RaboResearch - Economisch Onderzoek

Achterblijvers op de huizenmarkt

Column

Delen:

Nog maar een paar jaar geleden was het CBS voor huiseigenaren vooral een ongeluksbode, met elke maand beroerd nieuws over dalende woningprijzen en een stijgend aantal ‘onder-water-huishoudens’. Maar tegenwoordig kijken Nederlanders die in een koophuis wonen verlekkerd naar de berichten van het statistiekbureau: dat meldt nu maand in, maand uit dat de prijs van hun huis stijgt. In mei zo’n 7,8 procent vergeleken met het jaar ervoor. Kun je daar nog wel zonder kritiek naar kijken?

Afgelopen jaar is een recordaantal van bijna 215.000 huizen verkocht. Naar verwachting sneuvelt dat record dit jaar alweer, want huizen zijn nog steeds enorm gewild. Meer en meer mensen vinden een baan, en wie werkt komt nog lastig in een sociale huurwoning terecht. In de vrije huursector is het bovendien net zo hard dringen als op de koopmarkt, waardoor de huren zo hoog liggen dat een koophuis –als je dit kunt bemachtigen– een stuk voordeliger is, niet in de laatste plaats door de hypotheekrenteaftrek.

In de eerste vijf maanden van dit jaar wisselden daarom al ruim 92.000 huizen van eigenaar, dik een vijfde meer dan van januari tot en met mei van vorig jaar. Maar doordat er in Nederland nog altijd relatief weinig nieuw wordt gebouwd, slinkt het aanbod te koop staande huizen snel. In 2016 steeg de huizenprijsindex (PBK) van het CBS daardoor al met gemiddeld 5 procent ten opzichte van 2015, en voor 2017 verwachten we minstens 6,5 procent.

Een heel andere groep mensen bekruipt dezer dagen daarom een onbestemd gevoel als ze de jongste woningmarktcijfers zien: de mensen die nog géén eigen huis hebben. Zij moeten zelf meer geld meebrengen als ze een huis willen kopen, maar in de tijd dat ze dit bij elkaar hopen te sparen zijn de huizen die ze op het oog hebben zo veel duurder geworden dat ze buiten de boot vallen.

Dat het nu hosanna is op de woningmarkt is dus niet voor iedereen reden tot juichen. Met dit tempo is kopen voorbehouden aan een slinkende groep mensen, wat vermogensongelijkheid in de hand werkt. Voor degenen die ‘achterblijven’ in de vrije huursector, slokken de woonlasten bovendien een steeds groter deel van het inkomen op.

Die achterblijvers zullen zich dan ook ongetwijfeld afvragen wanneer de gekte op de koopmarkt weer voorbij is. Dat gebeurt logischerwijs pas als de markt een balans vindt. Denk aan een afnemende vraag, bijvoorbeeld omdat potentiële kopers de prijzen te gortig gaan vinden. Of omdat de ECB de rente verhoogt, iets wat ECB-president Mario Draghi zelf de komende tijd niet verwacht.

Naar verwachting blijft de vraag dus hoog. Biedt de aanbodkant dan soelaas voor de achterblijvers? Het is te hopen dat de woningmarkt tijdens het formatieproces een voorname rol krijgt aan de onderhandelingstafel in Den Haag, en dat een nieuw kabinet samen met gemeenten, woningcorporaties en commerciële bouwers echt werk maakt van een evenwichtiger woningmarkt met meer huizen.

Delen:
Auteur(s)

naar boven