RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: gunstige cijfers, maar jubelstemming is voorbij

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • De Nederlandse economie draait nog altijd goed
  • Zo blijft de industriële productie groeien en neemt het aantal banen in het land hard toe
  • Maar op de woningmarkt is het aantal verkopen opnieuw gedaald terwijl de stijgende prijzen en geringe woningkeuze knagen aan het vertrouwen van consumenten
  • Producenten zijn bovendien minder gunstig gestemd over hun toekomstige bedrijvigheid, mogelijk door toenemende mondiale twisten
Tabel 1: Economische voorspellingen Nederland
Tabel 1: Economische voorspellingen NederlandBron: Rabobank

Dik 18.000 banen per maand kwamen er afgelopen halfjaar bij op de Nederlandse arbeidsmarkt, de sterkste eerste helft op de arbeidsmarkt sinds 2008. Daarnaast blijft de industrie groeien, waardoor we verwachten dat het bruto binnenlands product dit en volgend jaar blijft toenemen. Toch zijn er tekenen aan de wand dat Nederland de top van zijn economische cyclus bereikt: hoewel de industrie groeit, brokkelt het optimisme onder producenten over de toekomst namelijk wat af en nemen onder Nederlanders de twijfels over de ontwikkelingen op de woningmarkt toe.

Werkloosheidscijfer onvermurwbaar ondanks sterke baangroei

Figuur 1: Meer werk en meer mensen
Figuur 1: Meer werk en meer mensenBron: CBS

Persistenter dan de zomerhitte lijkt het Nederlandse werkloosheidscijfer: sinds maart van dit jaar blijft deze steken op 3,9 procent. Maar dat betekent niet dat de werkgelegenheidsgroei sindsdien stokt: tussen april en juni kwamen er zo’n 50.000 werkenden bij. Dat het werkloosheidscijfer dan toch niet van zijn plek beweegt komt doordat in dezelfde periode ook de beroepsbevolking sterk is gegroeid: met in drie maanden tijd zo’n 47.000 mensen erbij zijn er nu ruim 9,1 miljoen Nederlanders die werk hebben of werk zoeken (zie figuur 1). De lage werkloosheid en aanhoudend hoge vacaturegraad zorgt er immers voor dat mensen die aan de zijlijn staan, denk aan onder meer de ontmoedigden, toch weer een poging wagen. Doordat deze groep inmiddels behoorlijk is gekrompen valt wel te verwachten dat de sterke banengroei de groei van de beroepsbevolking in de tweede helft van dit jaar ruimschoots overklast en dus het werkloosheidscijfer inderdaad tot onder de 3,9 procent drukt.

Minder huizen verkocht tegen steeds hogere prijzen

Figuur 2: Waar blijven de nieuwbouwplannen?
Figuur 2: Waar blijven de nieuwbouwplannen?Bron: CBS

Wel verwachten we dat de investeringen in woningen zullen afzwakken. Hoewel de prijsindex bestaande koopwoningen de vorige piek van 2008 in steeds meer delen van het land voorbij is geschoten, nam het aantal verkopen in juni opnieuw af. In de eerste helft van 2018 zijn er 105.000 huizen verkocht. Een indrukwekkend aantal vergeleken met voor de crisis, maar het steekt wat magertjes af tegen de 114.000 verkopen in dezelfde periode van 2017. Bovendien zwakt het vertrouwen van Nederlanders in de koopwoningmarkt af: de Eigen Huis Marktindicator van de TU Delft en Vereniging Eigen Huis is nog wel overwegend positief, maar blijft afkalven. Samen met de geringe keus op de woningmarkt kan dat de komende tijd leiden tot een verdere daling van het aantal verkopen, wat de investeringen drukt.

Ook vanuit nieuwbouw valt weinig respijt te verwachten: het aantal bouwvergunningen is in de eerste vijf maanden van het jaar gestagneerd (zie figuur 2). Daarmee wordt het tekort aan woningen bepaald niet ingelopen. Afgelopen jaren was een groot deel van de economische groei juist nog te danken aan de toenemende verkopen en het herstel in de bouwsector.

Groeiende productie, maar zorgen om de toekomst

Niet alleen het sentiment op de woningmarkt lijkt langzaam te keren: na een periode van historisch hoog vertrouwen beginnen Nederlandse industriële bedrijven afgelopen maanden iets van hun optimisme te verliezen (zie figuur 3). Dit komt vooral door matige verwachtingen over toekomstige bedrijvigheid, mogelijk door vrees voor terugvallende vraag vanuit Duitsland – de belangrijkste handelspartner. De vertrouwensindicator van dat land, de Ifo-index, laat sinds begin dit jaar een neerwaartse trend zien. De daling in beide landen kan te wijten zijn aan de stijgende olieprijzen, aanhoudende Brexit-hectiek en opkomende handelsconflicten tussen de Verenigde Staten, China en de Europese Unie (EU). Het bezoek van EU-leider Jean-Claude Juncker aan het Witte Huis eind juli heeft de gemoederen overigens wel wat bedaard, terwijl het peilmoment voor het producentenvertrouwen al daarvoor was. Interessant wordt dus om komende maanden te zien of dat bezoek, waarmee een handelsoorlog voorlopig van de baan lijkt, de industrie wat optimistischer kan stemmen.

Voorlopig zijn de orderboeken van producenten goed gevuld, en bedrijven zijn dan ook nog zeer positief over hun huidige hoeveelheid orders. En terecht: de maakindustrie ziet zijn productie nog altijd stijgen (zie figuur 4), met een PMI van 58 in juli (een waarde van 50 is de grens tussen krimp en groei). Hoewel lager dan in voorgaande recordmaanden, staat de PMI nog altijd historisch hoog. De daling van afgelopen tijd komt vooral door druk op de productieketen, onder meer door hogere materiaalkosten. Toch kan het wegebbende vertrouwen en de wat lagere productiegroei wel indicatief zijn voor het bereiken van de top van de economische cyclus in Nederland.

Figuur 3: Verwachte productie duikt omlaag
Figuur 3: Verwachte productie duikt omlaagBron: CBS
Figuur 4: Nog steeds groei, maar minder hard
Figuur 4: Nog steeds groei, maar minder hardBron: IHS Markit, CBS
Delen:
Auteur(s)

naar boven