RaboResearch - Economisch Onderzoek

Alleen met innovatiemasterplan kan nieuw kabinet economische groei garanderen

Column

Delen:

Verschenen in het Financieele Dagblad, 5 mei 2017

De Nederlandse economie draait weer lekker. Vorig jaar was de groei al meer dan 2%, ook voor dit en volgend jaar is de verwachting dat de economie rond de 2% doorgroeit. Om het feest compleet te maken blijkt dat we na jaren van een grote tekorten in 2016 voor het eerst weer een begrotingsoverschot konden noteren. Politici grijpen deze gunstige cijfers aan om in verkiezingsprogramma’s de portemonnee te trekken. Vrijwel alle partijen wisten in de CPB-doorrekening van de verkiezingsprogramma’s dan ook het positieve begrotingssaldo om te buigen in een tekort. Gemiddeld geven de partijen € 8 mrd extra uit, door zowel lastenverlichting als meer overheidsuitgaven. Zo gaan in de meeste plannen huishoudens aanzienlijk minder belasting betalen, terwijl er door de meeste partijen ook extra geld wordt uitgetrokken voor onder meer de gezondheidszorg.

De gretigheid waarmee lukraak extra uitgaven worden gedaan, is niet gerechtvaardigd. Want hoewel de groei nu hoog is, komt dat vooral omdat we uit een diep economische dal kruipen en groei aan het inhalen zijn. De Nederlandse economie ging harder dan die van onze buurlanden onderuit in de crisisjaren en nu veren we ook weer harder op. Die volatiliteit is typisch voor de Nederlandse economie, en maakt dat de huidige opgang niet mag worden gezien als een garantie voor de komende jaren. Deze inhaalgroei loopt er volgend jaar wel zo’n beetje uit en de verwachting is dat Nederland dan weer op de maximale productiecapaciteit zal zitten. Dat betekent óók dat de Nederlandse economie terug zal moeten vallen op het structurele groeivermogen en dat is helemaal niet zo hoog. Op de lange termijn is de maximaal haalbare groei slechts 1,2%. Aanzienlijk lager dan de huidige groeicijfers van meer dan 2%.

Een economie kan — alles afgepeld — maar op twee manieren structureel groeien. Door meer arbeidsaanbod en door hogere productiviteit. Met de verhoging van de AOW-leeftijd is verder draaien aan de eerste knop nu niet aan de orde, en is het essentieel om in te zetten op productiviteitsstijging. Het is tijd voor een innovatiemasterplan. Alleen dat kan de economie structureel versterken. Problematisch is dat het CPB met zijn model niet in staat is de baten van investeringen in onderwijs en onderzoek en ontwikkeling (R&D) in kaart te brengen. Uit eigen berekeningen blijkt echter hoe belangrijk die investeringen zijn. Zo blijkt dat één maand extra opleidingsduur van de bevolking ouder dan 25 jaar € 3,5 mrd aan extra economische groei oplevert. En ook één euro extra aan R&D-investeringen bij bedrijven leidt tot 2,3 euro aan toegevoegde waarde voor de samenleving als geheel. Dit zijn nog conservatieve inschattingen.

Hoe kunnen de baten zo hoog zijn? Investeringen in R&D zorgen er niet alleen voor dat het bedrijf dat deze kennis ontwikkelt daarvan profiteert. Ook concurrenten, toeleveranciers en afnemers kunnen deze nieuwe kennis gebruiken in hun producten en processen. Problematisch is dat — zelfs met intellectueel eigendom — het weglekken van kennis bij innovatieve bedrijven kan leiden tot terughoudendheid om te investeren in kennisontwikkeling, waardoor sprake is van onderinvesteringen. Juist daarom is het economisch verstandig dat de overheid private partijen ondersteunt met subsidies voor kennisontwikkeling. Zelfs als deze subsidies een deel van het budget wegdrukken dat een bedrijf sowieso al had gereserveerd voor kennisontwikkeling (‘crowding out’ in economentaal), dan nog is het lonend om als overheid bij te springen.

Hoe zou zo’n innovatiemasterplan er uit moeten zien? Daarvoor hebben diverse partijen al een handreiking gedaan, zoals de ambtelijke Studiegroep Duurzame Groei. Drie verstandige aanbevelingen daaruit zijn versterking van publiek-private samenwerking, verbetering van het vestigingsklimaat om buitenlandse R&D-bedrijven aan te trekken en bevordering van doorgroei van innovatieve mkb’ers. Wat ons betreft moet het versterken van het innovatievermogen hand in hand gaan met investeringen in het onderwijs, niet in de laatste plaats omdat de kwaliteit van Nederlandse scholieren vergeleken met het buitenland al jarenlang lijkt terug te lopen.

Kortom: er zijn genoeg mogelijkheden om een innovatiemasterplan vorm te geven. Zorg aan de formatietafel in ieder geval dat het begrotingsoverschot wordt aangewend voor dit plan. Alleen daarmee kunnen we garanderen dat de groei straks niet terugvalt naar een schamele 1,2%, wat gegeven de vergrijzing en de oplopende zorgkosten een wel erg somber perspectief zou bieden.

Delen:
Auteur(s)

naar boven