RaboResearch - Economisch Onderzoek

Vergrijzing Nederlandse beroepsbevolking is (g)een probleem

Economisch commentaar

Delen:

Een versie van deze publicatie is verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 2 september 2017

  • De beroepsbevolking veroudert in alle sectoren, maar het tempo van vergrijzing verschilt per bedrijfstak
  • Oudere werknemer niet meer per definitie duurder
  • In sectoren met fysiek zwaar werk is vergrijzing een probleem; in andere sectoren kan het juist gunstig zijn

Nederland vergrijst, wat betekent dat er ook op de werkvloer meer senioren rondlopen. De gemiddelde leeftijd van werkenden is sinds de eeuwwisseling met maar liefst vier jaar gestegen tot ruim 42 jaar. Een hoofdpijndossier voor werkgevers? Of biedt vergrijzing ook kansen?

Figuur 1: Gemiddelde leeftijd werkzame personen, per bedrijfstak (werknemers en zelfstandigen)
Figuur 1: Gemiddelde leeftijd werkzame personen, per bedrijfstak (werknemers en zelfstandigen)Bron: CBS
Noot: In verband met de introductie van de nieuwe CBS-definitie van de werkzame beroepsbevolking worden deze cijfers niet meer geactualiseerd.

Geen enkele sector ontsnapt aan de vergrijzing, hoewel het tempo ervan verschilt per bedrijfstak (zie figuur 1). De stijging van de gemiddelde leeftijd was het grootst in de financiële sector (+5,8 jaar), gevolgd door de bouw en de industrie (beiden +4,5 jaar). Dit is te verklaren uit het feit dat in deze sectoren steeds minder mensen werken. Door die kleinere instroom van nieuwe medewerkers vergrijzen deze sectoren sneller dan gemiddeld. Ook in de sector landbouw, bosbouw en visserij steeg de gemiddelde leeftijd fors (+ 4,1 jaar). Daar werken veel zelfstandigen. Zij werken vaak tot hoge leeftijd door en kunnen niet altijd iemand vinden om hun bedrijf over te nemen. 

De sectoren waar de gemiddelde leeftijd het minst steeg zijn de horeca (+ 1 jaar), het onderwijs (+1,8 jaar) en de sector cultuur, sport en recreatie (+1,9 jaar). In deze sectoren nam het totale aantal werkzame personen sinds 2001 flink toe. De horeca is een beetje een vreemde eend in de bijt, omdat er veel scholieren en studenten werken. Maar dat zelfs in deze sector de gemiddelde leeftijd stijgt, geeft dus wel aan dat vergrijzing onontkoombaar is.

Moeten bedrijven verjongen of wennen aan een nieuwe realiteit?

Werkgevers in veel bedrijfstakken zien de veroudering van hun personeelsbestand met lede ogen aan en proberen bij voorkeur jonge mensen te werven. Het is de vraag of dat verstandig, en realistisch is.

Figuur 2: Gemiddelde leeftijd totale Nederlandse bevolking en werkzame beroepsbevolking
Figuur 2: Gemiddelde leeftijd totale Nederlandse bevolking en werkzame beroepsbevolkingBron: CBS, bewerking Rabobank

We weten immers dat de vergrijzing de komende decennia alleen maar zal toenemen (figuur 2). Statistisch gezien is het natuurlijk onmogelijk dat alle bedrijven minder vergrijzen dan gemiddeld, net zo goed als het onmogelijk is dat wij allemaal beter autorijden dan de gemiddelde Nederlander. 

Mogelijk denken werkgevers dat oudere werknemers te duur zijn. Steeds vaker ten onrechte, want in steeds meer cao’s zijn dure ontziemaatregelen voor ouderen gesneuveld. Oudere werknemers die na een periode van werkloosheid weer aan de slag gaan, accepteren ook vaak een veel lager salaris, zo blijkt uit onderzoek van uitkeringsinstantie UWV. En volgens een onderzoek van salarisverwerker ADP raakt zelfs demotie van zittend personeel langzaam uit de taboesfeer.

Een andere vraag is of de ouder wordende werkende zijn of haar functie nog wel aan kan. Dat is een reëel probleem in sectoren waar sprake is van (fysiek) zwaar werk of waar in ploegendiensten wordt gewerkt. Denk aan de bouw en een deel van de industrie en zorg. Deze bedrijfstakken staan voor een flinke uitdaging om het takenpakket van oudere werknemers aan te passen, of werknemers op tijd te begeleiden naar ander werk.

Maar in de meeste sectoren is helemaal geen sprake van fysiek zwaar werk. Sommige sectoren kunnen bovendien juist baat hebben bij een vergrijzend personeelsbestand. De gemiddelde klant wordt immers óók steeds ouder. Dit is goed te zien in bijvoorbeeld het bankwezen. Denk aan de klant die een hypotheek komt afsluiten. De gemiddelde huizenkoper is inmiddels al 39 jaar. Dat komt omdat starters steeds later - vaak pas na hun dertigste – hun eerste woning kopen en omdat 55-plussers een steeds groter deel van de woningaankopen voor hun rekening nemen. Ook andere klanten van de bank zijn ‘op leeftijd’: de meeste ondernemers (met of zonder personeel) zijn veertigers en vijftigers en de meest vermogende particulieren zijn vaak al met pensioen. Zij vinden het juist wel prettig om een adviseur van (ver) boven de veertig tegenover zich te hebben.

Een slimme werkgever kan dus ook zijn voordeel doen met een vergrijzend personeelsbestand. Maar dat vraagt wel om een frisse blik.

Delen:
Auteur(s)

naar boven