RaboResearch - Economisch Onderzoek

Economische turbulentie in Turkije: Vraag en antwoord

Economisch commentaar

Delen:

Sinds mei dit jaar staat de waarde van de Turkse lira onder flinke neerwaartse druk, waarbij vooral de afgelopen twee weken zeer turbulent waren. Deze korte Q&A gaat in op de onzekerheid die is ontstaan over de Turkse economie.

Wat is er aan de hand met de Turkse lira?

De waarde van de Turkse lira is in een vrije val geraakt nadat investeerders hun vertrouwen verloren in onder andere het gevoerde economische en monetaire beleid van lage reële rentes en hoge kredietgroei. Ook de oplopende politieke spanningen met de VS omtrent de in gevangenschap gehouden Amerikaanse dominee Brunson baarden investeerders zorgen. De Verenigde Staten legden sancties op aan Turkse ministers. Toen dat geen effect had, verdubbelde President Trump importtarieven op aluminium en staal uit Turkije. De Turkse munt raakte in een vrije val, en bereikte op 10 augustus een dieptepunt van 7,5 TRY/USD. Op dat moment was het waardeverlies over 2018 ongeveer 68 procent.

Op het moment van schrijven lijkt de Turkse lira (voorlopig) min of meer gestabiliseerd rond de 6 TRY/USD (waardeverlies over 2018: 58 procent). Dat komt door maatregelen van de Turkse toezichthouder, die het bemoeilijkt om zogeheten short posities aan te gaan en via de achterdeur een renteverhoging van 150 basispunten doorvoerde.[1] Ook de belofte van de emir van Qatar om 15 miljard dollar te investeren in Turkije hielp om de rust op de financiële markten in elk geval tijdelijk te herstellen. De Turkse economie blijft echter fragiel gegeven sterk oplopende inflatie en haar grote afhankelijkheid van externe financiering. Dat de spanningen tussen Turkije en de VS onverminderd hoog blijven, biedt ook weinig comfort aan marktpartijen. De mogelijkheid van extra sancties en importtarieven blijft als een zwaard van Damocles boven de markt hangen.

Wat zijn de risico’s voor de Turkse economie?

De risico’s van een betalingsbalanscrisis zijn flink toegenomen. Niet alleen door het fragiele en afgenomen vertrouwen van investeerders, maar ook door de daarmee samenhangende kapitaalvlucht en de grote externe financieringsbehoefte van 228 miljard dollar in 2018 (ongeveer 25 procent van het bbp) en lage internationale reserves. Daarmee is een harde landing van de oververhitte Turkse economie waarschijnlijker geworden. Turkse bedrijven met hoge schulden die in buitenlandse valuta luiden, kunnen door de val van lira in betalingsproblemen raken. Dat kan een domino effect hebben op de Turkse bankensector. De Turkse minister van Financiën heeft de inzet van kapitaalcontroles met stelligheid uitgesloten. In een extreme situatie kunnen deze echter niet worden uitgesloten, blijkens de ervaringen in andere landen. Turkse beleidsmakers staan al met al voor een grote uitdaging om het vertrouwen van investeerders terug te winnen en daarmee genoeg  externe financiering te garanderen voor nu en de nabije toekomst. Alleen dan kan de Turkse economie met zo min mogelijk schade afkoelen.

Wat is er nodig om de huidige onzekerheid het hoofd te bieden?

Voor een structureel herstel van het investeerdersvertrouwen is een flinke renteverhoging noodzakelijk, maar waarschijnlijk niet genoeg. Aanvullend beleid is nodig dat aansluit bij de taal en verwachting van financiële markten. Een economisch aanpassingsprogramma met financiële hulp van het IMF zou waarschijnlijk het noodzakelijke vertrouwen wekken. Een deal met het IMF is echter niet zomaar gesloten. Een IMF-lening zou namelijk onvermijdelijk gepaard gaan met stevige en voor de Turkse autoriteiten misschien onaanvaardbare beleidsvoorwaarden.

