RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Handel met het VK wordt lastiger en duurder

Themabericht

Delen:
  • De toekomstige handelsrelatie tussen het VK en de EU kan verschillende vormen aannemen
  • Wij voorzien twee realistische onderhandelingsuitkomsten: een bilateraal handelsverdrag of geen verdrag
  • Nederlandse bedrijven die zaken doen met het VK of daar een vestiging hebben, kunnen in beide realistische Brexit-uitkomsten te maken krijgen met meer handelsbelemmeringen

De toekomstige handelsrelatie: vier mogelijkheden

De toekomstige handelsrelatie tussen het VK en de EU kan verschillende vormen aannemen. Er zijn grofweg vier modellen denkbaar (tabel 1): lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte (EER, waarbij toegang tot de Interne Markt behouden blijft), volledig onderdeel blijven van de Douane Unie, een nieuw bilateraal handelsverdrag tussen het VK en de EU en geen verdrag, ook wel een ‘harde’ Brexit genoemd. Van deze vier modellen lijkt momenteel echter slechts een bilateraal verdrag of een ‘harde Brexit’ een realistische uitkomst. Hoewel de kans op een zachtere Brexit is toegenomen na de vervroegde Britse verkiezingen, verwachten we dat de bestaande zachte modellen, het lidmaatschap van de EER of de Douane Unie, geen realistische uitkomsten zijn. De Britse premier zou dan namelijk de wensen van de Britse bevolking niet kunnen inwilligen, zoals de controle terugkrijgen over EU-migratie, de mogelijkheid hebben om bilaterale vrijhandelsverdragen af te sluiten met landen buiten de EU, een einde maken aan de jurisdictie van het Europees Hof van Justitie, niet meer bijdragen aan de EU-begroting en loskomen van de regelgeving vanuit Brussel. Een zachtere Brexit zou vorm kunnen krijgen via een bilateraal verdrag waarin de Britten concessies zullen doen. Bijvoorbeeld op het gebied van financiële bijdragen, immigratie of toezicht van het Europese Hof van Justitie, in ruil voor (gedeeltelijke) toegang tot de Interne Markt. De verkiezingsuitslag heeft ook de kans op een geen-verdrag ‘harde’ Brexit vergroot. Voor de Britse premier zal het namelijk lastiger zijn om Brexit-gerelateerde wetgeving door het Britse parlement te loodsen.

Tabel 1: De impact op de handel hangt af van de handelsovereenkomst tussen het VK en de EU
Tabel 1: De impact op de handel hangt af van de handelsovereenkomst tussen het VK en de EURabobank, Kalf en Prins (2017). Investing in Europe after Brexit, RaboResearch Economic Report

Een bilateraal handelsverdrag tussen de EU en het VK

De eerste realistische uitkomst die wij voorzien, is een bilateraal handelsverdrag tussen de EU en het VK. Maar de inhoud van zo’n verdrag is nog erg onzeker, omdat zowel de onderhandelingspositie van de EU ten opzichte van vrijhandel als de mate waarin de Britten concessies willen doen om vrijhandel te behouden momenteel onbekend zijn.. Dit betekent dat er een verscheidenheid aan uitkomsten is voor de toename van handelsbelemmeringen. Tarieven op specifieke producten, grenscontroles en douaneprocedures kunnen worden geïntroduceerd. Het VK zal proberen uitgebreide toegang tot de Interne Markt te behouden, maar wij achtten het onwaarschijnlijk dat de EU dit zal toelaten, tenzij de Britten de voorwaarden van de Interne Markt grotendeels accepteren (ondanks dat Europese bedrijven ook zullen profiteren van een handelsovereenkomst met zoveel mogelijk vrijhandel). De Britten zouden anders namelijk de krenten uit de pap halen: wel de voordelen van vrijhandel met de EU, maar niet de bijbehorende lasten van het EU-lidmaatschap. Als de EU zou toegeven aan alle wensen van het VK, riskeert zij dat andere lidstaten ook willen vertrekken en, in het ergste geval, dat zij uiteenvalt. Dit zou tot veel grotere economische schade leiden dan de Brexit.

