RaboResearch - Economisch Onderzoek

Economie eurozone groeit krachtig, maar kampt nog met erfenis van crisis

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Economie eurozone begint 2017 sterk
  • Binnenlandse vraag is bestand gebleken tegen politieke onzekerheden
  • We verwachten dat de economische groei dit jaar aantrekt en volgend jaar iets terugzakt
  • Consumptiegroei zal dit jaar echter wat terugvallen door gestegen inflatie en beperkte loongroei
  • Investeringen hebben wind mee van hoger producentenvertrouwen en hogere bezettingsgraden, maar worden geremd door beperkte prikkels en financiële factoren, met per saldo matige groei als gevolg
  • De conjunctuur staat er al met al goed voor, maar de structurele uitdagingen van de eurozone blijven onopgelost

In het eerste kwartaal van 2017 groeide de economie van de eurozone met 0,5 procent (figuur 1). Dit was iets beter dan verwacht. De oorzaken verschillen per land. In sommige landen droeg de export meer bij dan eerder voorspeld. In andere landen bleek juist de binnenlandse vraag beter bestand tegen de toegenomen inflatie en politieke onzekerheden dan eerder gedacht. Voor 2017 en 2018 hebben we onze groeiverwachting opwaarts bijgesteld van 1,6 procent naar respectievelijk 1,9 en 1,8 procent. Dit op basis van de gerealiseerde groeicijfers, het sterk verbeterde producenten- en consumentvertrouwen en de gebleken weerbarstigheid van de binnenlandse vraag. In 2017 trekt economische groei aan ten opzichte van 2016 (1,7 procent) doordat investeringen en export harder groeien. De consumptiegroei zwakt juist iets af. In 2018 valt de economische groei ietsje terug doordat de consumptiegroei opnieuw afzwakt en ook de investeringsgroei aan kracht inlevert (tabel 1).

Figuur 1: Eurozone groeit met 0,5 procent; Portugal gaat aan kop
Figuur 1: Eurozone groeit met 0,5 procent; Portugal gaat aan kopBron: Macrobond, bewerking Rabobank
Tabel 1: Investeringen en export liften economische groei in 2017
Tabel 1: Investeringen en export liften economische groei in 2017Bron: Macrobond, NiGEM, Rabobank

Vertrouwen onmiskenbaar positief

Figuur 2: Economisch sentiment fors hoger
Figuur 2: Economisch sentiment schiet omhoogBron: Macrobond, bewerking Rabobank

De scherpe toename van het vertrouwen is noemenswaardig. Het producentenvertrouwen staat momenteel op het hoogste niveau sinds het najaar van 2007, terwijl consumenten sinds de zomer van 2007 niet meer zo positief zijn geweest. Optimisme zorgt ook voor een sterke start van het tweede kwartaal van 2017 (figuur 2). Onzekerheid over de Nederlandse en Franse verkiezingen, de Brexit en het beleid van president Trump bracht producenten en consumenten dus niet van hun stuk.

Consumptie gesteund door werkgelegenheid, geremd door lagere koopkrachtgroei

In de komende twee jaar zwakt de consumptiegroei wat af, maar de hand gaat zeker niet volledig op de knip. De consumptie blijft derhalve een belangrijke pijler onder de economische groei.

Figuur 3: Werkgelegenheid groeit krachtig, werkloosheid daalt gestaag
Figuur 3: Werkgelegenheid groeit krachtig, werkloosheid daalt gestaagBron: Macrobond, bewerking Rabobank

Consumenten zijn optimistisch over de economische vooruitzichten. Zeker over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het algehele economische klimaat. Dit zorgt ervoor dat zij meer bereid zijn om geld uit te geven dan een jaar geleden. Al is deze bereidheid minder sterk toegenomen dan op basis van het algehele optimisme zou mogen worden verwacht. Meer banen (figuur 3) en hogere lonen leiden ertoe dat consumenten meer geld hebben om uit te geven. Hogere prijzen (figuur 4) zorgen er echter voor dat ze voor hetzelfde geld minder kunnen kopen dan voorheen. Kort gezegd stabiliseert de reële loongroei min of meer in 2017, en neemt deze slechts licht toe in 2018. In de komende twee jaar stimuleert de reële loongroei de consumptie daarom minder dan in 2016. Tegelijkertijd lijkt het er op dat steeds meer van de aankopen die consumenten in de crisisjaren nog uitstelden, in de afgelopen jaren al zijn ‘ingehaald’. Denk hierbij bijvoorbeeld aan die nieuwe auto of vervanging van de oude wasmachine. Dat wil zeggen dat ook zogenoemde inhaalconsumptie vermoedelijk voor een minder grote stimulans zorgt dan in de afgelopen jaren.

Figuur 4: Hogere energieprijzen trekken inflatie omhoog
Figuur 4: Hogere energieprijzen trekken inflatie omhoog Bron: Macrobond, bewerking Rabobank

Reële loonstijging zwakt af

De reële loongroei is de komende jaren ondanks de robuuste groei van de werkgelegenheid dus relatief beperkt. Er is volgens ons een aantal redenen aan te voeren waarom de huidige groei van de werkgelegenheid en de daling van de werkloosheid nog niet leiden tot een sterke loongroei. 

Ten eerste: bedenk dat de werkloosheid nog altijd hoger ligt dan voor de crisis (9,6 procent ten opzichte van 7,3 procent; figuur 3). Ten tweede: er zijn meer mensen beschikbaar voor werk dan de officiële cijfers laten zien. Dit laatste komt bijvoorbeeld doordat het aantal parttimers dat eigenlijk fulltime zou willen werken is toegenomen. Ook is er nog een behoorlijk aantal mensen dat wel beschikbaar is voor werk, maar zich niet actief aanbiedt, omdat ze denken dat ze toch geen werk vinden. In een recente berekening waarin de ECB deze mensen heeft meegeteld als werkloos kwam ze tot een werkloosheidspercentage van 15 eind 2016 (ECB, 2017). Dat is ruim 1,5 keer het ‘officiële’ werkloosheidscijfer. Ten derde: de sociale zekerheid is in de afgelopen jaren versoberd. Hierdoor zijn de inkomsten van werklozen afgenomen en is men bereid om voor een lager loon te komen werken dan voor de crisis. Ten vierde: ook de flexibiliseringsmaatregelen in een aantal landen dragen bij aan de bereidheid van werkzoekenden om lagere lonen te accepteren. Al met al is de onderhandelingspositie van werknemers nog vrij zwak en dat uit zich in een beperkte loongroei.

Investeringsgroei zet door, maar crisisverlies wordt niet goedgemaakt

De investeringsgroei trekt dit jaar naar verwachting aan ten opzichte van 2016, voornamelijk door een eenmalig buitenproportioneel sterk laatste kwartaal van 2016 in Ierland[1] (investeringen groeiden met 85%). Hierdoor lag het investeringsniveau begin 2017 behoorlijk hoger dan begin 2016, met een positief effect op het jaarcijfer. In 2018 zwakt de groei weer iets af. Dat betekent dat de investeringen de komende twee jaar hun crisisverlies niet goedmaken.

Optimisme en toegenomen vraag drijven investeringsgroei

Een andere belangrijke drijfveer achter de investeringsgroei is het optimisme onder producenten (figuur 5). Dit optimisme wordt gestut door zowel goede verwachtingen over de toekomst als gerealiseerde verbeteringen in orderboeken en capaciteitsbezettingsgraden (figuur 6).

Figuur 5: Producentenvertrouwen zit in de lift en trekt investeringen mee
Figuur 5: Producentenvertrouwen zit in de lift en trekt investeringen meeBron: Macrobond, bewerking Rabobank
Figuur 6: Capaciteitsbezetting in de maakindustrie neemt gestaag toe
Figuur 6: Capaciteitsbezetting in de maakindustrie neemt gestaag toeBron: Macrobond, bewerking Rabobank

Investeringsgroei neemt geen vlucht

Toch lijkt de investeringsgroei geen vlucht te nemen. Zo geven financiële instellingen in de Bank Lending Survey van de ECB (BLS, april 2017) aan dat de investeringsbehoefte van bedrijven in de eurozone lager is dan een jaar geleden. In met name Noordelijke lidstaten lijkt er aan de kostenkant ook weinig prikkel te zijn om te investeren in arbeidsbesparende technologie nu de lonen relatief beperkt groeien ten opzichte van de productiviteit.

Financiële factoren beperken investeringsgroei

In een groot aantal lidstaten lijken ook financiële factoren nog altijd de investeringsgroei te remmen. Uit de BLS van april blijkt dat de acceptatiecriteria in de tweede helft van 2016 opnieuw zijn verkrapt. Hierdoor is het voor bedrijven lastiger om aan krediet te komen, zeker ten opzichte van voor de crisis. Ook is de winstgevendheid van bedrijven (bruto winst gedeeld door bruto toegevoegde waarde) nog relatief laag. Tijdens de financiële crisis van 2008/2009 nam de winstgevendheid sterk af en sindsdien is deze slechts matig hersteld (figuur 7). Tot slot beperkt de noodzakelijke schuldafbouw in een aantal lidstaten de vrij besteedbare ruimte van bedrijven. Op basis van het verleden ligt er nog een lange weg van schuldafbouw in het verschiet (figuur 8; IMF, 2013). De financiële middelen om eventuele investeringswensen te vervullen, lijken gemiddeld dus nog altijd beperkt, al zijn de verschillen tussen de lidstaten groot.

Figuur 7: Winstquote van bedrijven nog niet hersteld van de crisis
Figuur 7: Winstquote van bedrijven nog niet hersteld van de crisisBron: Macrobond, bewerking Rabobank
Figuur 8: Schuld bij bedrijven is nog erg hoog
Figuur 8: Schuld bij bedrijven is nog erg hoogBron: Macrobond, bewerking Rabobank

De lange periode van achterblijvende investeringsgroei tempert de verwachtingen voor de middellange termijn. Het groeipotentieel van de economie van de eurozone is hierdoor namelijk aangetast. De huidige verwachtingen voor de investeringsgroei zijn onvoldoende om dit verlies goed te maken.

Voetnoot
[1] De enorme investeringsgroei in Ierland eind 2016 was zeker niet alleen een teken van economische kracht. Het kwam voornamelijk doordat bedrijven, vermoedelijk om belastingtechnische redenen, hun balansen ‘verhuisden’ naar Ierland en doordat Ierse bedrijven in grote mate intellectueel eigendom importeerden. Boekhoudkundig zorgt dit voor een groter aandelenkapitaal en daardoor investeringsgroei.

Exportgroei trekt aan ondanks appreciatie euro

We verwachten dat de exportgroei dit en volgend jaar na een uiterst zwak 2016 aantrekt. De groeiversnelling komt voornamelijk door een hogere importbehoefte in belangrijke handelspartners als de VS en China. President Trump lijkt vooralsnog weinig voor elkaar te krijgen. We schatten de negatieve effecten op de wereldhandelsgroei van het huidige handelsbeleid van de VS daarom beperkt in. De euro draagt weinig bij aan het herstel van de exportgroei. De euro wordt in 2017 iets duurder ten opzichte van de munten van belangrijke handelspartners en in 2018 zet de appreciatie sterker door. In historisch perspectief blijft de euro in beide jaren wel goedkoop.

Conjunctureel in orde, structureel nog werk aan de winkel

In het jaar 2017 als geheel tikt de economische groei in de eurozone naar verwachting bijna de 2 procent aan. Ondertussen groeit de werkgelegenheid en daalt de werkloosheid gestaag. Cyclisch doet de eurozone het dus ondanks alle politieke en beleidsonzekerheden best wel aardig. Toch zijn er genoeg redenen voor zorgen over de middellange termijn en zullen beleidsmakers het heft steviger in handen moeten nemen om structurele verbeteringen door te voeren.

Schuldenberg blijft probleem

Zo genereert de huidige economische groei onvoldoende inkomsten om de enorme schuldenberg in de eurozone af te bouwen. Zeker in het licht van de matiging van het extreem ruime monetaire beleid van de ECB in de loop van volgend jaar baart dit zorgen. Het risico op een nieuwe schuldencrisis blijft zo als een zwaard van Damocles boven de eurozone hangen. Financiële markten houden daarbij op dit moment in het bijzonder Italië in het oog.

Zwakte op arbeidsmarkt heeft langdurige gevolgen

Daarnaast lijkt het er niet op dat het op korte termijn gedaan is met de nog altijd hoge werkloosheid in grote delen van de eurozone. In met name de zuidelijke eurolanden groeit de economie onvoldoende om de veel te hoge structurele, langdurige en jeugdwerkloosheid drastisch te verlagen. Dit is niet alleen sociaal ontwrichtend, maar biedt ook aanknopingspunten voor een economische neergang in de toekomst. Door langdurige werkloosheid verliezen mensen structureel perspectief op een baan en dus op hun aansluiting op de arbeidsmarkt. Als dit probleem zich voordoet onder een grote groep jongeren, dreigt er een verloren generatie te ontstaan. Gecombineerd met jaren van onderinvestering zorgt dit ervoor dat het groeipotentieel van de economie afneemt. Als gericht beleid uitblijft, ligt op de middellange termijn dus geen economisch herstel in het verschiet. Tel daar de aanhoudende Griekse crisis en mogelijke toekomstige verkiezingswinst voor eurosceptische en protectionistische partijen in Italië bij op, en we weten dat de toekomst van de eurozone de komende jaren hoog op de agenda zal blijven staan. Voor nu lijken de grootste politieke zorgen dus even geweken, maar het tij kan zo weer keren. Zolang lidstaten zich onvoldoende gesteund voelen door hun bevolking, is de kans op betere Europese samenwerking op belangrijke dossiers bovendien klein. Dit is echter wel nodig om uiteindelijk een ongecoördineerde afbrokkeling van de EU en euro te voorkomen. Het voorkomen van die afbrokkeling is van groot economisch belang voor onze open, op handel gerichte Nederlandse economie.

Daadkrachtig beleid is nodig!

Samenvattend kunnen we stellen dat de kortetermijnvooruitzichten voor de economie van de eurozone vrij aardig zijn en dat de politieke risico’s zijn afgenomen. Om de economische toekomst van de eurozone –en dus ook die van Nederland– veilig te stellen, is echter daadkrachtig beleid nodig met specifieke aandacht voor het schuldenprobleem en de arbeidsmarkt.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 68740

naar boven