RaboResearch - Economisch Onderzoek

Een huis als investering, of om in te wonen?

Column

Delen:

Zo, het zit erop: over twee weken krijgen mijn vriend en ik de sleutels van ons eerste koophuis. Als starter komt er veel op je af als je een huis koopt. Begrijp me niet verkeerd: ik kan niet wachten tot we gaan verhuizen. Maar wat zal er daarna gebeuren? We hebben bijna al ons spaargeld in dat ene huis gestopt, en straks zijn we elke maand een groot deel van ons salaris kwijt aan de hypotheek. Het gaat nu weliswaar goed op de woningmarkt, maar mochten de huizenprijzen weer gaan dalen, dan verliezen wij veel geld. Hoewel dit doemscenario regelmatig door mijn hoofd spookt, moet ik mezelf er ook aan herinneren dat het geen zin heeft om me zorgen te maken. Want kopen bleek voor ons simpelweg de slimste en gelukkig ook een realistische optie.

Veel familie en vrienden vinden -in tegenstelling tot ikzelf- een woning wél een echt investeringsobject. ‘In Utrecht ga je er vast en zeker winst op maken’, is ons op het hart gedrukt. En geef hen eens ongelijk: het gaat steeds beter op de woningmarkt. Ook buiten de stad veren de prijzen weer op. RaboResearch verwacht volgend jaar dan ook dat de prijzen met 6,5 procent gaan stijgen, en dat er 225.000 tot 235.000 huizen zullen worden verkocht.

Toch vraag ik me af of ons huis wel zo’n solide investering is. Het is gemakkelijk om te vergeten dat de prijzen óók kunnen dalen. Sinds ik nadenk over verhuizen, zijn de prijzen alleen nog maar gestegen. Maar nog niet zo heel lang geleden, tussen 2009 en 2013, daalden ze met gemiddeld 4,2 procent per jaar! Mijn ouders kunnen je vertellen hoe pijnlijk dat is: toen zij hun huis een paar jaar geleden verkochten, deden ze dat met een flink verlies.

En vergeet ook het belang van portfoliospreiding niet: het kopen van een huis betekent jezelf blootstellen aan de grillen van de woningmarkt. In een goede portefeuille zitten altijd meer beleggingen, nooit maar één. Want mocht de prijs van één belegging, bijvoorbeeld in een bierbrouwer, omlaag gaan, dan gaat een ander aandeel, zoals dat van een techbedrijf, misschien wel in prijs omhoog. Dat het samenvoegen van beleggingen bijna altijd beter is dan investeren in een enkele belegging, is al in 1952 aangetoond door Markowitz. Toch lijken huizenkopers zich daar maar weinig van aan te trekken. De meeste huishoudens zijn allang blij dat ze een huis kunnen kopen en hebben niet de luxe daarnaast alternatieve beleggingen aan te gaan.

Misschien hebben ze daar wel een punt. Want de keuze tussen kopen en huren wordt al grotendeels voor ons bepaald door de overheid. Die stimuleert kopen onder meer met de hypotheekrenteaftrek. Terwijl huurders in de vrijehuursector fiscaal bot vangen. Dit zorgt ervoor dat huurders in de geliberaliseerde sector met een modaal inkomen bijna anderhalf keer meer van hun besteedbare inkomen kwijt zijn aan woonlasten dan wanneer ze kopen! Door te kopen ben je dus al snel goedkoper uit. Tegelijkertijd worden mensen ook steeds afhankelijker van hun koophuis. Nu de zorgkosten stijgen en het pensioenstelsel onder druk staat, wordt een eigen woning steeds belangrijker om later te voorzien in je financiële zekerheid.

Ik concludeer dat al dat gepieker nergens toe leidt. En voor mijn eigen rust ben ik dus maar gestopt met al het rendementsdenken. Ik ga ons huis gewoon gebruiken waarvoor het is bedoeld: wonen! Mochten de prijzen verder stijgen, dan is dat mooi meegenomen. Gaan ze weer dalen, zoals in 2009, jammer dan. Maar dan heb ik wel jarenlang met plezier in ons eigen huis gewoond!

Delen:
Auteur(s)
Lisa Hoving
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven