RaboResearch - Economisch Onderzoek

Confucius de topcoach

Column

Delen:

Verschenen in Het Financieele Dagblad, 1 maart 2017

Door sterk in te zetten op innovatie, onderwijs, betere regelgeving en meer vrijhandel kan China in minder dan tien jaar tijd minimaal 6,8 biljoen euro aan extra toegevoegde waarde realiseren. Daarmee zou China de nieuwe katalysator voor de wereldeconomie kunnen worden, op een moment dat de VS deze rol niet meer lijkt te willen vervullen.

De Chinese president Xi Jinping is een enorme voetbalfan en hij heeft grootse plannen met het Chinese voetbal. In 2011 sprak Xi de hoop uit dat China zich kwalificeert voor het WK voetbal, zelf een WK zal organiseren en als klap op de vuurpijl een WK zal winnen. Sindsdien hebben Chinese voetbalclubs en bedrijven niet stilgezeten en investeerden zij massaal in de aankoop van buitenlandse voetballers en voetbalclubs en huurden zij gerenommeerde trainers in. En uiteraard zijn de arbeidsvoorwaarden goudgerand. Het absolute hoogtepunt (of dieptepunt) was de aankoop eind vorig jaar van Carlos Tevez, een uitgerangeerde Argentijnse voetballer die voor niet minder dan veertig miljoen dollar per jaar gaat voetballen bij Shanghai Shenhua.

Dus…hoe staat het ervoor met het Chinese voetbal? Tijdens een zakenreis door China afgelopen oktober, keek ik op mijn hotelkamer de WK-kwalificatiewedstrijd van China tegen Oezbekistan. De Chinezen verloren kansloos met 2-0 en wat opviel, was dat het niveau van het Chinese nationale elftal het niveau van een gemiddelde club uit onze Jupiler League niet wist te ontstijgen. Mijn Chinese reisgenoot had me van tevoren al gewaarschuwd dat ik geen vuurwerk hoefde te verwachten, maar ik kon niet geloven dat er in een land met 1,4 miljard mensen geen fatsoenlijk elftal te formeren valt. Toen wist ik nog niet dat China kort daarvoor thuis zelfs met 1-0 van Syrië had verloren... De flinke investeringen hebben tot nu toe dus weinig vruchten afgeworpen.

De investeringsdrift van de Chinezen om in rap tempo de achterstand op voetballend gebied ten opzichte van het buitenland te dichten, vertoont een sterke parallel met de Chinese economische groeiagenda. In dat opzicht bewandelen de Chinezen dezelfde strategie, maar met veel meer succes. In Beijing zag ik drie wolkenkrabbers die in een straal van honderd meter in de steigers stonden. En de Fyra-gelijkende hogesnelheidstreinen rijden in het Chinese kustgebied allemaal wél. Ook buitenlandse kennis wordt door het acquireren van buitenlandse bedrijven op grote schaal geïnternaliseerd. Inmiddels hebben hightechbedrijven als Huawei, Baidu en Alibaba op het mondiale toneel een serieus marktaandeel gewonnen. Kortom, de investeringsdrift heeft in dit opzicht wel goed gewerkt om achterstanden in te halen.

Dis is echter geen duurzame strategie. Op een gegeven moment zullen de Chinezen zelf de kar moeten gaan trekken. Met 800.000 patenten per jaar lijkt China op het eerste oog nu al een stuk innovatiever dan de VS. Hierbij gaat het echter om uitvindingen die nieuw zijn... voor China. Nemen we het aantal patenten dat uniek is voor de hele wereld, dan telt China slechts twee patenten per 100.000 werkenden, tegen bijvoorbeeld 430 patenten in Japan en 244 in Zuid-Korea. Zelf de kar trekken betekent ook dat China enorme stappen zal moeten zetten in het opleiden van zijn bevolking. Momenteel heeft slechts 2,5 procent van de Chinese populatie ouder dan 25 jaar hoger onderwijs afgerond, wat minder is dan in India en een substantieel lager aandeel dan in Japan (20 procent) en Zuid-Korea (35 procent). Maar er zijn kansen genoeg. Mocht China namelijk grootschalig gaan investeren in onderwijs, technologie en de kwaliteit van hun instituties, dan zou de arbeidsproductiviteit per uur bij relatief conservatieve aannames kunnen stijgen van 12 euro nu naar 21 euro in 2025. Dat zou 6,8 biljoen euro aan extra welvaart kunnen opleveren. Dat is meer dan een derde van het Amerikaanse bruto binnenlands product. Maar het vergt dus wel een ander type investering dan in staal en stenen.

Ook de Chinese voetbalwereld zal investeringen anders moeten inrichten, gericht op eigen talent, jeugdteams, trapveldjes, en als het even kan smogreductie. Mijn Chinese reisgenoot wist dit standpunt mooi te verwoorden: in plaats van miljoenen te verspillen aan buitenlandse spelers, zou de overheid ieder Chinees meisje en jongetje een gratis voetbal moeten geven. De Chinese nationale voetbalbond lijkt inmiddels die mening ook toegedaan. Vanaf maart mogen profclubs niet meer dan drie buitenlandse spelers opstellen, want, zo is de lezing, de koopwoede van clubs houdt de ontwikkeling van eigen talent tegen. In die zin leefde de beste Chinese bondcoach en economisch adviseur al 2500 jaar geleden. Het was immers Confucius die zei: "Als je een jaar vooruit kijkt, plant dan rijst. Kijk je tien jaar vooruit, plant dan bomen. Kijk je honderd jaar vooruit, onderwijs dan kinderen."

Delen:
Auteur(s)
Hugo Erken
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2223 1650

naar boven