RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland op de top van de cyclus: geniet maar van het uitzicht

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • Dit jaar bereikt de Nederlandse economie waarschijnlijk de top van de conjunctuurcyclus
  • Krapte op de arbeidsmarkt kan leiden tot versnelling van de loongroei en inflatie
  • Reële loon- en baangroei steunen samen met vermogens- en vertrouwenseffecten de consumptie
  • De huizenverkopen dalen, met als mogelijk gevolg een lagere groei van de woninginvesteringen
  • Tekenen van een groeivertraging in andere Europese landen vormen een risico voor de export- en bbp-groei van Nederland

De Nederlandse economie doet het goed dankzij sterke consumptiegroei die wordt gedreven door hogere reële loongroei, meer banen en een flinke stijging van de huizenprijzen. Maar, door dalende huisverkopen, zal de hausse in de huizenmarkt steeds minder effect hebben op de reële economie. In de tussentijd lijkt de economische cyclus in Europa zijn top te hebben bereikt, met meer bescheiden vooruitzichten voor de exportgroei als gevolg. 2018 zou dus heel goed de top van de conjunctuurcyclus kunnen zijn voor Nederland. Maar de rit naar beneden kan nog steeds aangenaam zijn. Vooral consumenten kunnen genieten als de krapte op de arbeidsmarkt leidt tot hogere lonen.

Krappere arbeidsmarkt, hogere inflatie?

Het werkloosheidspercentage nam in maart af tot 3,9 procent, het laagste niveau sinds 2009. Dat is niet ver van de 3,6 procent tijdens de piek van de vorige conjunctuurcyclus in 2008. Veel mensen vragen zich dan ook af waarom de loongroei en inflatie niet hoger zijn. De loongroei van 1,8 procent in maart is inderdaad slechts de helft van het tempo van medio 2008 van 3,6 procent. En de inflatie in maart van 1,0 procent is slechts een derde van de 3,2 procent die destijds gold. Maar het dieptepunt van de werkloosheid in 2008 is misschien niet de beste vergelijking. De werkloosheid kwam als eerste onder de 4 procent eind 2007. Op dat moment was de loongroei slechts 2,5 procent en de inflatie 1,9 procent. Eerder dat jaar was de loongroei zelfs maar 1,6 procent en de inflatie een magere 1,1 procent. De ontwikkelingen van vóór de crisis laten dus zien dat de lonen en inflatie achterlopen op de werkloosheid, maar snel kunnen stijgen zodra de arbeidsmarkt krap genoeg is. Toch zijn er redenen om voorzichtig te zijn met het voorspellen van een loongolf. In andere landen die voorlopen in het economisch herstel, vooral de VS en Duitsland, is de loongroei en (met name) inflatie slechts langzaam opgang gekomen. Daarnaast zijn er meer zzp’ers en mensen met tijdelijke contracten dan voor de crisis. Een deel van deze groepen vraagt wellicht eerder om een vaste baan dan om een loonsverhoging. Wij denken dat de loongroei in de loop van het jaar boven de 2,5 procent zal kunnen uitkomen en dat de inflatie 1,6 procent zal zijn voor het jaar als geheel. Deze laatste voorspelling staat daarentegen nu al onder druk door de lage inflatie in het begin van het jaar.

Figuur 1: Arbeidsmarkt – is 2018 het nieuwe 2007?
Figuur 1: Arbeidsmarkt – is 2018 het nieuwe 2007?Bron: CBS
Figuur 2: Stevig fundament onder consumptie
Figuur 2: Stevig fundament onder consumptieBron: CBS

Meerdere factoren ondersteunen de consumptiegroei

De verassend lage inflatie is wel goed nieuws voor de koopkracht van consumenten. De reële loongroei is aardig toegenomen sinds het begin van het jaar, wat de consumptie ondersteunt. Daarnaast zorgt de groei van het aantal banen voor meer inkomen. Waarschijnlijk is dit de afgelopen jaren de belangrijkste ondersteunende factor geweest van de consumptie, aangezien de werkgelegenheidsgroei al sinds 2016 rond de 2 procent ligt terwijl de reële lonen pas recenter groeien. Ook vermogens- en vertrouwenseffecten ondersteunen de consumptie. In januari en februari samen lag de binnenlandse huishoudconsumptie 1,9 procent hoger dan een jaar eerder, terwijl onze voorspelling voor dit jaar 2,1 procent is (zie de kerngegevenstabel van het Economisch Kwartaalbericht). 

Figuur 3: Dalende huizenverkopen risico voor woninginvesteringen
Figuur 3: Dalende huizenverkopen risico voor woninginvesteringenBron: CBS
Figuur 4: Exportgroei wellicht al gepiekt
Figuur 4: Exportgroei wellicht al gepiektBron: CBS

Verschuivingen op de huizenmarkt

De huizenprijzen blijven hard stijgen. In maart waren de prijzen 8,6 procent hoger dan een jaar geleden. Er zijn wel tekenen van een kentering in de markt. De prijzen stijgen tegenwoordig het hardst in Den Haag en Rotterdam en niet meer in Amsterdam en Utrecht. Het aanbod van huizen in de grote steden droogt op met als gevolg een verdere stijging van de prijzen maar minder verkopen. Wij hadden de verwachting dat in de rest van het land de verkopen zouden compenseren voor de daling in de grote steden, maar dit blijkt nog niet het geval. Hierdoor staan onze voorspelling dat de verkopen in Nederland dit jaar iets zullen stijgen onder druk. Daarmee komt ook onze voorspelling voor de investeringsgroei in gevaar, omdat de woninginvesteringen sterker samenhangen met de verkopen dan de prijzen van huizen.

Grootste risico’s nog steeds uit het buitenland

De binnenlandse economie doet het aardig en de risico’s komen nog steeds vooral uit het buitenland. De Nederlandse economie is zeer verweven met de rest van de wereld, zowel qua handel als financiële betrekkingen. Wij hebben dan ook uitgebreid geschreven over de mogelijk dramatische gevolgen van een Brexit, handelsoorlogen en geopolitieke conflicten. Maar recentelijk doemt een minder dramatisch, maar wel directer risico op: een groeivertraging in de andere Europese economieën. Voorlopende conjunctuurindicatoren als de Duitse Ifo-index geven de indruk dat de top is bereikt van de economische cyclus. Wij verwachten daarom dat de bijdrage van de handel aan de economische groei dit en volgend jaar zal afnemen.

Delen:

naar boven