RaboResearch - Economisch Onderzoek

Duitsland: grote coalitie biedt continuïteit, met grotere onzekerheid

Themabericht

Delen:
  • Na viereneenhalve maand onderhandelen ligt er een regeerakkoord voor een nieuwe Grote Coalitie tussen CDU/CSU en SPD
  • Indien de leden van de SPD voor 4 maart akkoord gaan, staat de nieuwe regering er binnen een paar weken
  • Het regeerakkoord bevat vooral continuïteit op economisch gebied: de regering geeft iets meer uit aan dezelfde belangengroepen als voorheen, met het risico procyclisch te werken
  • Het akkoord biedt ruimte voor onderhandelingen met Frankrijk voor verdere Europese integratie. Het komende half jaar is cruciaal voor de uitwerking hiervan

Viereneenhalve maand na de federale verkiezingen is er een regeerakkoord tussen CDU/CSU en SPD voor een nieuwe Grote Coalitie (GroKo op z’n Duits). Het voor Duitse begrippen lange proces duidt er al op dat de formatie een zware bevalling was voor de betrokken partijen. Martin Schulz leidde de SPD gedurende de onderhandelingen en is voornemens het stokje door te geven aan de jongere Andrea Nahles. Hij had voor zichzelf de positie als minister van Buitenlandse Zaken in de nieuwe regering onderhandeld. Maar door interne strubbelingen en kritiek uit zijn eigen partij ziet hij dit nu aan zijn neus voorbij gaan. De interne chaos die er in de SPD lijkt te heersen, maakt de uitkomst van de cruciale stemming onder leden over het nieuwe regeerakkoord spannend en deels onvoorspelbaar. De uitslag hiervan wordt verwacht op 4 maart. Bij een (naar verwachting) positieve uitslag kan de nieuwe regeringsploeg voor Pasen (1 april) aan de slag.

Ook uit de hoek van CDU klinkt kritiek op het akkoord en de houding van Merkel. Zij zou teveel concessies hebben gedaan aan SPD (en CSU) en te weinig ruimte laten voor haar aanstaande opvolging door aan te kondigen dat ze tot in elk geval oktober 2021 (het einde van de nieuwe regeerperiode) door wil gaan. Volgens een computeranalyse van de Duitse pers bestaat 70 procent van het regeerakkoord uit SPD-teksten. Met name het machtige ministerie van Financiën onderbrengen bij de SPD doet pijn. Toch valt onder die nieuwe minister en vicekanselier, huidig burgemeester van Hamburg Olaf Scholz, geen ingrijpende koerswijziging te verwachten. Hij komt uit de rechterflank van de SPD en heeft zich bovendien gecommitteerd aan het beleid van begrotingsevenwicht van zijn voorganger Schäuble en zal dus niet ineens de Duitse geldkraan open draaien.

Europa: continuïteit boven verandering, openingen voor hervorming

Europa figureert prominent in het regeerakkoord. Het is het openingshoofdstuk met de titel “Een nieuw vertrekpunt voor Europa!” en telt vijf pagina’s. Toch schept het een beeld van meer continuïteit dan verandering en blijft de tekst vaag. De begrotingsregels van de EU worden geprezen, de bijdrage van Duitsland aan het EU-budget neemt toe (wat toch al onvermijdelijk wordt na Brexit) en de Bondsdag blijft een beslissende stem houden in het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) (dit gaat dus vooralsnog niet verder als onafhankelijke internationale organisatie of als onderdeel van de Europese Commissie). Ook wordt er gesproken over een geleidelijke en beperkte overdracht van bevoegdheden naar het Europees Parlement. Hete hangijzers als de voltooiing van de bankenunie met een Europees depositogarantiestelsel en een aparte eurozonebegroting blijven onbenoemd.

Significant is het voornemen te streven naar een gemeenschappelijke Europese basis voor vennootschapsbelasting en daarbij een minimumtarief in te voeren. Iets wat wij eerder ook als mogelijke oplossing hebben genoemd voor de internationale tendens naar lagere vpb-tarieven. Dit zal op verzet stuiten van lidstaten als Ierland en Nederland. Verder bepleit het akkoord een nauwe samenwerking met de Franse president Macron op gebieden als defensie en immigratie en omvorming van het ESM naar een Europees Monetair Fonds (EMF), geankerd in Europese wetgeving (oftewel een nieuw Europees verdrag). Al met al bevat de tekst een handreiking naar en opening voor Macron, maar op dit moment niet veel meer. Het is zeker geen eerste stap naar een transfer-unie, in tegenstelling tot wat veel conservatieve Duitse commentatoren menen omdat er geen ‘red lines’ in de tekst staan. De SPD-top is zich ervan bewust dat het merendeel van de Duitsers, inclusief hun eigen leden, daar niet aan wil. De nieuwe Duitse minister van Financiën zal waarschijnlijk een minder strenge toon aanslaan naar Zuid-Europa dan zijn voorganger. Maar dat is slechts een verandering in stijl; qua (internationale) economische opvattingen verschilt hij nauwelijks van Merkel.

