RaboResearch - Economisch Onderzoek

Menselijk kapitaal als vierde pensioenpijler

Column

Delen:

Dit is een samenvatting van de lezing die Barbara Baarsma
gaf op het PBM Pensioensymposium van 18 mei 2017

Ons pensioenstelstel staat ter discussie, want het sluit steeds minder goed aan op maatschappelijke trends en veranderende voorkeuren van burgers. De financiële crisis en nieuwe pensioenregulering hebben geleerd dat het pensioen ‘minder zeker, en zeker minder’ is geworden.

Vergrijzing, lage economische groei, lage rente en hoge inflatie zijn risico’s voor de hoogte van het te behalen pensioen. Geen enkel stelsel kan al deze risico’s uitsluiten. Een kapitaaldekkingsstelsel is gevoelig voor financiële schokken en veranderingen in de rente. Het omslagstelsel is gevoelig voor vergrijzing. Handhaving van een combinatie van een omslagstelsel en een vorm van een kapitaaldekkingsstelsel is daarom optimaal. Gelet op de wens om de Nederlandse economie minder volatiel te doen zijn, is wel belangrijk om oog te houden voor een goede balans tussen omslagfinanciering en kapitaaldekking.

Wat zou een volgend kabinet moeten doen als het gaat om pensioenen?

De eerste pijler is weer stabiel na verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd en koppeling aan de levensverwachting, waardoor de overheidsfinanciën vergrijzingsproof werden en de beroepsbevolking later en minder krimpt. Een nieuw kabinet moet de AOW-gerechtige leeftijd dan ook niet terugdraaien. Ook niet via de achterdeur door het mogelijk te maken dat de AOW tot maximaal twee jaar eerder ingaat. Dat betekent immers dat de AOW-uitkering proportioneel lager ligt en voor de meest kwetsbare groepen zal het inkomen dan onder het sociaal minimum kunnen uitkomen. Dat zal dan moeten worden aangevuld uit de collectieve middelen, waardoor de facto de AOW-gerechtigde leeftijd weer verlaagd zou zijn.

Een betere oplossing is het bouwen van een vierde pijler in het pensioenstelsel om de problematiek die achter de wens voor een vervroegde AOW schuil gaat, te lang in een zwaar beroep, te adresseren. Daar zo meer over. Nu eerst het noodzakelijke onderhoud aan de tweede en derde pijler, het verplichte en het vrijwillige pensioen.

De tweede pijler is aan stevige renovatie toe. Minder eenheidsworst, want daardoor bouwen sommigen te veel pensioen op en anderen juist te weinig. Risicogroepen zijn werkenden zonder pensioenregeling, parttimers, en werknemers met een sterk uitgeklede pensioenregeling, zoals uitzendkrachten.

Om die risico’s te verminderen, zou er een verplichte collectieve pensioenopbouw moeten zijn voor alle werkenden tot bijvoorbeeld een modaal brutoloon. Maar let op: een deel van de door de verlaging van de verplichte opbouw vrijgekomen middelen gaat naar de nieuw in te richten vierde pijler.

Bovenop het verplichte pensioen is er het ‘vrije-keuze-pensioen’, onderdeel van de derde pijler. Dat biedt ruimte voor maatwerk door ontschotting van minimaal de woningmarkt en pensioenen. Het wordt fiscaal gefaciliteerd tot een lagere dan de huidige aftoppingsgrens. Ontschotting kan worden geïmplementeerd door een ‘default’ die standaard ‘aan’ staat voor huurders en ‘uit’ voor woningeigenaren die aflossen op hun woning. Zzp’ers kunnen ervoor kiezen om de optionele opbouw in het vrije-keuze-pensioen volledig ‘uit’ te zetten. Bij werknemers in loondienst geldt de keuzevrijheid alleen voor de werknemerspremie. Want het is niet de bedoeling dat werkgevers voorkeur hebben voor woningeigenaren boven huurders.

De vierde pijler wordt gevuld met een deel van de vermindering van de verplichte pensioenopbouw. Dat geld wordt gestort op een leven-lang-leren-rekening, zodat mensen tijdig kunnen overstappen uit een zwaar beroep naar een beroep dat tot de AOW-gerechtigde leeftijd goed is vol te houden. Met een op menselijk kapitaal gebaseerde vierde pijler staat het pensioenstelsel een stuk steviger.

Delen:

naar boven