RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Blik op de wereld: economische piek ligt achter ons

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De groei van de mondiale economie neemt licht af
  • In ontwikkelde economieën lijken de capaciteitsgrenzen bereikt
  • In de eurozone valt de groei geleidelijk verder terug
  • Voor de VS verwachten we ná volgend jaar een aanzienlijke groeivertraging
  • Opkomende economieën blijven kwetsbaar voor kapitaaluitstroom
  • Handelsspanningen, Brexit en Italiaanse begrotingsperikelen vormen groeiende neerwaartse risico’s

Wereldeconomisch beeld minder optimistisch

De groei van het mondiale bbp zal de komende jaren gematigd afnemen (figuur 1). Deze vertraging geldt voor zowel ontwikkelde als opkomende economieën. Per saldo voorzien wij voor dit en volgend jaar een groei van respectievelijk 3,7 en 3,6 procent. In 2020 zal de groei naar verwachting verder afnemen naar 3,5 procent (tabel 1).

Tabel 1: Economische vooruitzichten belangrijkste economieën
Tabel 1: Economische vooruitzichten belangrijkste economieënBron: Rabobank, Macrobond, IMF

De onderliggende risico’s bij dit beeld zijn eerder toegenomen dan afgenomen. Vooral de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten (VS) en China kan voor een harder dan verwachte afname van de wereldwijde bbp-groei zorgen. Los daarvan is er sinds begin van dit jaar al een geleidelijke afname van de wereldhandelsgroei. Onderliggend nam de bijdrage aan de wereldhandelsgroei het meest af in de eurozone (figuur 2). Dit kwam vooral door lagere uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk (VK) en opkomend Azië. Een verdere escalatie van de handelsoorlog zal een versterkend negatief effect hebben op de ontwikkeling van het wereldhandelsvolume.

Figuur 1: Groei neemt geleidelijk af
Figuur 1: Groei neemt geleidelijk afBron: Macrobond, NiGEM, Rabobank
Figuur 2: Wereldhandel vertraagt in 2018
Figuur 2: Wereldhandel vertraagt in 2018Bron: CPB, Rabobank 

Dat de groei afneemt in de meeste ontwikkelde economieën komt doordat zij zich aan het eind van hun conjunctuurcyclus bevinden. Dit houdt in dat de economische groei de huidige capaciteitsgrenzen heeft bereikt. In reële economische termen heeft dat doorgaans verband met een krappe arbeidsmarkt en meer druk op de reële lonen en inflatie. Maar ondanks dat de groei heeft geleid tot een sterk dalende werkloosheid in de meeste ontwikkelde landen (figuur 3), blijven grote loonstijgingen veelal uit. Uit een recent onderzoek van de internationale arbeidsorganisatie (ILO) blijkt dat de wereldwijde jaarlijkse reële loonstijging in 2017 ongeveer 1,8 procent bedroeg. Voor de G20-landen was de toename slechts 0,4 procent. Dat zet de groeibijdrage van de huishoudconsumptie in deze economieën onder druk.

Daar ligt een grote uitdaging omdat veel van deze landen beperkte alternatieve stimuleringsopties hebben wanneer de groeivertraging harder uitvalt dan eerder voorzien. Zo zijn ontwikkelde economieën hun ruime monetaire stimuleringsbeleid al aan het terugdraaien, of hebben zij aangekondigd dit te gaan doen. Een andere optie is stimulering via de overheidsbegroting. Maar daarvoor geldt dat niet alle landen voldoende begrotingsruimte hebben. Dat is goed zichtbaar in de eurozone, waar sommige lidstaten slechts beperkte of geen ruimte hebben om hun economie via begrotingsbeleid te stimuleren. Daarom valt er in de meeste geavanceerde economieën vanuit die hoek maar beperkte steun te verwachten, mocht dat nodig zijn, zeker ten opzichte van de periode na de vorige crisis.

Ook opkomende economieën zullen naar verwachting minder hard groeien. Vooral het terugschroeven van het ruime monetaire beleid in veel ontwikkelde economieën is voor deze groep een belangrijk aandachtspunt. Wel is de ene economie duidelijk meer schokbestendig dan de andere. Dit is goed zichtbaar in een analyse naar de kwetsbaarheid van opkomende markten die wij recentelijk hebben gepubliceerd. Vooral opkomende landen met hoge schuldniveaus in buitenlandse valuta in combinatie met zogenoemde ‘twin deficits’[1] zijn gevoelig voor kapitaaluitstroom. Dat was dit jaar al goed zichtbaar in de valutamarkten, al heeft een deel van deze munten wat aan kracht teruggewonnen sinds medio 2018 (figuur 4). Maar de meeste investeerders zullen voorlopig wel terughoudend blijven voor wat betreft de opkomende markten, met het oog op de renteverschillen met de VS en de vele onzekerheden die financiële marktpartijen momenteel zorgen baren.

Figuur 3: Krappe arbeidsmarkt geavanceerde economieën
Figuur 3: Krappe arbeidsmarkt geavanceerde economieënBron: Macrobond
Figuur 4: Valutadepreciatie opkomende economieën
Figuur 4: Valutadepreciatie opkomende economieënBron: Macrobond

Voetnoot
[1] Bij ‘twin deficits’ is er behalve een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans ook een begrotingstekort bij de overheid, waardoor deze landen zijn genoodzaakt buitenlands kapitaal aan te trekken om uitgaven te financieren.

Zorgen nemen steeds meer toe

De risico’s bij deze verwachte groeivertraging lopen steeds verder op. Dit geldt vooral voor de steeds verder escalerende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Na de ontmoeting op de G20 in november is besloten om een pauze van negentig dagen in te lassen om te bezien of de twee landen een verdere escalatie via onderhandelingen kunnen afwenden. Wij verwachten niet dat dit tot een doorbraak zal leiden, waardoor een verdere escalatie tussen beide partijen komend jaar voor de hand ligt. In een recent gepubliceerde scenariostudie laten wij langs verschillende lijnen de mogelijke negatieve impact daarvan zien. Mocht de handelsoorlog verder escaleren dan kan het cumulatieve bbp-verlies voor de wereldeconomie oplopen tot 2,0 procentpunt in 2030. Mochten de VS besluiten om hun protectionistische pijlen de komende jaren naast China ook op andere landen te gaan richten, dan worden de negatieve mondiale economische effecten alleen maar groter.

Naast de handelsoorlog zorgt de situatie rond de Brexit ook voor een aanhoudend risico. De Britse premier May heeft de grootste moeite om het parlement te overtuigen van de Brexit-deal die zij met de EU heeft gesloten. Hoewel wij nog altijd denken dat een ordelijke Brexit mogelijk en de meest waarschijnlijke uitkomst is, achten we de kans dat het VK zónder deal de EU zal verlaten inmiddels bijna even groot. In Brussel houdt intussen ook de Italiaanse regering de gemoederen bezig, door de confrontatie op te zoeken over begrotingsregels.

Lagere groei geavanceerde economieën…

Hoewel de groei binnen de groep ontwikkelde economieën gemiddeld genomen afneemt ten opzichte van de afgelopen jaren, is er wel een duidelijk verschil zichtbaar tussen individuele landen.

Verenigde Staten: De toerenteller loopt terug

De Amerikaanse economie heeft het afgelopen jaar op volle toeren gedraaid, maar begint wel de eerste tekenen van metaalmoeheid te vertonen. De meest recente arbeidsmarktdata laten zien dat het aantal banen in loondienst in november is gestegen met 155.000, terwijl de verwachting was dat dit er 200.000 zouden zijn. Ook de Amerikaanse centrale bank heeft zich de laatste tijd iets terughoudender opgesteld over het aantal renteverhogingen in 2019. Vooruitkijkend verwachten we dat de begrotingsstimulans van het belastingplan van de regering Trump begint uit te werken, waardoor de groei van de bedrijfsinvesteringen de komende kwartalen ook sterk terugloopt. Daarnaast hebben bedrijven uit angst voor de hogere prijzen door het protectionistische beleid van de VS internationale orders naar voren gehaald, waardoor de bijdrage van de netto export de komende kwartalen waarschijnlijk sterk terugvalt. In 2019 verwachten we nog een groei van 2,4 procent, omdat de groei van de particuliere consumptie nog relatief op peil blijft door een gunstige situatie op de arbeidsmarkt en stijgende lonen. Vooral aan het eind van 2020 verwachten we echter dat de Amerikaanse economische groei sterk zal teruglopen, waardoor het gemiddelde groeicijfer voor dat jaar op 1,8 procent zal uitkomen.

Eurozone: een vertraging maakt nog geen crisis

De economie van de eurozone presteerde dit jaar beduidend minder dan in het flamboyante jaar 2017. De ronduit teleurstellende cijfers van het derde kwartaal deden bovendien de vraag rijzen of deze een voorbode waren voor een sterke economische neergang. Naar onze inschatting is dat niet het geval. Wel onderstrepen deze cijfers dat de economische groei van de eurozone voorbij zijn piek is. Lees hier  meer over de ontwikkelingen in de eurozone.

Verenigd Koninkrijk: Waar zullen we het eens over hebben?

Er is geen ontkomen aan. De Brexit houdt de Britse samenleving volledig in zijn greep. De Britse politiek trekt zich intussen weinig aan van de negatieve gevolgen die Brexit nu al heeft voor de economie: de onzekerheid rond de toekomstige handelsrelatie tussen het VK en de EU maakt bedrijven terughoudend om in het VK te investeren. Dat zien we terug in het bbp-cijfer, dat dit jaar op een matige 1,3 procent blijft steken, en daar volgend jaar niet bovenuit zal komen.
Lees meer over Brexit in ons dossier.

Japan: Economie moddert voort

De Japanse economie presteert in 2018 beneden verwachting. Zowel in het eerste als in het derde kwartaal kromp de economie. Naast de gematigde ontwikkeling van de kerninflatie die de centrale bank steeds meer zorgen baart, is de geplande btw-verhoging voor oktober 2019 een belangrijk aandachtspunt. Tijdens een eerdere btw-verhoging in 2014 belandde de economie namelijk in een recessie.

…en vertraging opkomende economieën…

De groei van een groot deel van de geavanceerde wereld vertraagt dus. Datzelfde geldt voor het grootste gedeelte van de opkomende economieën.

China: groeivertraging zet in

De Chinese bbp-groei daalde in het derde kwartaal van 2018 naar 6,5 procent jaar-op-jaar, het laagste groeitempo sinds begin 2009. Wij verwachten dat deze groeivertraging doorzet, al zijn beleidsmakers vanwege zorgen over de binnenlandse economie recentelijk weer begonnen met stimuleren. Vooralsnog is de directe impact van de handelsoorlog niet zichtbaar in de Chinese handelscijfers, maar een escalatie van de spanningen hangt als een zwaard van Damocles boven de economie.

India: politieke opportuniteit schaadt investeringsvertrouwen

De politieke wens om de economie in aanloop naar de verkiezingen te stimuleren gaat wel ten koste van het investeringsvertrouwen en de geloofwaardigheid van Indiase beleidsmakers. Zo heeft de overheid de centrale bank (RBI) de afgelopen maanden onder druk gezet om minder stringent om te gaan met het opschonen van de balans van enkele staatsbanken en wil zij daarnaast dat de RBI de overheidsfinanciën spekt. Deze interventies hebben recent zelfs geleid tot het aftreden van de gouverneur van de RBI. Alles bij elkaar genomen, zijn de economische vooruitzichten voor India in de komende jaren recent wat verzwakt.

Brazilië: nieuwe president, oude kwesties

Dit jaar had de Braziliaanse economie last van ontevredenheid onder de bevolking en politieke onzekerheid in de aanloop naar de verkiezingen. Meer solide data in het derde kwartaal wijzen op een geleidelijk herstel. Maar vooruitkijkend zal veel afhangen van de bereidheid van de nieuw gekozen president Bolsonaro om met centrumpartijen samen te werken en broodnodige economische hervormingen te bewerkstelligen, in het bijzonder op het gebied van pensioenen.

…zorgen samen voor lagere mondiale groei

Al met al zien wij de economische groei in zowel geavanceerde als opkomende economieën in de komende jaren vertragen. Hieraan zijn verschillende factoren debet: Opkomende markten hebben last van lagere risicobereidheid van investeerders en van specifieke kwetsbaarheden die per land verschillen. In de VS, de eurozone, het VK en Japan lijken de capaciteitsgrenzen van de groei bereikt. Tegelijkertijd neemt de groei van de wereldhandel af, wat de impuls uit de buitenlandse vraag beperkt. Per saldo zijn de risico’s bij dit beeld niet afgenomen. Zo kan een verdere escalatie van de handelsoorlog of een chaotische Brexit-uitkomst de verwachte groeivertraging harder uit laten vallen. Bovendien is er in de meeste landen maar beperkte ruimte om nieuw stimulerend beleid te voeren via de begroting of met monetaire middelen.

Delen:
Auteur(s)

naar boven