RaboResearch - Economisch Onderzoek

Handelsakkoord EU-Japan biedt kansen voor Nederlandse bedrijven

Economisch commentaar

Delen:
  • De Europese Unie en Japan hebben een principeakkoord bereikt over een bilaterale handelsovereenkomst
  • Vooral de Europese (en Nederlandse) voedsel- en landbouwproducenten profiteren hiervan, terwijl dit voor Japan geldt voor de auto-industrie
  • Een definitief akkoord wordt in de komende maanden verwacht, waarna het in 2019 in werking treedt

Na vier jaar onderhandelen was het één dag voor de G20-top in Hamburg zover: op 6 juli ondertekenden de Europese Unie (EU) en Japan een principeovereenkomst voor een handelsakkoord. Het is overigens geen toeval dat deze ondertekening –met bijbehorende ceremoniële activiteiten– een dag voor de G20-top plaatsvond. Zo gaven de Japanse premier Abe en voorzitter van de Europese Commissie Juncker aan dat zij dit als tegenwicht zien tegen toenemende protectionistische bewegingen op het wereldtoneel. Voor Japan is dit een belangrijk signaal na de eerdere mislukking van het Trans-Pacific Partnership (TPP), dat de VS na het aantreden van Trump als president niet meer ondertekenden. Voor de EU vormt dit het grootse handelsakkoord ooit met één land en een belangrijke anti-protectionistische beweging, nadat eerder –eveneens na Trumps aantreden– de onderhandelingen tussen de VS en de EU over het Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) stil kwamen te liggen.

Europees voedsel en Japanse auto’s

Samen nemen de EU en Japan grofweg 19 procent van het mondiale bbp en 38 procent van de mondiale goederenexport voor hun rekening (figuur 1). In de EU zal vooral de voedsel- en landbouwsector hiervan profiteren, terwijl dit in Japan geldt voor de auto-industrie. Een handelsakkoord met minder handelsbarrières levert flinke voordelen op. Volgens schattingen van de Europese Commissie besparen exporteurs in de EU door dit akkoord op jaarbasis ruim 1 miljard euro aan douanerechten. Sinds de crisis is het handelstekort van de EU met Japan gestaag afgenomen, vooral door meer export vanuit de EU (figuur 2) en volgens dezelfde schattingen zou de export van de EU naar Japan door het akkoord zelfs met 34 procent kunnen toenemen; de exportstijging vanuit Japan naar de EU wordt op 29 procent geschat. Op basis hiervan wordt het handelstekort met Japan in de loop der tijd kleiner.

Figuur 1: Fors aandeel wereldhandel EU-Japan
Figuur 1: Fors aandeel wereldhandel EU-JapanBron: CPB wereldhandelsmonitor, Macrobond
Figuur 2: Goederenhandel EU-Japan
Figuur 2: Goederenhandel EU-JapanBron: Eurostat

Nederlandse context

Nederland blaast als EU-lidstaat met het akkoord de handelsrelatie met Japan nieuw leven in. Onze handelsgeschiedenis gaat terug tot de VOC-tijd. Nederland is zelfs heel lang het enige land geweest waar Japan mee handelde. Tegenwoordig is Japan de 23ste handelspartner van Nederland. De export naar Japan voegt grofweg 1 procent toe aan ons bbp (voor wat betreft toegevoegde waarde). We importeren echter meer uit Japan dan dat we er naartoe exporteren (figuur 3).

Van alle Nederlandse sectoren exporteert de voedsel- en landbouwsector het grootste deel van de productie naar Japan. Het gaat om 1,5 procent van de door deze sector geproduceerde voedingsmiddelen. Vooral vlees, kaas en groenten zijn gewilde Nederlandse producten. Onder meer voor deze sector kan het handelsakkoord met Japan dus voordelig zijn. Japan zal bij het ingaan van het akkoord de importtarieven op een groot deel van de Europese voedingsmiddelen verlagen. Op veel kazen, zoals onze Gouda-kaas, verlaagt het land op de lange termijn de belasting. Wanneer het handelsakkoord definitief doorgaat, biedt dit dus meer afzetmogelijkheden voor bedrijven in deze sector.

Voor wat betreft onze export naar Japan in absolute zin is het grootste bedrag echter gemoeid met de verkoop van machines en vervoermaterieel (figuur 4), vooral onze landbouwmachines. Japan neemt daarnaast veel chemische producten van Nederland af. Verreweg het grootste deel van deze export betreft farmaceutische producten. De chemische en farmaceutische industrie zullen baat hebben bij het handelsakkoord, omdat zowel Europa als Japan de importtarieven op industriële producten zal verlagen. De hoeveelheid diensten die we exporteren naar Japan is met 2,3 miljard euro iets kleiner dan onze goederenexport. Dit zijn met name ICT-diensten. Ook voor de Nederlandse dienstverlenende bedrijven kan het handelsakkoord met Japan voordelig zijn; het zorgt er namelijk voor dat ze vrije toegang hebben tot de Japanse markt.

Figuur 3: Goederenbalans Nederland-Japan
Figuur 3: Goederenbalans Nederland-JapanBron: CBS
Figuur 4: Goederenexport van Nederland naar Japan
Figuur 4: Goederenexport van Nederland naar JapanBron: CBS

What’s next?

De verwachting is dat het akkoord de komende maanden verder uit wordt onderhandeld en in 2019 in werking zal treden. Openstaande punten hebben vooral te maken met investeringsbescherming en geschillenafhandeling. De EU wil het laatste het liefst via een speciaal hof van arbitrage laten verlopen, terwijl Japan hier geen voorstander van is en het bij de huidige vorm van ad hoc arbitrage wil laten. Overigens is de uiteindelijke kans van slagen aan Japanse kant groter dan aan Europese zijde. Dit heeft vooral te maken met het besluitvormingsproces dat in de EU naar verwachting trager zal verlopen. Het nieuwe akkoord moet namelijk nog –ter goedkeuring– zowel langs het Europees Parlement als langs de nationale parlementen. De kans bestaat altijd –net als bij CETA– dat het proces vertraging oploopt of dat het akkoord uiteindelijk zelfs geen doorgang vindt. 

Delen:

naar boven