RaboResearch - Economisch Onderzoek

We mogen onszelf meer gunnen

Column

Delen:

De Duitse overheid zit op een grote pot geld. Er is meer dan 20 miljard euro beschikbaar voor extra overheidsuitgaven en investeringen. In de verkiezingscampagne gaat het erover hoe deze pot te zetten: investeren of belasting verlagen? Ook in Nederland is er een bescheiden overschot. In de formatie wordt besproken hoe dit in te zetten. Voor de huidige zwarte cijfers zijn veel offers gebracht. Het is dan ook juist om de overschotten niet massaal te verbrassen. Vooral in Nederland is er stevig hervormd. Toch kunnen zowel Duitsland als Nederland meer investeren. Dat is niet alleen goed voor de economie maar vooral voor de Duitsers en ons zelf.

Er is genoeg aanleiding voor Duitsland om te investeren in infrastructuur. Iedereen die van de zomer over de Autobahn reed kan dit beamen. De onbeperkte snelheidslimiet wordt constant beperkt door wegwerkzaamheden. Ook bruggen zijn sterk verouderd. Afgelopen april nog moest de treinverbinding tussen Duitsland en Denemarken worden afgesloten omdat een brug te onveilig was. Dit in tegenstelling tot Nederland waar wegen, bruggen en het spoor er netjes bij liggen.

In Duitse schoolgebouwen is de situatie schrijnend. Dikwijls kampen deze met achterstallig onderhoud en werken wc’s niet. Duitse leerlingen moeten soms in lekkende klaslokalen examens maken. Duitse onderwijsuitgaven liggen onder het Europese gemiddelde en onder die van Nederland. Er staat geen enkele Duitse universiteit in de mondiale top 50. Ook in het kader van digitalisatie van de economie loopt Duitsland achter op Nederland en buurlanden. Het is moeilijk een snelle internetverbinding tot stand te brengen of een eenvoudige website voor een bedrijf op te zetten.

Want hoe kan het dat een land dat zo rijk is er zo armoedig bij ligt en op sommige fronten de boot lijkt te missen? De reacties van (conservatieve) beleidsmakers op voorstellen om meer uit te geven aan digitale infrastructuur zijn veelzeggend. Zo schrijft het CESIFO, een invloedrijke economische denktank uit München, dat “bedrijvenmails voorrang moeten krijgen op YouTube op het internet. Dan hebben we niet zoveel infrastructuur nodig die gericht is op maximaal gebruik”. De consument en Duitse burger komt er bekaaid vanaf. Het besef dat consumptie ook onderdeel is van economische groei lijkt te ontbreken.

In Nederland lopen we op veel gebieden al voor op Duitsland. Onze digitale infrastructuur scoort internationaal gezien goed met onder meer een van de snelste internetverbindingen in de wereld. Ook is de kwaliteit van het Nederlandse wegennet de beste van Europa en hoort zelfs ons spoorwegennetwerk, ondanks het traditionele geklaag over vertragingen, bij de Europese top. Toch zijn er in ons land ook mogelijkheden om meer te doen voor onszelf.

In Nederland geven we in internationaal opzicht niet veel uit aan onderzoek: de totale uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (R&D) liggen uitgedrukt als percentage van de economie onder het gemiddelde van andere rijke landen en ruim onder dat van Duitsland. Dit is een gemiste kans, aangezien uitgaven aan R&D zich ruimschoots terugverdienen. Uit eigen berekeningen blijkt namelijk dat één euro extra aan R&D-investeringen bij bedrijven leidt tot 2,3 euro aan toegevoegde waarde voor de samenleving als geheel.

Ook zijn extra uitgaven gewenst om het Nederlandse onderwijs te verbeteren. Internationale vergelijkingen wijzen uit dat Nederlandse scholieren langzaam achterop raken bij scholieren in het buitenland.

Nederland en Duitsland behoren tot de sterkste economieën ter wereld. Meer publieke investeringen kunnen deze positie versterken door onze productiviteit te verhogen. Maar belangrijker is dat ze onze levensstandaard verhogen. We mogen onszelf meer gunnen!

Delen:

naar boven