Een harde Brexit

Van een harde Brexit is sprake wanneer de EU en het VK er niet in slagen om in de uittredingsperiode afspraken te maken over vrijhandel. Dit is de tweede realistische uitkomst die wij voorzien, waarbij de handel terug zal vallen op de afspraken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dit betekent dat er importtarieven komen. Daarnaast zullen de kosten van de handel stijgen door grenscontroles en douaneprocedures (zoals rules of origin-verklaringen en invoer- en uitvoeraangiften). Ook de precieze invulling van dit scenario is nog onzeker. Voordat het VK onder de voorwaarden van de WTO kan handelen, moeten er met de andere WTO-leden afspraken komen over wederzijdse markttoegang. Het VK zal waarschijnlijk proberen om de Europese tarief- en quota-afsprakente kopiëren, zodat het na de Brexit direct een basis heeft waarop het kan handelen met de WTO-leden. Het is echter nog onduidelijk of het VK de EU-afspraken mag overnemen. Als dat niet het geval is, zal het VK de afspraken wellicht vanaf de grond moeten opbouwen. Dit duurt gemiddeld negen jaar. Lees meer over het Britse lidmaatschap van de WTO.

Een Brits uittreden zonder afspraak met de EU wordt ook wel vergeleken met een cliff-edge. Dit omdat zaken doen met het VK op de dag van uittreding plotseling zou veranderen zonder dat alle nodige aanpassingen al zijn geïmplementeerd. Dit zou de continuïteit voor het bedrijfsleven bedreigen. 

Handel met het VK wordt lastiger en duurder

Nederlandse bedrijven die zaken doen met het VK of daar een vestiging hebben, kunnen dus in beide realistische Brexit-uitkomsten te maken krijgen met meer handelsbelemmeringen. De kosten van de export naar het VK zullen zeer waarschijnlijk stijgen (door bijvoorbeeld de introductie van tarieven, grenscontroles, douaneprocedures of veranderende productstandaarden), wat wellicht maar gedeeltelijk kan worden doorberekend aan de Britse klant. Nederlandse exporteurs kunnen ook indirect worden geraakt, als Nederlandse producten bijvoorbeeld via Duitsland in het VK terechtkomen. Ook bedrijven waarvoor het VK een toeleverancier is of een belangrijk onderdeel van de waardeketen vormt, kunnen een toename van de kosten verwachten door handelsbelemmeringen.

Tevens kunnen bedrijven met een vestiging in het VK die productiemiddelen importeert uit de EU of uit landen waar de EU een vrijhandelsverdrag mee heeft, hun productiekosten zien stijgen. Dit laatste komt doordat het VK voornemens is de Douane Unie te verlaten, waarmee alle vrijhandelsverdragen van de EU voor de Britten komen te vervallen[1]. Zonder vervanging van al deze verdragen zullen de handelsbelemmeringen op importen uit deze derde landen toenemen. Als het VK er bovendien in slaagt om de EU-immigratie aan banden te leggen, kan dit het arbeidsaanbod verminderen en daarmee de lonen in bepaalde sectoren opdrijven (bijvoorbeeld in de landbouw).

Voetnoot
[1] De EU heeft met 57 landen een, in complexiteit variërend, handelsakkoord, en van die landen zijn er 46 lid van de WTO.

Onwaarschijnlijke onderhandelingsuitkomsten: EER en Douane Unie

In het minder waarschijnlijke geval dat het VK lid wordt van de EER, zullen de handelsbelemmeringen relatief weinig toenemen, omdat de toegang tot de Interne Markt intact blijft. Een uitzondering hierop vormt de landbouw- en visserijsector, omdat de EER niet meedoet aan de Common Agriculture and Fisheries Policies. Er zouden dus belemmeringen kunnen ontstaan voor een aantal landbouw- en visserijproducten. Daarnaast zijn EER-leden geen onderdeel van de Europese Douane Unie, waardoor er grenscontroles en douaneprocedures zouden komen. Als het VK volledig onderdeel blijft van de Europese Douane Unie (maar niet van de Interne Markt), zal de handel van goederen tussen de EU en het VK niet te maken krijgen met tarieven, maar waarschijnlijk wel met een lichte toename in douaneprocedures. De handel in diensten zal wel te maken krijgen met significant meer non-tarifaire handelsbelemmeringen. Zoals gezegd is ook deze onderhandelingsuitkomst niet waarschijnlijk.

Tabel 2: De effecten van handel onder verschillende handelsmodellen
Tabel 2: De effecten van handel onder verschillende handelsmodellenBron: Rabobank, Kalf en Prins (2017). Investing in Europe after Brexit, RaboResearch Economic Report
Delen:
Auteur(s)

naar boven