Binnenlands: ook meer van hetzelfde, met wat meer uitgaven

Ook bij het voorgenomen beleid voor de Duitse economie beklijft het beeld van continuïteit zonder vernieuwing. Het begrotingsoverschot (momenteel zo’n € 50 miljard) wordt uitgedeeld aan de reeds bekende belanghebbenden: hogere kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en pensioenen. Daarnaast komen er beperkte investeringen in infrastructuur en defensie en een belofte van een recht op een betrouwbare internetconnectie in 2025. Op het gebied van immigratie heeft vooral de CDU/CSU haar zin gekregen. Er komt een jaarlijkse limiet op het aantal inkomende vluchtelingen van rond de 200.000 en een beperkt(er) herenigingsrecht voor families. De SPD komt aan haar trekken met een beperking op flex-contracten bij bedrijven en een onderzoek naar de verschillen tussen private en publieke zorgverzekeringen. In Duitsland geldt voor zorgverzekeringen nog een soort systeem zoals wij dat kennen uit de jaren negentig met een publiek ‘ziekenfonds’ (met wachtlijsten) en particuliere verzekeringen.

Al met al heeft het voorgenomen economische beleid vooral een procyclische uitwerking: de publieke consumptie wordt verhoogd en belastingen worden verlaagd in een tijd dat het goed gaat met de Duitse economie die al jaren boven potentieel groeit. Daarmee lijkt het op het beeld dat we in Nederland zien. Beter zou het zijn als de Duitse overheid de gunstige omstandigheden aanwent om daadwerkelijk te investeren in de toekomst. In vergelijking met Nederland is daar in ons buurland nog meer behoefte aan.

Politieke instabiliteit zal verder toenemen, maar niet per se schadelijk zijn

Het Duitse regeerakkoord ademt op alle fronten een sfeer uit van wantrouwen en dichtgetimmerde compromissen. Desondanks is het een prestatie van Merkel en Schulz om na de lastige uitslag van september samen een regering te vormen. Het Duitse politieke landschap is versnipperd en het ziet er niet naar uit dat dat snel verandert (zie figuur 1). Niet voor niets zijn er de laatste dagen steeds meer geluiden dat de Duitse politiek op die van zijn buren begint te lijken. In ons land zijn we al langer gewend aan coalities met meer partijen en onze nieuwe vierpartijencoalitie lijkt vooralsnog stabiel.

Figuur 1: Politieke landschap versplintert steeds meer
Figuur 1: Politieke landschap versplintert steeds meerBron: INSA-umfrage

Het voornemen van alle partijen om zich meer in het openbaar en het parlement te profileren is een welkome ontwikkeling voor de Duitse democratie. Het kabinet zal gedurende de rit met een schuin oog naar de volgende verkiezingen kijken, terwijl beide partijen ook nieuwe politieke leiders moeten vinden. Dit zal meer politieke instabiliteit opleveren dan we gewend zijn van onze oosterburen. De economie staat er goed voor en kan een iets minder effectieve regering wel aan. Wel is het jammer dat er weer een kans voorbijgaat om de Duitse economie klaar te maken voor de toekomst. Ook is het de vraag of de actievere democratie en openheid genoeg is om de extreemrechtse AfD de wind uit de zeilen te nemen. Het ingebouwde evaluatiemoment na twee jaar regeren kan ook worden aangegrepen om nieuwe verkiezingen uit te schrijven (en voor Merkel om te stoppen).

Komende half jaar cruciaal voor Europa

Het huidige akkoord is niet baanbrekend voor de Europese Unie. Er staan belangrijke onderwerpen op de Europese agenda, zoals versterking van de Economische en Monetaire Unie en meer samenwerking op het gebied van defensie en migratie. Over de Duitse positie op deze gebieden biedt het coalitieakkoord nog geen volledig uitsluitsel. Wel biedt het voldoende aanknopingspunten om verder te gaan praten met Frankrijk en, belangrijk, zijn er van tevoren geen breekpunten geformuleerd. Een voorwaarde voor succes is wel dat de GroKo weet wat zij wil: het doel is niet op een lijn met Frankrijk te gaan zitten, maar te onderhandelen en met tegenvoorstellen te komen. Hier moet de coalitie nog een slag maken om zelf op één lijn te komen. Daarvoor moet Merkel haar CDU/CSU meekrijgen. De tijd is ook korter dan gedacht: 14 oktober zijn de verkiezingen in Beieren (zeer belangrijk voor de CSU) en in de eerste helft van 2019 vindt Brexit plaats en zijn er Europese verkiezingen. Daarna komt er een nieuwe commissie en is ook het ECB-bestuur bijna geheel vernieuwd. Alles wat voor september 2018 niet wordt afgesproken, zal dus op z’n best lang blijven liggen.

Toch is er een goede kans op vooruitgang. Merkel heeft zich uitgesproken voor hervormingen. Scholz is een capabele vicekanselier, pro-Europees en kent Frankrijk goed. Bovendien zal zowel Juncker als Draghi successen willen boeken voor het einde van hun beide termijnen in 2019. Het komende half jaar zal hiervoor cruciaal blijken.

Delen:

naar boven