RaboResearch - Economisch Onderzoek

Tijd voor een nieuw beroep

Economisch commentaar

Delen:

Verschenen als column in het Reformatorisch Dagblad, 14 april 2018

  • Door technologische en demografische veranderingen verdwijnen banen, maar ontstaan ook nieuwe banen
  • Mogelijk zullen tussen de 8 en 32 procent van alle werkenden voor 2030 niet alleen van beroep maar ook van beroepsklasse moeten wisselen
  • Nieuwe instrumenten zoals een werk-APK en matching op basis van vaardigheden kunnen hierbij helpen
  • Om- en bijscholing tijdens of naast het werk worden steeds belangrijker

Regelmatig verschijnen nieuwe schattingen van het gevaar van robotisering voor het aantal banen. Een recent OESO-rapport stelt veel mensen gerust: volgens de organisatie loopt in Nederland slechts 11 procent van de banen risico om binnen twintig jaar te verdwijnen door automatisering.

Dat wil niet zeggen dat het zo’n vaart niet loopt met die automatisering. Want de OESO schat ook dat -bovenop die 11 procent- nog eens 29 procent van de banen in ons land weliswaar niet zal verdwijnen, maar wél ingrijpend kan veranderen. Ook ontstaan nieuwe banen; per saldo kunnen er zelfs meer banen ontstaan dan er verdwijnen.

Want naast automatisering spelen ook andere belangrijke ontwikkelingen. Zo leidt de vergrijzing tot een grotere vraag naar medisch en verzorgend personeel. En als alle woningen straks aardgasvrij moeten zijn, dan betekent dat extra werk voor bouwers en installateurs. Al die veranderingen op de arbeidsmarkt gaan zó snel dat ze niet alleen kunnen worden opgevangen door de toekomstige starters. Het vergt dat steeds meer mensen tijdens hun loopbaan van beroep veranderen.

Volgens consultancybureau McKinsey is de impact van die opeenstapeling van ontwikkelingen wel sterk afhankelijk van de snelheid waarmee technologische veranderingen worden geïmplementeerd. Een hoog implementatietempo levert ook de meeste welvaart op. In dat scenario zou tussen 2016 en 2030 maar liefst 45 procent van alle werkenden in Westerse landen als Duitsland en de VS[1] van beroep moeten wisselen en twee derde van hen zelfs ook van beroepsklasse; bijvoorbeeld van een commercieel of administratief beroep naar een pedagogisch beroep. Bij een gematigder tempo gaat het nog altijd om 24 procent die van beroep zou moeten wisselen, waarvan een derde (dus 8 procent van het totaal) ook van beroepsklasse (figuur 1).

Figuur 1: Benodigde beroepswisseling hangt af van implementatietempo technologische veranderingen
Figuur 1: Benodigde beroepswisseling hangt af van implementatietempo technologische veranderingenBron: McKinsey

Zo’n gematigd scenario klinkt voor Nederland best haalbaar. Het CBS becijferde namelijk dat vorig jaar maar liefst 637.000 werkenden van 25 jaar en ouder[2] van beroep veranderden, bijna 9 procent van alle werkenden van 25 jaar en ouder. Twee derde van hen wisselde ook van beroepsklasse. Maar als bijna de hélft van alle werkenden voor 2030 van beroep moet veranderen, is dat nog wel een flinke uitdaging. Want waar liggen je kansen en is daarvoor extra scholing nodig? Dat is voor veel mensen nauwelijks te overzien.

De Tweede Kamer heeft onlangs een voorstel aangenomen voor een werk-APK om mensen hiermee te helpen. Maar hoe zo’n werk-APK er precies uitziet en welke instantie deze gaat uitvoeren is nog niet duidelijk. Een ander hulpmiddel is de nieuwe Jobspotter app van TNO, die mensen op basis van vaardigheden kan koppelen aan een andere baan. Dit vereist wel dat werkgevers een vacature opstellen in termen van vaardigheden in plaats van specifieke diploma’s en werkervaring en bereid zijn om bijscholing te faciliteren. Daarbij speelt ook het onderwijsaanbod een belangrijke rol. Want maar weinig werkenden hebben de tijd en het geld om opnieuw een meerjarige voltijds opleiding te volgen. Het combineren van werk met deeltijdonderwijs of losse modules sluit veel beter aan op hun behoeften.

Om te mogen werken in de gezondheidszorg en het onderwijs gelden in principe strenge diploma-eisen, maar ook daar lijkt een mouw aan te passen. Zo bestaan in het onderwijs al sinds jaar en dag programma’s voor zij-instromers. Die zijn er ook steeds vaker in de zorg: in het Sectorplan Plus zijn extra subsidies beschikbaar gemaakt voor duale werk-leerroutes. De nieuwe ‘zuster’ kan dus best een man van veertig zijn.

Voetnoten

[1] Het rapport van McKinsey bevat weinig detailinformatie voor Nederland. Maar in het gematigde scenario komen de cijfers voor Nederland overeen met die van Duitsland en de VS.

[2] Voor deze afbakening is gekozen omdat een groot deel van alle beroepswisselingen voor rekening van scholieren of studenten jonger dan 25 jaar komt. Zij veranderen van bijbaan of ruilen aan het eind van hun opleiding hun bijbaan in voor een reguliere baan. Overigens is het niet zo dat als jaarlijks 9 procent van beroep verandert, na vijf jaar ook 45 procent van de werkenden een ander beroep heeft. Eén persoon kan namelijk meerdere keren van beroep veranderen. En als een administratief medewerker postbezorger wordt en het jaar erna opnieuw een baan vindt als administratief medewerker dan is deze persoon per saldo niet van beroep of beroepsklasse veranderd.

Bronnen

CBS, (2018), Meer mensen wisselen van beroep, maart

McKinsey Global Institute (2017), Jobs lost, jobs gained: workforce transitions in a time of automation, december.

OESO (2018), Automation, skill use and training, Working paper, maart.

Rabobank (2016), Arbeidsmarkteffecten van ICT-investeringen en robotkapitaal, maart.

Rijksoverheid: Hoe kan ik als zij-instromer lesgeven in het onderwijs?

Sectorplan Plus: zie de website.

TNO (2018), House of Skills: vaardigheden zijn de toekomst van werk, april.

Werk-APK (2018), Kamer wil werk-apk voor volgende carrièrestap, bericht op nu.nl, april.

Delen:
Auteur(s)

naar boven