RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wereldwijde economische groei biedt nieuwe exportkansen voor Nederlandse bedrijven

Themabericht

Delen:
  • Aan de hand van een handelsmodel bekijken we de belangrijkste factoren voor succesvolle handel
  • Nederlandse ondernemers laten zich niet afschrikken door taal- en handelsbarrières of risico’s
  • In plaats daarvan tellen vooral omvang, afstand en ontwikkeling van de infrastructuur
  • Een simpel model laat zien dat de economische groei van onze handelspartners in het verleden heeft geleid tot meer export vanuit Nederland naar die landen
  • Op basis van geraamde groei zijn er volop kansen voor Nederlandse exporteurs
  • Er liggen nog steeds kansen in omringende landen
  • Buiten Europa bieden vooral China, de VS, Turkije, Rusland, Nigeria, de Verenigde Arabische Emiraten, Brazilië en India kansen

Veel inkomen en banen te danken aan export

Met alle ontwikkelingen van de laatste tijd lijkt de globalisering wat op zijn retour. Multinationals vallen steeds vaker terug op hun thuismarkt en de groei van de wereldhandel stagneert. Daarbij stuiten veel handelsakkoorden op verzet: de initiële weigering van Wallonië om CETA te ratificeren, het verzet in Europa tegen TTIP, de terugtrekking van de VS uit TPP en de heronderhandeling van NAFTA [1]. Toch liggen er volop kansen voor bedrijven om in het buitenland hun boterham te verdienen.

Internationale handel is de Nederlandse ondernemer uiteraard niet vreemd. In 2016 exporteerden Nederlandse bedrijven voor 425 miljard euro aan goederen. De export is goed voor 31,5 procent van ons bbp. In 2015 hadden we nog 2,2 miljoen banen aan de export te danken. Twee derde van deze banen zit direct in exporterende sectoren; toeleveranciers, transporteurs en zakelijke dienstverlening zijn goed voor nog een derde. Daarmee is de export essentieel voor het verdienvermogen van Nederland en de omzet van Nederlandse exporteurs.

Waar in de wereld liggen dan de kansen voor Nederlandse exporteurs? Om die vraag te beantwoorden, gebruiken we twee modellen om te kijken hoe de vraag naar Nederlandse producten zich zou kunnen ontwikkelen. Het eerste model kijkt naar welke factoren relevant zijn voor export en het tweede model gebruiken we om de kansen tot 2022 te kwantificeren.

Figuur 1: Nederlandse export naar de wereld
Figuur 1: Nederlandse export naar de wereldBron: IMF

Welke typen landen zijn interessant voor Nederlandse exporteurs?

Om de verklarende factoren achter handel te schatten, gebruiken we een zwaartekrachtmodel (gravity model). Uit de economische literatuur blijkt dat de export naar een bepaald land hoofdzakelijk wordt gedreven door de afstand tussen de twee landen en de omvang van de economie van het importerende land. Wij hebben een dergelijk model geschat met daarbij een aantal contextuele variabelen en daaruit trekken we twee belangrijke conclusies:

  1. Wat we zien is dat de afstand tot de handelspartner (figuur 2), het bbp van de handelspartner (figuur 3), of een land wel of niet aan zee ligt, en de logistieke performance (figuur 4) van grote invloed zijn op de exportstroom vanuit Nederland naar de handelspartner.
  2. Interessanter nog zijn wellicht de factoren die niet significant zijn. Of een land Engelstalig is, en politieke, operationele (figuur 5) en veiligheidsrisico’s zijn niet van belang voor Nederlandse export naar dat land.
Figuur 2: Relatie afstand en export
Figuur 2: Relatie afstand en exportBron: CEP II, IMF, Rabobank
Figuur 3: Relatie bbp en export
Figuur 3: Relatie bbp en exportBron: IMF, Rabobank
Figuur 4: Relatie infrastructuur en export
Figuur 4: Relatie infrastructuur en exportBron: Wereldbank, IMF, Rabobank
Figuur 5: Relatie operationeel risico en export
Figuur 5: Relatie operationeel risico en exportBron: BMI, IMF, Rabobank

Op basis van deze analyse zou je kunnen concluderen dat landen die voor de Nederlandse export belangrijk zijn moeten voldoen aan de volgende criteria: grote economie, dichtbij, en met goede infrastructuur en havens. Allerhande risico’s[2], handelsbarrières en taalbarrières hebben geen aantoonbaar effect in ons model. Voor een uitgebreidere bespreking van het model, zie de technische appendix.

Hoe belangrijk zijn landen ten opzichte van elkaar?

De meeste factoren die van belang zijn voor de export veranderen niet op jaarbasis; alleen de omvang van de economie verandert voortdurend. Om te kijken hoe de vraag naar Nederlandse producten zich zal ontwikkelen, schatten we een ander model dat ingaat op de verandering van de export. In dit model schatten we hoe de verandering van het bbp van handelspartners leidt tot een verandering in de export vanuit Nederland naar dat land. De details van deze schatting zijn opgenomen in de statische appendix. Figuur 6 laat zien waar in de wereld de economische groei het hardst zal zijn volgens verwachtingen van de Economist Intelligtence Unit (EIU). De kleur van de bol duidt het gemiddelde groeipercentage in de periode 2018-2022 aan, terwijl de bolgrootte met de omvang van de economie correspondeert. Onze nabije handelspartners zijn grote Europese economieën die relatief traag groeien. De VS groeien als grote handelspartner wat sneller. Voor echt hoge groei moeten we buiten de ontwikkelde landen zijn, zoals in China of India. Andere Aziatische en ook Afrikaanse landen groeien ook hard, maar leggen door hun relatief kleine economieën minder gewicht in de schaal. Een van de weinige landen waar negatieve groei wordt verwacht, is Venezuela.

Figuur 6: Economische groei in de wereld
Figuur 6: Economische groei in de wereldBron: IMF, Rabobank

De mate waarin Nederlandse exporteurs kunnen profiteren van economische groei verschilt per land en hangt uiteraard samen met de factoren die we eerder hebben besproken, zoals afstand en infrastructuur. In het tweede model dat we schatten houden we daarmee rekening door de manier van schatten. Het model kan vervolgens een indicatie geven van hoe de vraag naar Nederlandse producten groter wordt aan hand van de verwachte toename in bbp in de jaren 2018-2022. De grootste kansen, uitgedrukt in euro’s, liggen in omringende landen. Buiten Europa bieden vooral China, de VS, Turkije, Rusland, Nigeria, de Verenigde Arabische Emiraten, Brazilië en India de grootste kansen, op basis van de toename van hun economie in de komende jaren. Opmerkelijk is ook dat China zeer hoog op het lijstje staat, ondanks de grote afstand tussen Nederland en China. In potentie is China zelfs belangrijker dan de VS voor de exportgroei van Nederland.

Tabel 1: Top 30 sterkst groeiende exportbestemmingen voor Nederland
Tabel 1: Top 30 sterkst groeiende exportbestemmingen voor NederlandBron: EIU, Rabobank

Conclusie

Deze studie kijkt hoe historische handelspatronen handvatten kunnen bieden voor exporterende Nederlandse ondernemers. De modellen die we hebben gebruikt om dit te onderzoeken geven ons twee belangrijke conclusies:

  • De grootste kansen liggen doorgaans dichtbij omdat afstand een belangrijke handelsbarrière vormt voor Nederlandse exporteurs.
  • Buiten Europa zijn er echter zeker grote kansen door economische groei van onze handelspartners en naast de ‘usual suspects’ zoals de VS doen ondernemers er goed aan om China, Turkije, Rusland, Nigeria, de Verenigde Arabische Emiraten, Brazilië en India in de gaten te houden.

Voetnoten

[1] De EU werkt overigens wel aan vernieuwing van handelsverdragen met Canada, Mexico en Japan.

[2] Uiteraard is het voor een individuele ondernemer wel van belang om risico’s goed in te schatten. Een van de redenen waarom risico’s geen overweging lijken te zijn voor ondernemers is de mogelijkheid om risico’s te laten verzekeren door documentaire kredieten of verzekeringspolissen van commerciële verzekeraars dan wel Atradius Dutch state business.

[3] Het model dat we hier gebruiken, heet een naive gravity model (Head & Mayer, 2013), omdat het aanneemt dat de handelskosten tussen alle paren van landen gelijk zijn.

Technische appendix

Tabel 2 laat de verschillende specificaties van ons zwaartekrachtmodel[3] zien. We starten met een zo simpel mogelijk model in specificatie 1 en 2 voor een doorsnee van landen. In specificatie 3 schatten we een panel met fixed effects. De Hausman-test wijst uit dat we gebruik mogen maken van random effects, wat als voordeel heeft dat we ook statische variabelen als afstand mee kunnen nemen in het model.

Wat opvalt, is dat de uitkomsten van de verschillende modellen behoorlijk stabiel zijn. Het effect van bbp zwakt wat af in een panel, wat suggereert dat exporteurs even tijd nodig hebben om de kansen van een hoger bbp te grijpen. De coëfficiënt op afstand verschilt daarentegen nauwelijks tussen de verschillende specificaties.

In de tabel wordt significantie aangeduid met sterretjes: met minimaal 95 procent zekerheid (**) of 99 procent zekerheid (***) kan worden aangenomen dat een variabele de export naar dat land beïnvloedt. We zien dat afstand tot de handelspartner, bbp van de handelspartner, of een land wel aan zee ligt, openheid en logistieke performance zeer significant zijn.

Tabel 2: Zwaartekrachtmodel Nederlandse export
Tabel 2: Zwaartekrachtmodel Nederlandse exportBron: EIU, CEP II, Wereldbank, BMI, Rabobank
Tabel 3: Toename van bbp handelspartners leidt tot meer export vanuit Nederland 2010-2016
Tabel 3: Toename van bbp handelspartners leidt tot meer export vanuit Nederland 2010-2016Bron: EIU, CEPII, Rabobank

Tabel 3 toont het tweede model dat we hebben geschat. Dit model verklaart toename/afname van export (in logaritme) uit de toename/afname van bbp van de desbetreffende handelspartner (in logaritme). Omdat aan beide kanten logaritmen staan, kunnen we de coëfficiënten interpreteren als elasticiteit. Met andere woorden: als de verandering van bbp met 1 procent groeit dan groeit de Nederlandse export volgens de eerste specificatie 0,931 procent mee. Specificatie 2 is uitgebreid met een interactieterm die afstand en toename in het bbp meeneemt. Deze interactieterm is niet significant. Specificatie 3 neemt twee vertragingen van de toename in bbp op, om te modelleren dat het wellicht tijd kost voor exporteurs om kansen van hogere groei te grijpen. We zien dat dit de voorspellende kracht van het model enigszins verbetert en elasticiteit van de groei in het eerste jaar enigszins vermindert. De algehele elasticiteit gaat echter omhoog. Dit model hebben we gebruikt in het berekenen van kansen voor Nederlandse export.

Referenties

Head, K., & Mayer, T. (2013). Gravity equations: Workhorse, toolkit, and cookbook.

Mayer, T. & Zignago, S. (2011) Notes on CEPII’s distances measures : the GeoDist Database CEPII Working Paper 2011-25.

The Economist (2017, januari). The multinational company is in trouble.

Delen:
Auteur(s)

naar boven