RaboResearch - Economisch Onderzoek

Rutte III maakt afval duurder: mooi maar niet echt circulair

Economisch commentaar

Delen:
  • De maatregelen van Rutte III maken het storten en verbranden van afval duurder
  • Dit stimuleert in principe recycling en verhoogt de kosten van afvalverbranders
  • Maar of dit zich vertaalt in minder afval moet nog blijken
  • In de meeste gemeenten betalen huishoudens een vast bedrag, niet per hoeveelheid afval
  • Om een echte circulaire economie tot stand te brengen zal Rutte III meer moeten doen

Op 10 oktober presenteerde de nieuwe coalitie haar regeerakkoord, waarin staat dat ze het storten en verbranden van afval duurder gaat maken. Deze kostenstijging heeft niet alleen effect op afvalverwerkers en verbranders maar ook op huishoudens en bedrijven. Dit Economisch commentaar beschrijft welke maatregelen er in het regeerakkoord staan, hoe de effecten van deze maatregelen doorsijpelen naar de huishoudens en bedrijven en waarom circulaire economie meer is dan alleen het aanmoedigen van recycling. De maatregelen van Rutte III kunnen de circulaire economie een duw in de juiste richting geven door het storten en verbranden van afval duurder te maken en met gemeenten aan te zetten tot het differentiëren van afvaltarieven. Maar meer beleid is nodig om de economie echt circulair te maken.

De overheid wil in 2050 circulair zijn…

In het regeerakkoord van Rutte III staat niet veel nieuws om de circulaire economie in Nederland aan te jagen. Wel is er verwezen  naar het Rijksbrede programma Circulaire Economie dat de overheid in 2016 presenteerde. Het doel van dit programma is een volledig circulaire economie in 2050 met als tussendoel  50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. Stevige maatregelen om dit doel te bereiken blijven uit in het regeerakkoord. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat de vijf transitieagenda’s, die in het kader van het grondstoffenakkoord worden opgesteld, pas in het eerste kwartaal van 2018 beschikbaar zijn. De ambitie van de overheid is dat deze agenda’s concrete programma’s bevatten om de gestelde doelen te realiseren.

…maar het regeerakkoord maakt alleen het verbranden en storten van afval duurder

Het regeerakkoord noemt twee concrete maatregelen die een steentje bijdragen aan de circulaire economie. Namelijk:

  1. Verbreden van de SDE+[1] subsidieregeling om technologieën voor emissiereductie, zoals Carbon Capture and Storage (CCS), te stimuleren. “Dit kan een grote bijdrage leveren aan het terugdringen van emissies in de industrie, de elektriciteitssector en afvalverbrandingsinstallaties.”, aldus het regeerakkoord.
  2. Een hogere belasting op het storten en verbranden van afval vanaf 2019 en het verbreden van de grondslag: “Verbreden van de grondslag vindt plaats door afschaffing van de vrijstelling van zuiveringsslib en het in de heffing betrekken van afval verbrand in bio-energiecentrales. De lasten slaan voor € 50 miljoen neer bij burgers en voor € 50 miljoen bij bedrijven.”

Deze twee maatregelen hebben een effect op het storten en verbranden van afval. Voor het storten van afval spreekt het voor zich, vanaf 2019 gaat de belasting omhoog en is storten dus duurder. Het zelfde geldt voor het verbranden van afval: een hogere belasting vanaf 2019. Dit zal huishoudens ongeveer 6,50 euro kosten per jaar.

Het stimuleren van CCS door het verbreden van de SDE+ subsidieregeling heeft een minder duidelijk effect. Op het storten van afval zal dit niet van toepassing zijn, maar dat het mogelijke gevolgen heeft voor de afvalverbrandingsinstallaties staat letterlijk in het regeerakkoord. De mogelijke effecten van CCS op de afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s)  zijn dus ook van belang voor producenten van afval.

Bij het verbranden van afval komt veel CO2 vrij. Het afvangen en opslaan (CCS) van deze CO2 is daarom volgens Rutte III een effectieve manier om de broeikasgassenuitstoot in Nederland te verminderen. Het afvangen en opslaan van CO2 kost alleen wel veel geld en de techniek staat nog in de kinderschoenen. Het kan AVI’s dus veel geld kosten wanneer ze hiermee aan de slag (moeten) gaan. Hier staat een subsidie tegenover (SDE+), maar deze zal naar alle waarschijnlijkheid niet alle kosten dekken. Het is dus maar de vraag of de subsidie genoeg zal zijn om het gebruiken van CCS te bewerkstelligen. En het is ook nog niet duidelijk hoe de regering AVI’s eventueel verder gaat aanzetten om CCS te gebruiken.  Een AVI die investeert in CCS kan een subsidie aanvragen. Het gedeelte van de kosten dat niet is gedekt zijn extra kosten voor de AVI. Net als andere commerciële bedrijven kunnen AVI’s deze kosten gewoon doorberekenen aan hun klanten: gemeenten en bedrijven. Deze potentiële kosten komen bovenop de extra kosten van de belastingverhoging. 

Voetnoot
[1] Stimulering Duurzame Energieproductie

Effecten op huishoudens en bedrijven

Gemeenten rekenen de extra kosten door aan de bewoners en bedrijven in hun regio. De regelingen voor bedrijven en huishoudens zijn verschillend. Zo betalen bedrijven afvalbelasting aan de hand van de hoeveelheid geproduceerd afval, maar is dit niet altijd het geval voor huishoudens. Ongeveer een derde van de Nederlandse gemeenten hanteert een programma waarbij vervuilers betalen voor de hoeveelheid geproduceerd afval, zogenoemde gedifferentieerde tarieven (diftar). Dit systeem zorgt ervoor dat huishoudens beter hun afval scheiden (Miranda, Bauer, & Aldy, 1996). De overige gemeenten hanteren een systeem waarbij huishoudens betalen naar de samenstelling van het gezin, niet naar de hoeveelheid geproduceerde afval.

Het doorrekenen van de hogere kosten voor afvalverbranding en -storting zal dus ook verschillende effecten hebben op het produceren van afval per gemeenten. Bij huishoudens betalen per hoeveelheid afval zal er een prikkel zijn om minder afval te produceren wanneer een extra kilo duurder is. Bij huishoudens waar de totale afvalbelasting omhoog gaat, ongeacht de hoeveelheid geproduceerde afval, zal deze prikkel afwezig zijn.

Een voorbeeld van een manier om diftar toe te passen is het duur maken van vuilniszakken. Door deze dure vuilniszakken is het aantrekkelijker om afval te scheiden en om minder afval te produceren omdat elke extra vuilniszak geld kost.

Circulaire economie is meer dan alleen recyclen

Circulaire economie () sluit niet alleen de kringlopen van grondstoffen maar zorgt ook voor een efficiënter en intensiever gebruik van deze grondstoffen (zie ook Rabobank, 2015) Een goede samenwerking tussen de overheid, bedrijven en consumenten is hierbij cruciaal. Hierin is de rol van de overheid om de wet en regelgeving zo gunstig mogelijk te maken voor de consumenten en producenten om circulair te worden.

Figuur 1 laat zien hoe de circulaire economie waarde van grondstoffen behoudt. Hoe hoger op de piramide, hoe later er in het productieproces waarde is toegevoegd. Het hergebruiken van afval is pas een laatste optie. Een voorbeeld. Wanneer iemand een bierflesje inlevert voor statiegeld kan het hele flesje (na reiniging) worden hergebruikt waardoor de waarde van productie in het flesje is behouden, het is namelijk meer dan glas. Een wijnfles daarentegen is in een glasbak gegooid waar het de waarde van een fles verliest om vervolgens om te smelten als input nieuwe producten. Wanneer een grondstof niet kan worden hergebruikt als input voor een nieuw product is de laatste optie van de circulaire waarde piramide de afvalverbranding om energie mee op te wekken. Hoewel dit niet behoort tot het volledig sluiten van kringlopen, zullen er in de praktijk altijd lekkages zijn in de vorm van niet herbruikbare grondstoffen.

Figuur 1: Waardecreatie in de waarde piramide van circulaire economie
Figuur 1: Waardecreatie in de waarde piramide van circulaire economieBron: Circle Economy, Rabobank

Het regeerakkoord dus slechts een stap in de goeie richting

Figuur 2: Samenstelling van afvalverwerking veranderd
Figuur 2: Samenstelling van afvalverwerking veranderdBron: CBS
Noot: de jaren met een sterretje zijn voorlopige aantallen.

Het duurder maken van het storten en verbranden van afval is dus een goede stap richting de circulaire economie, omdat het afval minder aantrekkelijk maakt en daardoor de andere opties van de waardepiramide relatief aantrekkelijker maakt. Voorbeelden daarvan zijn repareren, hergebruik, refurbishen, reviseren en recycling. In figuur 2 is te zien dat er in Nederland al een trend is in de juiste richting. Afval storten komt steeds minder voor terwijl afvalverbranding meer voorkomt. Beide zijn echter niet circulair omdat de grondstoffen hier eindigen en hierna niet meer kunnen worden hergebruikt, dit noemen we lekkage van grondstoffen. Verbranding wekt energie op, waardoor deze vorm van grondstoffen lekkage de voorkeur heeft boven storten. Naast deze verschuiving laat figuur 2 ook zien dat er een toename is van hergebruik van afval. Dit wil zeggen dat de recycling aan het toenemen is. Dit zijn dus stappen in de juiste richting, maar om Nederland echt circulair te maken zullen we in de circulaire piramide verder omhoog moeten. 

Conclusie

Het huidige regeerakkoord heeft twee nieuwe maatregelen die in principe goed zijn voor de circulaire economie, maar waarvan het niet duidelijk is of ze veel impact gaan hebben op de hoeveelheid afval. De hogere kosten sijpelen namelijk niet goed door naar de vervuilende consumenten omdat zij in twee derde van de gemeenten niet betalen naar de hoeveelheid afval die ze produceren. Wanneer gemeenten een diftar systeem hanteren kan deze kostenstijging wel effect hebben op de hoeveelheid geproduceerd afval. Wel zullen de maatregelen een impact hebben op de afvalverbrandingsinstallaties en de stortplaatsen omdat hun kosten stijgen. Op het gebied van circulaire economie heeft Rutte III wat ons betreft daarom nog twee aanvullende actiepunten:

  1. Maak echt werk van de vijf transitieagenda’s die in het kader van het grondstoffenakkoord worden opgesteld, en zorg als overheid voor de juiste wet- en regelgeving.  
  2. Ga met gemeenten in gesprek om een diftar systeem in te voeren, hiermee sijpelen de effecten van hogere kosten voor het verbranden en storten van afval door in prijsprikkels voor bedrijven en consumenten. 
Delen:
Auteur(s)

naar boven