RaboResearch - Economisch Onderzoek

Berichten over het einde van banken zijn schromelijk overdreven

Column

Delen:

Verschenen in ESB 4753S van 7 september 2017
Het stuk betreft een naschrift in het Dossier Innovatie in betalen

Fintech houdt de gemoederen enorm bezig. Terecht, want het tempo van technologische ontwikkelingen met een potentieel grote impact op het verdienmodel van banken ligt ongekend hoog. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de opkomst van de bitcoin en andere cryptovaluta’s, en de daarbij behorende technologie: de blockchain. Het is echter niet alleen technologische innovatie die de positie van de huidige banken bedreigt. Ook nieuwe toetreders, zoals crowdfundingplatforms en kredietunies, nemen snel in belang toe. De vraag is daarom of banken straks nog wel nodig zijn.

Het einde van het bankwezen is vaker voorspeld. Bill Gates stelde in de jaren tachtig al dat we de functies van banken nodig hebben, maar de banken zelf niet. En ook aan het begin van deze eeuw was de mening wijdverbreid dat internet het bancaire kantorennetwerk overbodig zou maken. De internetbank Egg, die zonder fysiek contact financiële producten verkocht, was indertijd een snel rijzende ster aan het bancaire firmament. Nu is het slechts een klein onderdeel van de Britse Yorkshire Building Society.

De bedreiging die banken nu ondervinden, komt doordat veel nieuwe ontwikkelingen aan de betaalfunctie van banken raken. Neem de bitcoin. Menig aanhanger verwacht dat deze zich kan ontwikkelen tot het nieuwe goud. Zelf vraag ik mij eerlijk gezegd af waarom de bitcoin zoveel positieve aandacht krijgt. Het is een munt waarvan de aantrekkelijkheid voor een groot deel in de anonimiteit is gelegen. Daardoor is het een belangrijk transactiemedium voor het dark web, Chinese kapitaalvlucht en afwikkeling van computerhacks. Los daarvan schiet de bitcoinkoers alle kanten op, wat het niet echt aantrekkelijk maakt in bitcoins te lenen of er voor de lange termijn in te beleggen. Zeker niet als het dagelijkse leven zich afspeelt in reguliere valuta’s als de euro, dollar of het pond.

Daarbij komt dat toezichthouders ook in de toekomst willen weten welke financiële stromen zich in de economie voltrekken. En daar is een zekere mate van transparantie voor nodig. Die zal er ook wel komen, maar daarmee verdwijnt een deel van de lol voor de huidige gebruikers. Uiteindelijk zal een vertrouwde partij op de grote zak met geld moeten gaan zitten en de geldstromen in het oog houden, bijvoorbeeld om witwassen en de financiering van terrorisme tegen te gaan. Omdat banken hierin de meest ervaren partij zijn, krijgen zij tot op heden het vertrouwen van de toezichthouder.

Op het gebied van betalingsverkeer hebben banken te maken met zogeheten aggregators. Dat zijn bedrijven die zich als het ware tussen de klant en de banken in plaatsen, waardoor een klant die bij meerdere banken bankiert via een aggregator toegang tot al zijn bankrekeningen heeft. Maar de kracht van banken is dat zij, naast hun betaalfunctie, nog veel meer functies vervullen. En niet al die functies kun je al of niet volledig overlaten aan gespecialiseerde betaalinstellingen. Banken verbinden, doorgaans onzichtbaar, de vele partijen in het financiële ecosysteem. Dit is een rol die een nieuwkomer zoals een fintechbedrijf moeilijk kan vervullen zonder zelf een bank te worden. Het voordeel dat de bestaande banken daarbij hebben, bestaat uit een groot en overwegend loyaal klantenbestand, ervaring in het beheer van complexe systemen en processen, en ‘diepe zakken’.

In de kredietverlening kunnen nieuwkomers, zoals crowdfundingplatforms, een grotere rol gaan spelen. Er zal echter ook behoefte blijven aan instellingen die bereid zijn als intermediair op te treden, onder meer om transformatie van looptijd en risico aan te bieden. Dat valt binnen het kernbedrijf van banken, al hebben zij ook daar geen exclusiviteit.

En dan zit je nog met het geldscheppingsproces. Dat is een van de belangrijkste functies van het bankwezen, zij het de functie die het slechtst begrepen wordt. Op een wat hoger abstractieniveau betekent dit dat banken voortdurend de economie faciliteren door illiquide zaken om te zetten in liquide bezit (geld) en vice versa. Alle goedbedoelde voorstellen om hierin verandering te brengen, hebben nog niet eens een begin van een antwoord gegeven hoe dit beter kan worden ingericht.

Dit alles is overigens niet bedoeld om de impact van fintech, nieuwe kredietplatforms en nieuwe wet-en regelgeving op het bankwezen te bagatelliseren. Die is namelijk enorm. Maar banken laten zich niet stilletjes vervangen, en zijn al volop in de weer met het omarmen van de blockchaintechnologie, het faciliteren van kredietunies en het opzetten van aggregators.

De zware toezichteisen – inclusief zorgplicht naar klanten toe – werken in het voordeel van de zittende partijen. Uiteraard is dit geen garantie voor de toekomst van individuele banken, maar voor de sector is het een goede uitgangspositie. Mijn verwachting is dat er in de toekomst nog steeds banken zullen zijn. Banken anno 2017 zijn al onherkenbaar voor een klant van enkele decennia geleden. De bank anno 2030 zal er op haar beurt weer heel anders uitzien dan die van vandaag. Sommige banken verdwijnen, nieuwe zullen ontstaan – maar banken blijven er.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven