RaboResearch - Economisch Onderzoek

De tent, de cent en de vrouw

Column

Delen:

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 17 februari 2018

Vorige maand schreef ik op deze plaats over mijn opa, die geen opvolger had voor zijn akkerbouwbedrijf omdat hij geen zoons had. Dit dilemma speelde een halve eeuw geleden. Tegenwoordig is het nauwelijks voor te stellen dat het overdragen van het familiebedrijf aan één van de zes dochters blijkbaar geen optie was.

Destijds werd er minder waarde gehecht aan de opleiding van meisjes dan van jongens. Vrouwen werkten nauwelijks buitenshuis. Vrouwelijke ondernemers waren schaars, al werkten zij wel vaak mee in het bedrijf van hun man.

In de afgelopen decennia is er heel wat veranderd. Vrouwen onder de 45 jaar zijn inmiddels hoger opgeleid dan mannen van dezelfde leeftijd. Het is dan ook niet verrassend dat vrouwen ook steeds vaker de stap naar het ondernemerschap zetten. Inmiddels is ruim een derde van alle ondernemers vrouw. Dat geldt niet alleen voor zzp’ers, maar ook voor ondernemers die aan het hoofd staan van grotere MKB-ondernemingen.

Het aandeel vrouwelijke ondernemers verschilt wel sterk per bedrijfstak. Vrouwelijke ondernemers zijn vooral te vinden in bedrijfstakken waar van oudsher al veel vrouwen werken: zo is in de persoonlijke dienstverlening en gezondheidszorg de overgrote meerderheid van de ondernemers vrouw. In de eerste categorie vallen bijvoorbeeld ondernemers in de kinderopvang; in de tweede artsen, tandartsen, fysiotherapeuten en verloskundigen. In de sector cultuur, sport en recreatie en de horeca is bijna de helft van de ondernemers vrouw. Deze bedrijfstakken zijn doorgaans niet exportgericht, wat misschien verklaart waarom bij handelsmissies nog altijd zo weinig vrouwen (in de delegatie) zijn te vinden.

Toch staat ook in ‘mannelijke’ sectoren als de land- en tuinbouw, bouw en logistiek geleidelijk aan steeds vaker een vrouw aan het roer. Bij de Rabobank cursus voor agrarische bedrijfsopvolgers is inmiddels ook circa 15 procent van de deelnemers vrouw. Toch betrap ik mezelf erop dat ik bij ‘de ondernemer’ vaak automatisch denk aan een man. Ook in de media zien we nog weinig vrouwelijke ondernemers. Wellicht zijn zij bescheidener en zoeken minder vaak de schijnwerpers op?

Uit Brits onderzoek blijkt dat slechts 42 procent van alle vrouwen hun onderneming als succesvol beschrijft, tegenover 62 procent van de mannen. Valse bescheidenheid volgens de onderzoekers, want uit een verdere analyse bleek dat de bedrijven van deze vrouwen gemiddeld juist winstgevender zijn dan die van de mannen.

Dat de managementvaardigheden van de ondernemer een belangrijke factor zijn van het slagen van zijn of haar onderneming is niet alleen een populaire opvatting, maar blijkt ook uit internationaal onderzoek. Voor banken en andere vermogensverschaffers is het daarom van belang om de kwaliteiten van de ondernemer goed in te schatten. Dit is een belangrijke aanvulling op meer feitelijke informatie zoals de aard van de onderneming en de vooruitzichten voor de bedrijfstak waarin de onderneming actief is en –uiteraard- het financiële plaatje. Bankiers en andere kredietverstrekkers vatten dat soms samen met het ezelsbruggetje: ‘de vent, de tent en de cent’

U zult mij niet horen zeggen dat mannen betere ondernemers zijn dan vrouwen, of andersom. Wel dat het belangrijk is om rekening te houden met het gegeven dat mannen en vrouwen zich niet op dezelfde manier presenteren. En dat het hoog tijd is voor een nieuw ezelsbruggetje.

Delen:
Auteur(s)

naar boven