RaboResearch - Economisch Onderzoek

Betalingsverkeer kan beter privaat blijven

Column

Delen:

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 11 augustus 2018

Onlangs was ik in Wenen. Een prachtige stad. Ik heb volop genoten. Maar ik heb mij ook verbaasd. Want niet alleen de vele koetsjes in de straten doen denken aan een ander tijdperk. Ook omdat je in een winkel vaak alleen met contant geld kunt betalen, voel je je een tijdreiziger. Oostenrijk, in veel opzichten een modern land, bevindt zich op het gebied van betalingsverkeer niet veel verder dan waar ons land twintig jaar geleden stond.

Giraal betalen is in ons land snel en goedkoop. Vandaag de dag wordt een girale betaling in ons land binnen enkele seconden afgewikkeld. Het is zelfs goedkoper dan een betaling met munten en bankbiljetten. In piektijden kunnen de betaalsystemen moeiteloos tienduizenden transacties per seconde aan. Geen enkel systeem is feilloos en dus is er weleens een storing en die haalt dan ook direct het nieuws. Daarmee vergeet je dan wel eens dat het girale betalingsverkeer meer dan 99 procent van de tijd beschikbaar is. Vrijwel iedere transactie loopt goed en het stelsel is zeer robuust. Zelfs tijdens het hoogtepunt van de crisis heeft het girale betalingsverkeer in ons land niet gehaperd.

Dat gaat niet vanzelf. Banken geven jaarlijks miljarden euro’s uit aan het in de lucht houden van het girale betalingsverkeer. Dat gaat om investeringen in nieuwe systemen, onderhoud, uitvoering van de transacties en beveiliging tegen virussen en hackers. Verder vindt continu vernieuwing plaats. Twintig jaar geleden werd nog veel gebruik gemaakt van cheques en bankoverschrijvingen, nu kunnen mensen contactloos betalen. Pinnen en appen is nu de norm. Het is de concurrentie tussen de banken onderling en die met andere aanbieders van betaaldiensten die de innovatie stuwt. Blijf je achter, dan verlies je klanten.

Nu heeft het Sustainable Finance Lab (SFL) onlangs voorgesteld om het betalingsverkeer weg te halen bij de banken om het onder te brengen in een publieke instelling. Betalingsverkeer is zo belangrijk, dat het kan worden gezien als een publiek goed. Dus kan het, aldus het SFL, beter in een overheidsinstelling worden ondergebracht. Het is echter onduidelijk waar de voordelen zitten. Heeft de overheid een betere track record dan de banken waar het ICT betreft? Een nog grotere zorg betreft de financiering. Op het moment dat de overheid het betalingsverkeer gaat runnen, moet zij ook de kosten op zich nemen. Is het gegarandeerd dat de politiek de jaarlijks benodigde miljarden hiervoor gaat vrijmaken als deze middelen in tijden van krapte moeten concurreren met uitgaven voor de zorg, ontwikkelingshulp of lastenverlichting? Ik hou mijn hart vast en vrees voor toenemend achterstallig onderhoud. En last but not least: zou de overheid met nieuwe innovaties komen als zij een monopolie krijgt?

Graag trek ik een vergelijking met voedsel. De voorziening van brood is misschien nog wel belangrijker dan betalingsverkeer. Toch ben ik iedere keer als ik langs de schappen van de bakker loop blij dat de broodvoorziening niet centraal bij een staatsbroodfabriek is geregeld. Dan was het aanbod zeker niet zo breed, gevarieerd en goed geweest. Met betalingsverkeer als overheidstaak zal het niet veel anders zijn. Waarom zou je veranderen wat al goed is?

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven