RaboResearch - Economisch Onderzoek

De economische impact van het arbeidstekort

Themabericht

Delen:
  • De werkloosheid in Nederland was in juni 4,9 procent
  • Een groeiend aantal bedrijven geeft aan belemmerd te worden door een tekort aan arbeidskrachten, vooral in de IT
  • Uit een achterkant-van-een-bierviltje-berekening blijkt daarentegen dat de economische impact van het arbeidstekort het grootst is bij juridisch en managementadviesbureaus
  • Dat bedrijven (buiten de overheid, nuts- en financiële instellingen) een tekort aan arbeid signaleren, belemmert grofweg zeven procent van de economie

De werkloosheid in Nederland dook in juni voor het eerst sinds eind 2010 onder de vijf procent. Steeds meer mensen vinden een baan, waardoor de vijver waarin werkgevers vissen, langzaam leeg raakt. Een groeiend aantal ondernemers[1] geeft daarom aan in de driemaandelijkse conjunctuurenquête van statistiekbureau CBS dat het tekort aan arbeidskrachten hun grootste belemmering is. En waar dit het meest knelt? De IT. Die sector wordt in de media dan ook vaak aangehaald om de toenemende krapte op de arbeidsmarkt te illustreren.

Voor bedrijven in die sector en uiteindelijk voor de Nederlandse economie is die ontwikkeling zorgwekkend. Maar als het over de Nederlandse economie als geheel gaat, is het ook interessant om te kijken naar de sectoren waar dat tekort aan arbeidskrachten wellicht wat minder schrijnend is, maar die economisch gezien wel veel gewicht in de schaal leggen. Daarom kijken we ook naar de toegevoegde economische waarde en de gemiddelde arbeidsproductiviteit. Die gebruiken we als grove indicatoren om een inschatting te maken van de economische impact van het tekort aan arbeidskrachten in 47 branches.

Op basis daarvan is te zeggen dat het in de IT inderdaad krap is en dat beleidsmakers en economen zich dat moeten aantrekken. Maar er zijn ook minder voor de hand liggende branches die omwille van hun belang voor de Nederlandse economie toch aandacht verdienen als zij melden dat ze worden belemmerd door een tekort aan arbeidskrachten. Denk aan bedrijven in het juridisch en managementadvies, de groothandel en de horeca.

Waar knelt de arbeidsmarkt het meest?

In figuur 1 staat de top tien van Nederlandse branches[1] met het grootste aandeel bedrijven dat een tekort aan arbeidskrachten als hun voornaamste belemmering signaleert. 

Figuur 1: IT- en informatiedienstverlening aan kop
Figuur 1: IT- en informatiedienstverlening aan kopBron: CBS, bewerking Rabobank
Noot: conjunctuurenquête over het tweede kwartaal van 2017

Daar zitten nogal wat usual suspects tussen. Zoals die IT-sector, uitzendbureaus en een handjevol industriële branches. Maar ook relatief veel bedrijven die juridisch advies of managementadvies aanbieden zitten behoorlijk omhoog wat arbeidskrachten betreft. Datzelfde geldt voor nummer tien op de lijst, de overige zakelijke diensten: nogal wat beveiligingsbedrijven, callcenters, hoveniers en schoonmakers zitten verlegen om nieuwe collega’s.

Wat is de impact daarvan?

Figuur 1 zegt weinig over de economische impact van het tekort in die top tien. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk naar hoeveel mensen de bedrijven precies op zoek zijn of hoe groot hun rol is in de Nederlandse economie. Daarom kijken we in tabel 1 naar de toegevoegde economische waarde, het deel van het Nederlandse bruto binnenlands product dat in die branches wordt verdiend, en wegen daarmee de top tien. Daarbij gaan we ervan uit dat het tekort aan arbeid niet is gecorreleerd met de toegevoegde waarde per bedrijf. Ofwel: dat bedrijven met een kleinere toegevoegde waarde niet gemiddeld meer of minder op zoek zijn naar mensen dan bedrijven die meer waarde toevoegen. Dat is zeker geen vanzelfsprekendheid[2], maar wel nodig om deze berekening te kunnen maken.

Tabel 1: Advies stoomt op
Tabel 1: Advies stoomt opBron: CBS, bewerking Rabobank
Noot: de sectorale toegevoegde waarde betreft data over 2016

Gewogen naar toegevoegde waarde stijgt de sector juridisch en managementadvies vier plaatsen en weet (net) de IT-sector van de eerste plek te stoten. Die zakt naar plek twee. Het is weliswaar zo dat in de IT iets minder dan anderhalf keer zoveel bedrijven aangeven een tekort aan arbeidskrachten als voornaamste belemmering te zien, maar het aandeel van juridisch en managementadvies in het Nederlandse bbp is een stuk groter dan dat van de IT.

Opvallend is ook dat een aantal sectoren geheel uit de top tien wegvalt. De branche overige transportmiddelenindustrie (waarin onder meer schepen, treinen, vliegtuigen en gevechtsvoertuigen worden gemaakt) zakt bijvoorbeeld naar plek 30, omdat het met een aandeel van zo’n 0,3 procent in het Nederlandse bbp een relatief kleine sector is. De groothandel en handelsbemiddeling komt daarentegen met stip binnen op de lijst. Hier geven nog relatief weinig bedrijven aan een tekort aan arbeidskrachten te hebben, maar het is met een aandeel van 9,2 procent in de Nederlandse economie wél een zeer grote sector. Dat geldt in mindere mate ook voor verhuur en handel van onroerend goed.

De 47 branches die in dit Themabericht worden beschouwd, vertegenwoordigen bij elkaar ruim 61 procent van de Nederlandse economie. Ervan uitgaande dat onze aannames min of meer kloppen, dan wordt grofweg zeven procent van het Nederlandse bbp belemmerd door het tekort aan personeel in de private sector[1]. Dat kan de groei vanuit dat deel van de economie mogelijk afremmen. Bovendien kan er bij nutsbedrijven, financiële instellingen en de (semi-)overheid ook een tekort zijn aan personeel. Daarentegen blijkt dat tekort aan mensen in Nederland nog niet schrijnend genoeg om te leiden tot aanzienlijke loongroei.

Hoe lossen we dit efficiënt op?

Stel, bij wijze van gedachte-experiment, dat de Nederlanders die nu nog geen baan hebben zich elk beroep direct eigen kunnen maken. Hoe zouden zij dan over de 47 branches moeten worden verdeeld om niet alleen tegemoet te komen aan de vraag naar personeel, maar ook om ze zo productief mogelijk in te zetten? De arbeidsproductiviteit ligt gemiddeld bijvoorbeeld hoger in de elektrotechnische industrie en bij farmaceutische bedrijven. Het wegnemen van personeelsbelemmeringen daar zet dus misschien wel de meeste zoden aan de dijk.

Tabel 2: IT terug aan de leiding
Tabel 2: IT terug aan de leidingBron: CBS, bewerking Rabobank
Noot: de arbeidsproductiviteit is op basis van data over 2016

In tabel 2 is de belemmering van het arbeidstekort daarom gewogen naar de gemiddelde toegevoegde waarde per werkende (40-uurs FTE). Hierbij veronderstellen we dat het tekort aan arbeid niet is gecorreleerd met de arbeidsproductiviteit per bedrijf, en dat de productiviteit van een nieuwe werknemer identiek is aan dat van de gemiddelde werknemer die reeds in de branche werkt. Opnieuw stevige aannames, maar ook hier zijn ze noodzakelijk om deze berekening te kunnen doen.

Vergeleken met de top tien naar krapte behoudt de IT- en informatiedienstverlening zijn koppositie: de sector zit verlegen om nieuwe mensen, en wie er al werkt is gemiddeld ook erg productief. Ook voor de machine-industrie, voor juridisch en managementadvies en de overige transportmiddelenindustrie verandert weinig.

Daarentegen vallen de uitzendbureaus buiten de top tien, net als de bedrijven in de overige zakelijke diensten. Hun plekken worden opgevuld door onder meer de elektrotechnische industrie. Het tekort is daar weliswaar (nog) minder groot is, maar werknemers in die branche voegen gemiddeld veel toe aan het Nederlandse bbp.

Conclusie

Het is erg lastig om in te schatten hoe omvangrijk het tekort aan mensen bij bedrijven precies is en hoe erg dat de gehele Nederlandse economie belemmert. Want hoe hard zou het bbp groeien als alle vacatures worden ingevuld? Dat is op basis van deze data moeilijk te zeggen, hoewel onze achterkant-van-een-bierviltje-berekeningen suggereren dat arbeidstekorten nog niet enorm dramatisch zijn voor een groot deel van de Nederlandse economie[3]. Hopelijk is het, door rekening te houden met de toegevoegde waarde van bedrijfssectoren, iets duidelijker geworden dat het in de IT-sector inderdaad flink krap is en dat beleidsmakers zich dat absoluut moeten aantrekken. Maar ook dat er minder voor de hand liggende branches zijn waar het personeelstekort vanwege de economische betekenis van die branche aandacht verdient.

Appendix I - branches

Appendix II – tien sectoren met de meeste toegevoegde waarde

Bron: CBS, bewerking Rabobank

Appendix III – tien sectoren met hoogste arbeidsproductiviteit

Bron: CBS, bewerking Rabobank

Voetnoten

[1] Exclusief (semi-)overheid, nutsbedrijven en financiële instellingen.

[2] Zouden bedrijven met een hogere toegevoegde waarde vaker een arbeidstekort ervaren, dan onderschatten wij het effect. Andersom, als juist bedrijven die minder waarde toevoegen meer moeite hebben om aan personeel te komen, dan overschatten wij de impact.

[3] Dit wil niet zeggen dat een tekort aan mensen op het niveau van bedrijven individueel niet enorm veel impact heeft.

Delen:

naar boven