gaf het Sociaal en Cultureel Planbureau wel een genuanceerd en hoopvol beeld. De publicatie ‘De sociale staat van Nederland’ toont met vele statistieken aan dat ‘vroeger niet alles beter was’. Sterker nog: heel veel gaat nu beter dan in 1990. Wie geen zin heeft om een dik rapport te lezen, kan al prettig gestemd raken van het persbericht. “De kwaliteit van leven van Nederlanders is de afgelopen 25 jaar beter geworden. Sinds 1990 is de levensverwachting sterk toegenomen, evenals het opleidingsniveau, de arbeidsparticipatie en het besteedbaar inkomen. De criminaliteit is afgenomen, de woningen zijn van een betere kwaliteit, meer Nederlanders sporten en we gaan vaker op vakantie.” En wie even doorleest, weet dat men positiever is geworden over immigranten en dat de maatschappelijke inzet en betrokkenheid van Nederlanders niet is afgenomen.

Menig krantenlezer en talkshowkijker had dat niet verwacht, want het beeld dat dagelijks in de media opdoemt is een stuk negatiever. Om over het beeld dat op social media opdoemt maar niet te spreken. Een kleine groep hard schreeuwende mensen schetst een te negatief beeld. In contact met de media merk ik dat slecht nieuws beter scoort en dat een pessimistische of mopperende houding gewaardeerd wordt. Op feiten gebaseerd optimisme scoort veel minder en wordt al snel als onnozel gezien.

Het is tijd voor een tegengeluid. Dat wil niet zeggen dat de hardnekkige problemen en ongelijkheden die Nederland wel degelijk kent, ontkend moeten worden. Het betekent wel dat feiten weer de basis van het nieuws dienen te zijn. En ja die vertellen soms ook een zorgwekkend verhaal. Zo maak ik me – tegen de achtergrond van het grotere verschil tussen laag- en hoogopgeleiden – zorgen over de toenemende kansongelijkheid in onderwijs. Onderwijs is juist de belangrijkste manier om mensen met een verschillende achtergrond meer gelijke kansen te geven. Als dat mechanisme niet werkt, zet dat een bijl aan de wortel van de sociale staat van Nederland. Daar moeten en kunnen we iets aan doen.

Tegelijk vertellen de feiten vaker een mooi verhaal dan nu gedacht. Zo staat Nederland steeds hoog in ranglijsten met gelukmakende dingen. Tuurlijk, er zijn ook lijstjes waarin Nederland nog niet goed genoeg scoort. En niet iedereen zal zich herkennen in deze lijstjes die uitgaan van het gemiddelde beeld. En ik weet ook dat de feiten die deze lijstjes ondersteunen niet iedereen kunnen overtuigen. Maar laten we het toch eens met zijn allen proberen. Kijken naar het vele wat goed gaat in plaats van te focussen op wat nog niet goed genoeg of zelfs slecht is. Optimisme is een burgerplicht, en anno 2018 is daar ook veel reden toe.

Delen:
Auteur(s)
Barbara Baarsma
Directievoorzitter Rabobank Amsterdam en voormalig directeur Kennisontwikkeling bij Rabobank Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven