RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Krachtig economisch herstel goed voor Nederland, zolang het niet leidt tot zelfgenoegzaamheid

Economisch Kwartaalbericht

Delen:

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De Nederlandse economie noteerde vorig jaar de hoogste groei sinds de crisis
  • In 2017 schakelt de economie naar verwachting nog een tandje bij en groeit deze met 2,3 procent, gedreven door de sterkste consumptiegroei sinds het begin van deze eeuw
  • In 2018 weer meer gematigde groei consumptie, waardoor bbp-groei ook wat terugvalt tot 2,0 procent
  • Export groeit in beide jaren gestaag door, maar wel op een lager tempo dan voor de crisis
  • Werkloosheid daalt in 2018 verder tot gemiddeld 4,6 procent
  • Veel neerwaartse risico’s voor groei door internationale onzekerheden, vooral in 2018 en daarna
  • Volgend kabinet kan zich niet rijk rekenen: huidige groeicijfers zijn tijdelijke opleving; groei zal naar verwachting na 2018 terugvallen. Hervormingen en investeringen om de groei structureel te versterken zijn daarom noodzakelijk (zie hoofdstuk Beleid)

In 2016 is ons reële bruto binnenlands product (bbp) gegroeid met 2,1 procent. Dit is de hoogst gemeten groei sinds 2007 en volgde op 2,0 procent groei in 2015. Dergelijke cijfers geven aan dat de Nederlandse economie zich in een periode van krachtig herstel bevindt. De groei was in beide jaren breed gedragen: behalve de uitvoer droegen ook de consumptie van huishoudens en de woninginvesteringen hier sterk aan bij.

In 2017 zal de economische groei met naar verwachting 2,3 procent nog hoger zijn dan in 2016, ondanks dat de bijdrage van de woninginvesteringen een stuk gematigder zal zijn (tabel 1). De sterke economische groei wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het volume van de consumptie van huishoudens dit jaar de sterkste bijdrage zal leveren sinds het begin van deze eeuw (figuur 1). Het besteedbare inkomen groeit dit jaar nog hard doordat veel mensen een nieuwe baan vinden en de lonen harder groeien dan de inflatie. Ook staat het consumentenvertrouwen momenteel op het hoogste niveau sinds de crisis, waardoor huishoudens het additionele inkomen naar verwachting ook gaan uitgeven. In 2018 is de groei van het besteedbare inkomen en ook de consumptie weer meer gematigd, omdat de werkgelegenheidsgroei wat afzwakt en ook de inflatie wat oploopt. Toch blijft de economische groei in 2018 met 2,0 procent voor Nederlandse begrippen hoog.

Daarnaast verwachten we een begrotingsoverschot in zowel 2017 als 2018. Doordat de werkgelegenheid verder groeit, zal de werkloosheid dit en volgend jaar dalen en in 2018 gemiddeld zelfs uitkomen op 4,6 procent. Dit ondanks de verwachte toename van het arbeidsaanbod.

Ondanks deze positieve cijfers is er weinig reden voor een volgend kabinet om genoegzaam achterover te leunen. Nederland is omgeven met grote internationale risico’s (zie Blik op de wereld), die de Nederlandse uitvoersector en daarmee de economische groei hard zouden kunnen raken. Overigens schatten wij het structurele groeipotentieel van Nederland op de lange termijn op 1,2 procent per jaar. Op korte termijn kan de economische groei daaromheen fluctueren. Op dit moment zijn de huidige groeicijfers een stuk hoger dan de door ons geschatte structurele groei van slechts 1,2 procent per jaar[1]. Wij gaan er dan ook vanuit dat de economische groei op langere termijn, na 2018, bij ongewijzigd beleid geleidelijk zal terugvallen, met nauwelijks een stijging van de koopkracht van huishoudens. Het is daarom van groot belang dat een volgend kabinet de economie structureel versterkt door visionair te investeren in R&D, innovatie en onderwijs, door het belastingstelsel grondig te herzien. Daarnaast moet een volgend kabinet ervoor waken economisch verstandige hervormingen van de afgelopen jaren terug te draaien, voornamelijk op het gebied van de zorg en de AOW-leeftijd (zie hoofdstuk Beleid).

Figuur 1: In 2017 sterkste bijdrage huishoudconsumptie aan groei sinds 2000
Figuur 1: In 2017 sterkste bijdrage huishoudconsumptie aan groei sinds 2000Bron: CBS en Rabobank
Toelichting: Nederlands reëel bbp en groeibijdragen. Groeibijdragen berekend door de import ten laste te brengen van de verschillende bestedingscomponenten.
Tabel 1: Kerngegevenstabel Nederland
Tabel 1: Kerngegevenstabel NederlandBron: Rabobank

Voetnoot
[1] Zie voor de onderliggende berekeningen van de schatting van de potentiële groei.

Onzekerheden internationale economie liggen bij onze belangrijke handelspartners

In 2016 groeide de export met 3,5 procent en onze verwachting is dat deze ook dit en volgend jaar met ongeveer dezelfde orde van grootte toeneemt. De export groeit naar verwachting dus gestaag door maar het groeitempo ligt wel ruim onder het gemiddelde van voor de crisis (figuur 2). Nadelig voor onze uitvoergroei is dat de vraag naar buitenlandse producten vanuit de VS en het VK, voor Nederland belangrijke handelspartners, dit en volgend jaar onder druk staat. De depreciatie van het pond maakt Nederlandse exportproducten relatief duur voor huishoudens en bedrijven uit het VK. De economie van de VS groeit volgend jaar naar verwachting wel hard, maar de groei zal voornamelijk in binnenlandse investeringen en consumptie zitten.

Figuur 2: Exportgroei lager dan voor de crisis
Figuur 2: Exportgroei lager dan voor de crisisBron: CBS en Rabobank

Op de langere termijn zijn de risico’s vooral neerwaarts (zie Blik). De daadwerkelijke Brexit en de daarmee samenhangende onzekerheden komen steeds dichterbij: een harde Brexit met handelsbeperkingen zal zorgen voor minder uitvoer naar het VK vanuit Nederland. Het beleid van Trump zou potentieel kunnen leiden tot een handelsoorlog, wat voor Nederland als open economie ronduit slecht zou uitpakken.

Inflatie loopt op door stijging olieprijzen

De inflatie is in januari van dit jaar zeer sterk gestegen ten opzichte van december 2016, naar 1,6 procent (figuur 3). Een dergelijk cijfer, dat in de buurt komt van de ECB-inflatiedoelstelling van een krappe 2 procent, wekt de indruk dat de ontwikkeling van de consumentenprijzen spoedig uit de hand kan lopen. Onderliggend blijkt echter dat de opleving van het prijspeil vooral door tijdelijke factoren komt. Door de gedaalde olieprijzen hebben de energie- en brandstofprijzen de inflatie de afgelopen jaren vrijwel onafgebroken gedrukt. De olieprijzen stijgen nu langzaam weer en in januari 2017 lagen de prijzen van een vat ruwe North Sea Brent olie zelfs 78 procent hoger dan een jaar eerder. Dit verklaart voor een groot deel waarom de inflatie in januari zo sterk op is gelopen. De kerninflatie (de inflatie exclusief voedsel, energie en huur) ligt dan ook nog steeds onder de 1 procent. Dit geeft aan dat de economie vanuit een positie van onderbesteding komt.

Figuur 3: Inflatie loopt op door stijgende brandstofprijzen
Figuur 3: Inflatie loopt op door stijgende brandstofprijzenBron: CBS

In de loop van dit jaar zal de jaar-op-jaarstijging van de olieprijzen naar verwachting uit de inflatie lopen. Hierdoor zullen brandstof- en energieprijzen ook geen opwaartse druk meer op de inflatie geven. Dit jaar komt de inflatie daarom gemiddeld lager uit dan het huidige niveau, en wel op naar verwachting 1,3 procent. Volgend jaar loopt de inflatie verder op tot 1,5 procent, doordat de output gap dan naar verwachting langzaam sluit en de krapte op de arbeidsmarkt toeneemt. De extra vraag vanuit de economie en de krapte op de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat lonen toenemen en producenten hun prijzen verhogen, wat een opwaartse druk op de inflatie geeft.

Consumenten en producenten weer vol vertrouwen

Ook vertrouwensindicatoren geven aan dat we in een fase van krachtig economisch herstel zitten: zowel het consumentenvertrouwen als het producentenvertrouwen noteerde in februari 2017 de hoogste stand sinds de crisis (figuur 4). Het consumentenvertrouwen zakte vooral in de jaren 2012 en 2013 ver weg, wat onder meer samenhing met de dalende huizenprijzen en de ten opzichte van onze buurlanden sterk krimpende economie. Inmiddels is het consumentenvertrouwen per saldo weer positief en ruim boven het langjarige gemiddelde, waarschijnlijk geholpen door het herstel van de economie en de woningmarkt. Vooral positief is dat het aantal huishoudens dat aangeeft dat dit een goede tijd is om grote aankopen te doen de hoogste stand heeft bereikt sinds het begin van deze eeuw. Dit is vaak een goede voorspeller van de groei van de huishoudconsumptie.

Deze sterke mood swings zijn de spiegel van de grote schommelingen van onze economie. De Nederlandse economie gaat harder achteruit bij tegenwind dan die van onze buurlanden, maar veert ook sneller op bij rugwind. Deze sterke volatiliteit is onwenselijk. Een volgend kabinet moet echt doorpakken en de achterliggende macro-economische instabiliteit in bijvoorbeeld onze pensioenen en woningmarkt beperken (zie hoofdstuk Beleid).

Ook het producentenvertrouwen laat sinds 2013 een stijgende lijn zien en zeker de afgelopen maanden neemt dit sterk toe. Daarnaast is de inkoopmanagersindex (PMI) de afgelopen maanden sterk gestegen; in februari bereikte deze een stand van 58,3 (boven 50 betekent groei), het hoogste van de gehele eurozone. De PMI van Nederland van februari 2017 liet zelfs de grootste toename van de productieomvang in de maakindustrie zien sinds juli 2006 en de hoogste werkgelegenheidsgroei in zes jaar tijd. De hoge stand van de PMI maakt het waarschijnlijk dat de bbp-groei in het eerste kwartaal van 2017 sterk zal zijn (figuur 5).

Al met al lijken zowel consumenten als producenten momenteel nog weinig last te hebben van internationale onzekerheden. De vooruitzichten voor de korte termijn zijn dan ook gunstig.

Figuur 4: Zowel consumenten als producenten zijn het meest optimistisch sinds de crisis
Figuur 4: Zowel consumenten als producenten zijn het meest optimistisch sinds de crisisBron: CBS
Figuur 5: PMI wijst op hoge groei in 2017K1
Figuur 5: PMI wijst op hoge groei in 2017K1Bron: CBS en Markit

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Auteur(s)

naar boven