RaboResearch - Economisch Onderzoek

Negentiende partijcongres China vooral in het teken van risicobeperking (en hervormingen?)

Economisch commentaar

Delen:
  • Op 18 oktober 2017 start het negentiende partijcongres van de Chinese Communistische Partij
  • Los van de politieke benoemingen zal na het partijcongres geleidelijk meer duidelijk worden over de economische koers in de komende vijf jaar
  • De verwachting is dat het aantal hervormingen en de snelheid van hervormen verder zullen toenemen, vooral om risico’s te beperken en de economie verder te transformeren
  • De grote vraag is wel hoe ver de ‘nieuwe’ Chinese beleidsmakers hierbij bereid zijn te gaan; de transformatie mag namelijk niet ten koste gaan van sociale, economische en financiële stabiliteit

Nu in Europa de Franse, Duitse en Nederlandse verkiezingen achter de rug zijn, verschuift de politieke aandacht meer naar Azië. Niet alleen vanwege de toenemende geopolitieke risico’s die daar op de loer liggen, vooral met betrekking tot de situatie rond Noord-Korea, maar ook omdat er op korte termijn twee grote politieke evenementen plaatsvinden. In Japan kondigde premier Abe recentelijk vervroegde parlementsverkiezingen aan voor 22 oktober en in China staat het grote vijfjaarlijkse partijcongres van de Chinese Communistische Partij (CPC) voor de deur. In dit stuk gaan wij kort in op de werking van het congres en onze verwachtingen daarbij. 

Het Chinese partijcongres in vogelvlucht

Dit is de negentiende keer dat het vijfjaarlijkse partijcongres van de CPC plaatsvindt. Het partijcongres fungeert als een soort partijverkiezing en stelt de partij in staat om de politieke agenda vast te stellen en te bespreken. Het congres zet daarmee voor de komende vijf jaar de grote lijnen uit voor het economische en politieke beleid. Hoewel er een onuitgesproken afspraak is dat zowel de president als de premier (Xi Jinping en Li Keqiang) twee termijnen van vijf jaar volmaken, zijn zowel de centrale commissie (central committee) als de leden van het Politburo tijdens elk partijcongres onderworpen aan veranderingen. Op economisch gebied krijgt Xi Jinping de mogelijkheid om de voortgang van zijn plannen over de afgelopen vijf jaar toe te lichten, met daarbij vanzelfsprekend een vooruitblik op de komende periode.

De verwachting is dat Xi zijn grip op de macht verder zal verstevigen door nieuwe aanstellingen binnen de partij, vooral binnen het machtige Politburo Standing Committee. Veel van deze nieuwe leden zullen tot de zogenoemde 'zesde generatie' Chinese leiders behoren, die vanaf 2022, bij het volgende partijcongres, de leiding over zullen nemen. Op het aankomende partijcongres zijn naar verwachting 2.300 partijvertegenwoordigers en partijsenioren aanwezig (figuur 1). Deze 2.300 vertegenwoordigers zijn eerder al gekozen in verschillende (lokale) verkiezingsrondes waar in totaal 89 miljoen partijleden hun stem konden uitbrengen. Het selectieproces vanaf dit punt tot de uiteindelijke benoeming van de leden van het Politburo Standing Committee, kort gezegd het hoogste beslissingsorgaan binnen de CPC, ziet er als volgt uit:

Figuur 1: CPC selectieproces en rondes partijcongres
Figuur 1: CPC selectieproces en rondes partijcongres Bron: BMI research, CPC, Rabobank
Noot: het Standing Committee komt wekelijks bijeen om grote besluiten goed te keuren. Het 25 leden tellende Politburo komt maandelijks bijeen en het grotere central committee op jaarbasis – vooral voor breder strategisch beleidsoverleg.

Wat zijn de verwachtingen?

Zoals gezegd zal president Xi Jinping naar verwachting zijn macht verstevigen door bondgenoten en voorstanders van zijn beleid om hem heen te verzamelen in de voornaamste beleidsgremia, zowel op nationaal als op lokaal niveau. Dit vond de afgelopen jaren overigens al geleidelijk plaats, bijvoorbeeld in de vorm van een anticorruptiecampagne via grootschalige inspecties bij overheidsorganisaties. Dit zou het implementeren van zijn beleid gemakkelijker moeten maken. Als Xi er in slaagt om voor een groter deel zijn getrouwen te benoemen, dan wordt het gemakkelijker om het door hem gewenste beleid uit te voeren, met als gevolg een grotere hervormingsdrive. Als dit niet of nauwelijks lukt, dan is er waarschijnlijk geen goed nieuws voor de hervormingsgezinden. Het te vormen beleid zal dus voor een groot deel afhankelijk zijn van de uiteindelijke benoemingen tijdens en na het partijcongres. De grote vraag hierbij is wel hoe ver de nieuwe generatie beleidsmakers wil gaan, vooral op het gebied van hervormingen waardoor de stabiliteit op een of meer terreinen in het geding zou kunnen komen. De verwachting is dat beleidsprioriteiten op de korte termijn vooral zullen liggen bij de beperking van risico’s in het financiële systeem. De hoeveelheid krediet in de Chinese economie is tot excessieve hoogte toegenomen (figuur 2), iets wat inmiddels ook bij beleidsmakers niet onopgemerkt is gebleven. Eerder werd op de –eveneens vijfjaarlijkse- National Financial Work Conference in juli 2017 het beperken van financiële risico’s ook al als topprioriteit bestempeld.

Figuur 2: Krediet als %-bbp stijgt verder
Figuur 2: Krediet als %-bbp stijgt verderBron: BIS, Macrobond
Noot: data voor 2017 vooralsnog tot en met het eerste kwartaal beschikbaar.

Wel zijn er twijfels bij de welwillendheid van beleidsmakers om (volledige) staatscontrole op te geven over belangrijke (strategische) delen van de economie. Hierdoor zullen structurele problemen grotendeels onopgelost blijven. Zo biedt de huidige hervormingsagenda nog te weinig soelaas om de impliciete overheidsgarantie bij staatsbedrijven (SOE’s) aan te pakken. Een groot deel van de extra kredietverlening heeft bijgedragen aan een misallocatie van middelen waardoor er een groeiend aantal inefficiënte staatsbedrijven is ontstaan. Dit is een bekend probleem. Een te snelle privatisering van dergelijke bedrijven kan echter leiden tot sociale instabiliteit, omdat sluiting of forse inkrimping bijvoorbeeld zorgt voor een toename van de (regionale) werkloosheid. Hervormingen op het gebied van privatisering zullen dus naar verwachting slechts heel geleidelijk verlopen, met in de eerste plaats gedeeltelijke privatisering in de vorm van gedeeld publiek-privaat eigenaarschap.

Verder zal de focus voor wat betreft marktliberalisatie op de korte termijn vooral op de financiële sector liggen, bijvoorbeeld in de vorm van meer marktoegang voor buitenlandse partijen – al zal ook dit geleidelijk gebeuren aangezien een verder oplopen van de huidige risico’s binnen het financiële systeem tot toenemende grip en controle van beleidsmakers kan leiden. Dit is wel gerelateerd aan liberalisatie van de financiële rekening van de betalingsbalans. De afgelopen jaren is steeds gebleken dat een toenemende druk op kapitaaluitstroom zorgt voor meer grip in de vorm van strengere kapitaalcontroles. Hierdoor verwachten wij dat verdere liberalisering op deze terreinen op gespannen voet zal staan met risicobeperking om de financiële stabiliteit zo veel mogelijk te waarborgen.

Overige hervormingen aan de aanbodkant van de economie zullen waarschijnlijk een gematigd beeld laten zien. Zo is de verwachting dat de capaciteit en productie van kolen en staal verder worden afgebouwd, net als in de afgelopen jaren al het geval was. Op het terrein van sociale zekerheid en welzijn worden hervormingen verwacht op het gebied van de gezondheidszorg (meer en gelijke toegang en mogelijkheid tot verzekeren), pensioenhervorming (een betere oudedagsvoorziening kan zorgen voor een lagere spaar- en een hogere consumptiequote), diverse aanpassingen van het Hukou migratiesysteem (minder regels voor migratie tussen platteland en stad) en diverse andere aanpassingen die moeten zorgen voor een groter sociaal vangnet. Bijkomende voordeel is natuurlijk dat dergelijke hervormingen een prikkel zijn om minder spaargeld vanuit een onzekerheidsmotief aan te houden. Dit zorgt weer voor een versnelling van de gewenste transformatie naar een meer consumptie- en dienstengedreven economie.

Omdat de hervormingen dus voor een groot deel afhankelijk zijn van politieke benoemingen, is er op dit moment nog veel onduidelijkheid over het toekomstige beleid. De benoemingen en herschikkingen van het Chinese leiderschap vinden doorlopend plaats tot het jaarlijkse National People’s Congress in maart 2018. Meer duidelijkheid wordt daarom op zijn vroegst pas verwacht tijdens de Economic Working Conference in december van dit jaar, of in maart volgend jaar. We zullen dus nog even moeten wachten op de uiteindelijke plannen. 

Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62562

naar boven