RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Begroten zonder regeerakkoord

Economisch commentaar

Delen:

Het gaat goed met Nederland, zo viel afgelopen Prinsjesdag te beluisteren in de zesde troonrede van koning Willem-Alexander. De economie groeit flink, steeds meer mensen vinden een baan en de overheid heeft eindelijk weer wat financiële ademruimte. De hoop is dan ook dat een komend kabinet dit momentum aangrijpt om te investeren in het Nederlandse verdienvermogen zodat de economie ook in de toekomst blijft groeien (zie ook: ‘Met investeringen blijft Nederland ook in de toekomst fraaie economische cijfers noteren’).

Maar zo’n nieuw kabinet is er nog niet, dus viel de eer om het bekende koffertje aan te bieden met daarin de Miljoenennota dit jaar toch aan demissionair minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. De belangrijkste veranderingen in de rijksbegroting:

  • De uitgaven aan verpleeghuiszorg stijgen structureel, te beginnen met 435 miljoen euro in 2018 tot 2,1 miljard euro vanaf 2023;
  • Het demissionaire kabinet trekt jaarlijks 270 miljoen euro uit voor hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden in het basisonderwijs;
  • De Nederlandse inlichtingendiensten krijgen er structureel 116 miljoen euro per jaar bij;
  • Ook de Belastingdienst en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kunnen rekenen op extra geld: zij krijgen 100 miljoen euro per jaar bovenop hun huidige budgetten.

Om te voorkomen dat de koopkrachtverschillen tussen huishoudens te groot worden, trekt het demissionaire kabinet Rutte-II ook geld uit voor hogere zorgtoeslag, kindgebonden budget en verruimt het daarnaast de ouderenkorting. Iedereen gaat er komend jaar dan ook op vooruit, maar in welke mate hangt natuurlijk af van de persoonlijke omstandigheden (zie figuur 1).

Figuur 1: Koopkrachtplaatjes
Figuur 1: KoopkrachtplaatjesBron: CPB

Bij elkaar geeft het uitgaande kabinet vanaf 2018 structureel 921 miljoen euro extra uit, wat oploopt naar 2,6 miljard euro. Mede dankzij die extra uitgaven heeft een nieuw kabinet niet heel veel speelruimte. Het houdbaarheidssaldo van de overheid bedraagt op dit moment 0,2 procent van het bbp, ongeveer 1,5 miljard euro per jaar. Dit betekent dat nieuwe ministers en staatssecretarissen de lasten moeten verhogen of moeten zoeken naar besparingen elders als zij fors meer willen uitgeven.

Delen:

naar boven