RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nieuw kabinet moet verder hervormen in plaats van ingezette veranderingen terugdraaien

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Economisch gaat het Nederland op dit moment voor de wind (zie hoofdstuk conjunctuur)
  • Een volgend kabinet kan zich echter niet rijk rekenen: de huidige groeicijfers zijn tijdelijke opleving; groei zal naar verwachting na 2018 terugvallen
  • Hervormingen en investeringen om de groei structureel te versterken zijn daarom noodzakelijk en tegelijkertijd moet een nieuw kabinet al doorgevoerde economisch verstandige hervormingen niet terugdraaien
  • Wij noemen vijf thema’s die wat ons betreft van groot belang zijn: visionair investeren in innovatie en onderwijs, hervormen van het belastingstelsel, zorgkosten beteugelen, AOW-leeftijd niet verlagen en macro-economische instabiliteit beperken

Economisch gaat het Nederland op korte termijn voor de wind, met een bbp-groei van 2 procent of hoger in 2017 en 2018 (zie hoofdstuk conjunctuur). Op de langere termijn, na 2018, is het echter waarschijnlijk dat de economische groei in Nederland significant lager zal zijn. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de twee fundamentele aanjagers van groei: arbeidsaanbod en productiviteit. Het arbeidsaanbod zal de komende jaren ondanks de verhoging van de AOW-leeftijd en de toegenomen participatie van vrouwen geen bron van groei zijn (slechts 0,2 procent per jaar tussen 2018-2023; zie tabel 1). De productiviteit ligt in Nederland erg hoog, maar de groei ervan staat onder druk en bedraagt tussen 2018 en 2023 nog slechts 1 procent per jaar (zie tabel 1).

Wie kijkt naar structurele ontwikkelingen van werkgelegenheid en productiviteit, ziet dat de potentiële groei van Nederland in de periode tot 2023 jaarlijks gemiddeld rond de 1,2 procent ligt (zie ons Themabericht over het groeipotentieel van Nederland en zie tabel 1). Na de crisis groeide de economie jarenlang onder haar potentieel, waardoor er een achterstand is ontstaan. De huidige groeicijfers moeten dan ook worden gezien als inhaalgroei op de economische schade die we sinds de crisis van 2008 hebben opgebouwd. Wij verwachten echter dat de output gap met de huidige hoge groeicijfers eind 2018 vrijwel is gesloten, met een werkloosheid die dan rond de door ons geschatte evenwichtswerkloosheid van 4,5 procent ligt. Dit maakt het waarschijnlijk dat de economische groei in de jaren daarna geleidelijk zal terugvallen naar een lager groeipad. Uitgangspunt hierbij is dat de koopkracht nauwelijks structureel zal toenemen. Dit kan veranderen als een nieuw kabinet een ander beleid voert.

Hierbij is nog geen rekening gehouden met de negatieve gevolgen van de Brexit die waarschijnlijk na 2018 zal plaatsvinden en van een mogelijke door Trump geëntameerde handelsoorlog. In een eerder scenario hebben wij becijferd dat een terugval van de wereldhandel een sterk negatief effect op de Nederlandse groei heeft: de gemiddelde economische groei zou in dat scenario naar verwachting terugvallen naar gemiddeld 0,3 procent per jaar (zie ons vorig jaar verschenen scenario.

Tabel 1: Opbouw structurele groei 2018-2023
Tabel 1: Opbouw structurele groei 2018-2023Bron: Eigen berekeningen Rabobank

Kortom, er is geen reden voor een volgend kabinet om rustig achterover te leunen en er op te vertrouwen dat de economisch goede tijden de komende vier jaren zullen voortduren. Extra maatregelen zijn nodig om te groei structureel te versterken. De mantra is en blijft: “laten we het dak repareren terwijl de zon schijnt”. Helaas is de afgelopen decennia gebleken dat een crisis nodig is om te gaan repareren. Wel hebben velen ervaren dat dit repareren in crisistijd extra duur is). Dit besef helpt het volgende kabinet hopelijk om aan de slag te gaan met structurele reparaties aan het fundament van onze economie.

Tegelijkertijd is het economisch onverstandig de belangrijke hervormingen die het huidige kabinet heeft ingevoerd terug te draaien. Hieronder volgen daarom vijf thema’s die wat ons betreft economisch gezien van het grootste belang zijn voor een volgend kabinet. Verstandige keuzes rondom deze thema’s kunnen ervoor zorgen dat de Nederlandse economie structureel wordt versterkt en minder gevoelig wordt voor tegen- en rugwinden. Dan kunnen huishoudens hun koopkracht ook in de jaren na 2018 structureel zien toenemen en verbetert het ondernemingsklimaat.

Visionair beleid in R&D, innovatie en menselijk kapitaal is zeer gewenst

Om de structurele arbeidsproductiviteit van Nederland te verhogen, moet het komende kabinet visionair investeren in R&D, innovatie en menselijk kapitaal. Zo is er nog genoeg regelgeving die het ondernemerschap bemoeilijkt en is het gemiddelde aantal jaren onderwijs in Nederland in internationaal perspectief nog laag. Het zou verstandig zijn als een volgend kabinet kijkt naar wat CPB-studies hierover hebben geschreven, zoals Kansrijk Innovatiebeleid en Kansrijk Onderwijsbeleid en het vervolgens met een eenduidige visie komt voor de komende jaren.

Daar waar een leven lang leren ondanks de vele commissies, rapporten en subsidiepotten niet genoeg van de grond is gekomen, is het van het grootste belang dat het kabinet serieus werk maakt van investeringen in de duurzame inzetbaarheid van werkenden. Juist nu de arbeidsmarkt steeds verder flexibiliseert en technologische ontwikkelingen ervoor zorgen dat kennis en vaardigheden snel verouderen, mag menselijk kapitaal flink wat hoger op de beleidsagenda staan.

Een grondige herziening van het belastingstelsel is economisch wenselijk

Het belastingstelsel kent veel economische verstoringen die de welvaart van Nederland verlagen, waardoor een grondige herziening van het belastingstelsel nodig is (zie ook de column en Themabericht over het hervormen van het belastingstelsel). Figuur 1 geeft een ruwe schets van de voorwaarden waaraan een goed werkend belastingstelsel moet voldoen. Gegeven het gefragmenteerde politieke landschap is het belangrijk om te benadrukken dat een nieuw vorm te geven belastingstelsel een eind moet maken aan de wirwar aan toeslagen en aftrekposten en zo eenvoudig mogelijk moet zijn. Het huidige belastingstelsel is namelijk vooral zo complex geworden omdat er jaar in, jaar uit toeslagen en belastingen aan zijn toegevoegd voor vooral politieke doeleinden voor de korte termijn.

Figuur 1: Een blauwdruk voor een beter belastingstelsel
Figuur 1: Een blauwdruk voor een beter belastingstelsel

Oplopende zorgkosten drukken besteedbaar inkomen

Het besteedbare inkomen is sinds het begin van deze eeuw nauwelijks gestegen, ondanks dat het bbp per hoofd van de bevolking wel significant hoger ligt (figuur 2). In een recente studie hebben we laten zien dat de sterk gestegen zorgkosten sinds het begin van deze eeuw een belangrijke reden zijn waarom het besteedbare inkomen nauwelijks is toegenomen.

Figuur 2: Zorgkosten lopen in de toekomst weer op
Figuur 2: Zorgkosten lopen in de toekomst weer opBron: MEV 2017

De afgelopen jaren is het kabinet erin geslaagd de zorgkosten te beteugelen door hervormingen in onder meer de langdurige zorg. Bij het huidige beleid lopen de zorgkosten volgens het CPB de komende jaren echter weer fors op, onder meer door de vergrijzing (figuur 2). Nu het economisch beter gaat en de overheid in 2017 naar verwachting een begrotingsoverschot noteert, bestaat het gevaar dat de urgentie om de zorgkosten in bedwang te houden naar de achtergrond verdwijnt. De discussie over het afschaffen van het eigen risico is hier een voorbeeld van. Uiteindelijk is het uiteraard een politieke keuze om te bepalen hoeveel geld er naar de zorg gaat. Als de zorgkosten echter weer ontsporen, is het waarschijnlijk dat het besteedbare inkomen van huishoudens ook het komende decennium nauwelijks zal toenemen doordat belastingen en (zorg-)premies dan moeten worden verhoogd om de kosten te dekken.

Verlaging AOW-leeftijd naar 65 schadelijk voor zowel overheidsfinanciën als economie

Door overheidsbeleid stijgt de pensioengerechtigde leeftijd stapsgewijs tot 67 jaar in 2021. Daarna is de pensioenleeftijd gekoppeld aan de toekomstige levensverwachting. Met deze hervorming is een belangrijke stap gezet om de overheidsfinanciën ook op lange termijn houdbaar te maken.

Figuur 3: Potentiële beroepsbevolking daalt bij verlaging pensioenleeftijd
Figuur 3: Potentiële beroepsbevolking daalt bij verlaging pensioenleeftijdBron: CBS en Rabobank

Een ander belangrijk voordeel van de hervorming is dat zij de potentiële beroepsbevolking verhoogt. Als de pensioenleeftijd op 65 jaar bleef, zou de potentiële beroepsbevolking door de vergrijzing nu al nauwelijks meer stijgen en vanaf 2019 zelfs gaan dalen (figuur 3)[1]. De verhoging van de AOW-leeftijd zorgt er echter voor dat de potentiële beroepsbevolking de komende jaren blijft stijgen en daarna min of meer op peil blijft. Volgens het huidige beleid is de potentiële beroepsbevolking in 2030 naar verwachting meer dan 700.000 mensen groter dan wanneer de AOW-leeftijd op 65 jaar was gebleven. De huidige verhoging van de AOW-leeftijd versterkt het groeipotentieel van Nederland dus significant, zeker als de arbeidsparticipatie van oudere leeftijdscohorten kan worden verbeterd.

Uiteindelijk zou een verlaging van de pensioenleeftijd naar 65 jaar dus grote kosten met zich meebrengen, zowel voor de overheidsfinanciën als voor het groeipotentieel van de Nederlandse economie.

Voetnoot
[1] Voor deze berekeningen is gebruik gemaakt van de bevolkingsprognoses van het CBS onderverdeeld naar leeftijd per jaar. Door de huidige voorstellen voor de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd te koppelen aan het door het CBS per jaar veronderstelde aantal personen per leeftijdscohort kan het additionele effect van het beleid voor de potentiële beroepsbevolking ten opzichte van de pensioenleeftijd op 65 worden berekend.

Beperken van de macro-economische instabiliteit van Nederland

De Nederlandse economie gaat harder achteruit bij tegenwind dan onze buurlanden, maar veert ook sneller op bij rugwind. Deze sterke volatiliteit is onwenselijk, al is het maar omdat zij tot onzekerheid en aantasting van vertrouwen leidt. Een volgend kabinet kan dit aanpakken door de schotten die nu bestaan tussen bijvoorbeeld pensioenen en de woningmarkt weg te nemen.

De meeste werknemers sparen veel voor hun pensioen en moeten tegelijkertijd relatief veel geld lenen om een woning te kunnen kopen. Als we die schulden en vermogens van alle huishoudens optellen, zien we dat de balansen van huishoudens door de jaren heen steeds langer zijn geworden. Dat maakt hen veel vatbaarder voor tegenwind. In de crisis zagen we dat onrust op de financiële markten de pensioenvermogens onder forse druk zetten: de premies namen toe, de uitkeringen gingen omlaag en de onzekerheid over het pensioen groeide.

Tegelijkertijd daalden de huizenprijzen fors en kwamen veel huishoudens onder water te staan: ze konden hun huis niet verkopen of bleven met een hoge restschuld zitten als dat wel lukte. Het gevolg was dat huishoudens een groter deel van hun inkomen gebruikten om hypotheken af te lossen of buffers te verhogen. De bestedingen van huishoudens stortten in elkaar en dat heeft onze groei meer jaren achtereen negatief beïnvloed. Het verkorten van de balansen van huishoudens is dus het vijfde punt op het reparatieplan voor een komend kabinet. Hier is al veel over geschreven, als eerste door de SER. Een mogelijkheid om de weerbaarheid van Nederlandse huishoudens te verhogen, is de schotten tussen vermogens te verkleinen. Op deze manier zouden huishoudens gespaard pensioengeld deels kunnen inzetten om de eigen woningschuld te verlagen, zeker als het huis toch al annuïtair wordt afgelost. Ook zouden zij pensioenvermogen of huizenvermogen moeten kunnen inzetten voor leven lang leren om hun onderwijsniveau op peil te houden.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Auteur(s)

naar boven