De Turkse overheidsfinanciën waren in het verleden één van de stabiele pijlers onder de Turkse economie, waardoor de staatschuld nu nog steeds op een houdbaar niveau van 28% van het bbp ligt. Wel heeft de Turkse overheid de laatste jaren veel voorwaardelijke verplichtingen op zich genomen. Ondanks de relatief lage staatsschuld is er voor de Turkse regering weinig ruimte om de economie via hogere uitgaven te stimuleren, omdat dit de inflatie verder zou opdrijven en de rente op Turks staatspapier verder zou verhogen. De Turkse minister van Financiën kondigde op 16 augustus in een conference call met investeerders aan dat de overheid haar groeidoelen naar beneden heeft bijgesteld. Ook verzekerde hij dat de Turkse overheid een primair begrotingsoverschot zal blijven boeken. Niettemin stelden twee grote kredietrating instellingen vervolgens hun risicobeoordeling van Turkije negatief bij.

Is er besmettingsgevaar?

Omdat Turkije iets minder dan 1procent van de wereldeconomie en wereldhandel voor haar rekening neemt, verwachten wij geen grote reële effecten op wereldniveau. Maar een Turkse crisis kan wel de trigger zijn voor een bredere kentering in het sentiment van investeerders en een versnelling in kapitaalvlucht vanuit opkomende markten.  

Opkomende markten hebben dit jaar last van wereldwijde zorgen over handelsspanningen. Ook ondervinden ze hinder van de hogere Amerikaanse rente. Die zorgt er namelijk voor dat zij ten opzichte van de Verenigde Staten minder aantrekkelijk worden voor investeerders. In het bijzonder staan opkomende economieën met een fors tekort op de lopende rekening en een grote externe financieringsbehoefte, zoals Argentinië, in de schijnwerpers. Hoewel dit ook geldt voor India, biedt het hogere groeipotentieel en de lagere inflatie daar respijt. Het negatieve marktsentiment, verder aangewakkerd door de situatie in Turkije, raakt ook opkomende markten die om andere redenen al kwetsbaar zijn. Denk aan Zuid-Afrika dat te kampen heeft met tegenvallende economische groei, gestage aantasting van institutionele kwaliteit en afhankelijkheid van grondstoffen. Een ander voorbeeld is Brazilië dat lijdt onder  politieke onzekerheid, corruptieschandalen en een groot overheidstekort. Dit negatieve sentiment is ook terug te zien in de wisselkoersen van deze drie landen: De munten van Argentinië, Brazilië en Zuid-Afrika zijn sinds begin 2018 gedeprecieerd met respectievelijk 60, 18 en 17 procent. We verwachten dat de munten van opkomende markten met sterke economische fundamenten weer zullen herstellen nadat de ergste onrust op de financiële markten is afgenomen. Wel blijft een onverwacht snellere stijging van de Amerikaanse rente een risico. Dat zou namelijk kunnen werken als een katalysator voor verdere kapitaalvlucht.

Voor de Europese economie zijn de directe effecten  groter dan voor de rest van de wereld, maar nog steeds beperkt. Zo’n 1,6 procent (95 miljard euro in 2017) van de totale Europese export gaat naar Turkije. Duitsland is koploper met 24,4 miljard euro aan export naar Turkije in 2017. Toch is dit slechts 1,7 procent van de totale Duitse export. Een ander kanaal voor eventuele directe besmetting is de bankensector. Europese banken hebben in totaal ongeveer 165 miljard euro aan claims uitstaan op de Turkse economie, waarvan ongeveer de helft uit leningen in Turkse lira via lokale bankvestigingen. Hoewel het om een substantieel bedrag gaat, is het beperkt als we kijken naar de omvang van de totale Europese bankensector. De claims op Turkije zijn voor een groot deel geconcentreerd bij een vijftal banken. Maar deze banken kunnen alle claims op Turkije zelfs compleet afschrijven zonder in problemen te komen, al zou dat voor hen natuurlijk bepaald geen prettig scenario zijn. Een Europese bankencrisis als gevolg van deze economische crisis in Turkije is dan ook niet aan de orde.

 

Voetnoot
[1] De Centrale Bank van Turkije laat de beleidsrente ongemoeid, maar stelt alleen overnight liquidity ter beschikking. Dit kent een hoger tarief dan de liquiditeit met een terugbetaaltermijn van een week, waardoor ‘via deze achterdeur’ toch sprake is van een renteverhoging.

Delen:
Auteur(s)

naar boven