RaboResearch - Economisch Onderzoek

Sociale vlaktaks leidt niet tot vereenvoudiging Nederlands belastingstelsel

Economisch commentaar

Delen:

Naar dossierpagina Regeerakkoord Rutte-III

  • Vooral door de invoering van een tweeschijvenstelsel met lagere tarieven gaan de lasten op arbeid de komende jaren fors omlaag. De gemiddelde koopkracht van huishoudens stijgt de komende jaren dan ook sterk door de kabinetsplannen. Werkenden met een  middeninkomen gaan er het meest op vooruit.
  • Omdat lagere inkomens worden gecompenseerd door onder meer te sleutelen aan de  arbeidskorting en heffingskorting wordt het belastingstelsel er ondanks de invoering van de sociale vlaktaks echter niet eenvoudiger op
  • Daarnaast is de lastenverlichting op arbeid op de lange termijn een stuk lager dan in de komende jaren, omdat lastenverlichting op lange termijn al ingezet beleid was van het vorige kabinet
  • Per saldo verhogen de belastingplannen de werkgelegenheid niet
  • De verhoging van het lage btw-tarief is een stap in de goede richting
  • De economisch onlogische vermogensrendementsheffing blijft vooralsnog bestaan, hoewel de komende jaren gelukkig wel naar de mogelijkheden zal worden gekeken om daadwerkelijke kapitaalinkomsten te belasten

Box 1: Belangrijkste maatregelen regeerakkoord (zie voor alle maatregelen de CPB-studie)

Inkomen uit arbeid

  • De huidige schijven van de inkomstenbelasting worden vervangen door een tweeschijvenstelsel. Inkomens tot circa €68.600 worden belast tegen een tarief van 36,93 procent, terwijl inkomens daarboven tegen een toptarief van 49,5 procent worden belast (lastenverlichting van €5,9 miljard in 2021). De structurele lastenverlichting is echter een stuk lager (€0,6 miljard) omdat het vorige kabinet al maatregelen had genomen om de tarieven na 2021 te verlagen.
  • Het aangrijpingspunt voor het toptarief van 49,5% verandert van 2018 tot en met 2021 niet, waardoor mensen met een hoger inkomen eerder in het toptarief vallen. (lastenverzwaring van 1,2 miljard euro in 2021)
  • De hypotheekrenteaftrek wordt vanaf 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3 procentpunt verlaagd naar het basistarief. De opbrengst hiervan wordt volledig gebruikt om de het eigenwoningforfait te verlagen met 0,15 procentpunt.
  • De maximale algemene heffingskorting wordt met 350 euro verhoogd. Omdat de heffingskorting sneller wordt afgebouwd bij een hoger inkomen is dit vooral een lastenverlichting voor lagere inkomens (lastenverlichting van 3,1 miljard euro in 2021)
  • Het vlakke maximum van de arbeidskorting wordt gefaseerd vervangen door een opbouwtraject. Het nieuwe maximum ligt 364 euro hoger, en wordt bereikt bij het inkomen waar de afbouw van de arbeidskorting begint (lastenverlichting van 1,5 miljard euro in 2021 die vooral voor lagere inkomens gunstig is).

Consumptie

  • Het lage btw-tarief wordt verhoogd van 6 procent naar 9 procent. De verwachting is dat de hogere kosten vooral aan consumenten worden doorgerekend waardoor dit voornamelijk een lastenverzwaring voor huishoudens (€2,0 miljard.) en slechts in mindere mate voor bedrijven (€0,6 miljard).

Vermogen

  • De vermogensrendementsheffing blijft vooralsnog bestaan. Wel wordt de heffingsvrije voet verhoogd van 25.225 tot 30.000 euro (60.000 euro voor paren) (lastenverlichting van €0,2 miljard)
  • Het spaarrendement wordt niet langer gebaseerd op een vijfjaars voortschrijdend gemiddelde van de spaarrente maar op het gemiddelde spaarrente van een jaar
  • De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (‘wet Hillen’) wordt vanaf 2019 in 30 jaar afgeschaft, wat vooral eigenwoningbezitters met een (deels) afgelost huis treffen (lastenverzwaring van €0,1 miljard in 2021 en €1,1 miljard structureel).
  • Het kabinet zal een stelsel waar daadwerkelijke inkomen op kapitaal worden belast in de loop van deze kabinetsperiode uitwerken

Impact koopkracht

De maatregelen van het kabinet zijn gemiddeld genomen positief voor de koopkracht van huishoudens. De mediane koopkracht verbetert tussen 2018 en 2021 met gemiddeld 0,7 procent per jaar als gevolg van het regeerakkoord. Figuur 1 laat de verschillen in koopkrachteffecten van het regeerakkoord per inkomensgroep zien, waarbij opvalt dat de middeninkomens er het meest op vooruit gaan. Alle inkomensgroepen profiteren gemiddeld genomen van het invoeren van de invoering van het tweeschijvenstelsel met een lager tarief, terwijl tegelijkertijd alle groepen nadeel ondervinden van de verhoging van het laagste btw-tarief. Vooral lagere inkomens (onder de €35.875) profiteren van een hogere algemene heffingskorting, terwijl de lagere huur- en zorgtoeslag juist ongunstig zijn voor deze groep. Inkomens boven de €35.875 hebben vooral voordeel van het verhogen van de algemene heffingskorting, terwijl het bevriezen van het aangrijpingspunt van het toptarief en het sneller afbouwen van de arbeidskorting een negatief effect hebben op vooral de hoogste inkomensgroepen.

Werkenden gaan er per saldo het meest op vooruit (figuur 2). Zij hebben voordeel van de invoering van het tweeschijvenstelsel, het verhogen van de arbeidskorting en algemene heffingskortingen. Ouderen en uitkeringsgerechtigden gaan er ook op vooruit en profiteren vooral van de verhoging van de algemene heffingskorting. De verhoging van het lage btw-tarief is vooral nadelig voor ouderen, omdat deze door beperkte indexatie van hun pensioen niet volledig worden gecompenseerd voor de door de btw-verhoging veroorzaakte prijsstijging.

Figuur 1: Middeninkomens gaan er door het regeerakkoord het meeste op vooruit
Figuur 1: Middeninkomens gaan er door het regeerakkoord het meeste op vooruitBron: Doorrekening regeerakkoord CPB
Figuur 2: Vooral werkenden profiteren van maatregelen in het pakket
Figuur 2: Vooral werkenden profiteren van maatregelen in het pakketBron: Doorrekening regeerakkoord CPB

Wat wij vinden

Op het oog is de invoering van het tweeschijvenstelsel een welkome vereenvoudiging van het belastingstelsel, die bovendien samengaat met een verlaging van de lasten op arbeid. Het probleem is echter dat de invoering van het tweeschijvenstelsel leidt tot hogere inkomensongelijkheid, wat vervolgens wordt gerepareerd door onder meer de heffingskorting en arbeidskorting meer inkomensafhankelijk te maken. Dit betekent dat het belastingstelsel er op het oog eenvoudig uit ziet, terwijl de complexiteit onder de motorkap alleen maar is toegenomen. Daarnaast geldt de lastenverlichting van bijna 6 miljard euro door de invoering van het tweeschijvenstelsel echter maar tot 2021; structureel is de verlaging slechts 0,6 miljard euro. Dit komt doordat het vorige kabinet al had besloten dat de tarieven op de inkomstenbelasting omlaag zouden gaan na 2021. Op de lange termijn levert het regeerakkoord dus nauwelijks extra lastenverlichting op arbeid op.

De fiscale plannen dragen dan ook niet structureel bij aan hogere werkgelegenheidsgroei, ook omdat de algemene heffingskorting fors omhoog gaat wat het minder aantrekkelijk maakt om te werken.

De verhoging van het laagste btw-tarief is economisch gezien een goede zaak, omdat een apart laag btw-tarief economisch verstorend is (zie onze publicatie) Het verstoort namelijk de inkoopbeslissing en leidt tot arbitraire classificaties van goederen en diensten in het hoge of lage tarief. Wat ons betreft had het kabinet daarom nog wel wat verder mogen gaan door geleidelijk een uniform tarief in te voeren en de resulterende opbrengsten terug te geven in de vorm van lagere lasten op arbeid.

Ook de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek is economisch wenselijk. Door onder meer het verlagen van het eigenwoningforfait wordt de fiscale bevoordeling van de eigen woning echter nauwelijks lager (zie Op de huizenmarkt zijn alle ogen gericht op de renteaftrek). De afschaffing van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld is een welkome stap om fiscale bevoordeling van de eigen woning te verminderen maar het zou nog beter zijn om de eigen woning naar box 3 te halen.

Het is jammer dat de vermogensrendementsheffing de komende jaren blijft bestaan, omdat het economisch logischer is om de daadwerkelijke inkomsten op kapitaal te belasten. Wij pleiten er daarom voor de vermogensrendementsheffing te vervangen door een duaal stelsel waarin alle vormen van kapitaalinkomen tegen een gelijk tarief worden belast. Gelukkig geeft het regeerakkoord wel aan in de komende kabinetsperiode de mogelijkheden te verkennen om de daadwerkelijke inkomsten op kapitaal te belasten. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven