RaboResearch - Economisch Onderzoek

Met afschaffing dividendbelasting neemt Rutte III een dure gok

Column

Delen:

Verschenen in het Financieele Dagblad, 7 november 2017

Uit onderzoek blijkt geen enkel positief economisch effect van verlaging dividendbelasting

Als we premier Rutte moeten geloven is het afschaffen van de dividendbelasting cruciaal voor ons vestigingsklimaat. Volgens de linkerkant van de oppositie geeft het kabinet met deze maatregel daarentegen alleen maar een duur cadeautje aan Wall Street. Beide argumenten kloppen niet.

Om zijn punt kracht bij te zetten, gooit Rutte de dividendbelasting op één hoop met de vennootschapsbelasting (vpb). Beide betekenen een financiële aderlating voor de fiscus, van respectievelijk € 1,4 en € 3,3 miljard euro, maar in hun uitwerking zijn het echt verschillende zaken. Daar waar verlaging van de vpb kan bijdragen aan banen voor gewone Nederlanders, zoals het kabinet-Rutte III ambieert, is dat niet het geval bij het verlagen van de dividendbelasting. De afschaffing daarvan zal vooral in het buitenland met gejuich worden ontvangen. Dat is toch niet bepaald de belangrijkste doelgroep van het kabinet.

Maar anders dan de linkse oppositie beweert, zijn het niet de buitenlandse beleggers die het meeste profiteren van de afschaffing van de dividendbelasting. Het is vooral een opsteker voor de staatskas van buitenlandse overheden. Dat werkt zo: de dividendbelasting is een voorheffing, met in Nederland een tarief van nu nog 15 procent. Dit betekent dat Nederland op alle dividenduitkeringen vanuit Nederland 15 procent belasting heft. Voor alle in Nederland gevestigde ontvangers van dividend geldt dat deze heffing verrekend kan worden met de inkomstenbelasting. Daarom wordt er door Nederlandse aandeelhouders dus in feite geen dividendbelasting betaald.

Voor buitenlandse aandeelhouders ligt dat anders. Nederland heeft met de meeste landen een belastingverdrag afgesloten. Dat omvangrijke verdragennetwerk is een relevante vestigingsfactor, want in de verdragen is afgesproken dat een buitenlandse belegger die Nederlandse dividendbelasting betaalt, in de meeste gevallen niet nog een keer in eigen land ook dividendbelasting moet afdragen.

Neem bijvoorbeeld een willekeurig buitenland waar de belasting op dividend en andere vermogensinkomsten niet 15 maar 30 procent is. Een belegger uit dat land met aandelen in Nederlandse bedrijven, betaalt hier 15 procent dividendbelasting, en hoeft als gevolg van verdragsafspraken in eigen land dan nog maar 30 minus 15 is 15 procent aan de fiscus af te dragen. Nu Nederland de dividendbelasting afschaft, kan de buitenlandse fiscus 30 procent belasting heffen op de dividendinkomsten.

Kortom, de afschaffing is een cadeautje voor buitenlandse overheden. Alleen in landen waar geen dividendbelasting bestaat of waar wel sprake is van dubbele belastingheffing, zal de afschaffing ervan een cadeautje zijn voor de buitenlandse belegger.

In welke landen is geen dividendbelasting? Rutte noemde zelf al het Verenigd Koninkrijk. Andere landen in dit rijtje zijn toch vooral de typische belastingparadijzen, zoals de Bahama’s en de Kaaiman Eilanden. Wil Nederland echt in dat rijtje staan? Zwitserland en Luxemburg - die toch bekend staan om een prettig fiscaal vestigingsklimaat - hebben een dividendbelasting van 35 respectievelijk 15 procent.

Als de afschaffing van de dividendbelasting echt tot buitengewone banengroei in Nederland leidt, dan zijn bovengenoemde bezwaren wellicht minder belangrijk. Maar daar is geen economisch bewijs voor. Het CPB meldde dat niet kan worden aangetoond dat het afschaffen van de dividendbelasting extra banen oplevert. Sterker, internationale studies tonen aan dat verminderde dividendbelasting geen enkel positief economisch effect heeft.

Is er dan geen enkele goede reden om de dividendbelasting af te schaffen? Nou misschien eentje dan: het zou een eind maken aan de huidige juridische complexiteit. De huidige verdragen omtrent dividendbelasting gaan namelijk gepaard met een web van complexe uitzonderingen en bepalingen die kunnen zorgen voor veel administratieve rompslomp en juridisch getouwtrek. Maar hoe hoog de kosten daarvan zijn, is onduidelijk. Het is dus zeer de vraag of dit meer zal zijn dan de huidige opbrengst van de dividendbelasting van bijna € 1,5 miljard. Om met VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff te spreken: dat is een gok. Een hele dure dus.

Delen:
Auteur(s)
Barbara Baarsma
Directeur Kennisontwikkeling Rabobank Rabobank KEO
030 21 62666
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 - 21 62666

naar boven