RaboResearch - Economisch Onderzoek

De Nederlandse gevolgen van Amerikaanse toestanden

Column

Delen:

Sinds 1978 organiseert de Amerikaanse centrale bank, de Fed, elke zomer een symposium in het luxueuze bergresort Jackson Hole. De Europese Centrale Bank wilde kennelijk niet achterblijven, dus die organiseert sinds 2011 een vergelijkbaar forum in het pittoreske dorpje Sintra, dichtbij Lissabon. De inhoud en gastenlijst van deze bijeenkomsten overlappen, maar de locaties zijn kenmerkend voor de verschillen tussen de VS en Europa. Jackson Hole is omringd door de ruwe schoonheid van het Rocky-gebergte en het logo is een cowboy op een wild paard. Sintra staat voor cultuur en geschiedenis met zijn duizend jaar oude Moorse kasteel en twee koninklijke paleizen.

Deze grote verschillen in omgeving waren kennelijk geen bron van inspiratie voor Ben Bernanke, de oud-voorzitter van de Fed. Zijn speech vorige week in Sintra ging over de toenemende ongelijkheid in de VS. Het was een goed verhaal dat hij beter had kunnen presenteren in Jackson Hole. Maar hij was in Sintra, dus moest er een Europees sausje overheen. Die kreeg vorm in een paar extra pagina’s waarbij hij de VS en Europa iets te gemakkelijk aan elkaar gelijk stelde. Hij is niet de enige; ook in Nederland vinden de afgelopen jaren steeds meer mensen dat de tegenstellingen tussen arm en rijk zijn toegenomen, maar net als Bernanke, komt deze perceptie uit de VS. In Nederland is zowel de inkomens- als de vermogensongelijkheid relatief klein en niet noemenswaardig toegenomen.

De beperkte inkomensongelijkheid is het gevolg van bewust overheidsbeleid. Ook in Nederland zetten globalisering en vooral technologische innovatie druk op inkomensgelijkheid. Maar in Nederland zijn degenen die profiteren van deze trends in feite wettelijk verplicht hun winst te delen met de verliezers, net als in andere Europese landen. Er is hier –in tegenstelling tot in de VS– immers een breed gedragen politieke steun voor herverdeling.

Vermogensongelijkheid is moeilijker te meten, maar ook hier wijzen de cijfers niet op een noemenswaardige toename. Ons land heeft een uniek pensioensysteem dat ervoor zorgt dat de meeste werkende Nederlanders vermogen opbouwen. Via pensioenfondsen hebben Nederlanders aandelen in een wereldwijd pakket beursgenoteerde bedrijven. Als deze bedrijven profiteren van de globalisering en nieuwe technologie, dan pikken de meeste Nederlanders daar een graantje van mee. Door de focus op dekkingsgraden is het wellicht aan Nederlanders voorbijgegaan dat het collectief pensioenvermogen, ondanks de crisis, bijna is verdubbeld sinds 2007.

Nederland heeft dus meer middelen dan de VS om financiële ongelijkheid te voorkomen, zelfs meer dan de meeste andere Europese landen. Maar toch heeft Bernanke een belangrijke boodschap voor Nederland, want wij kunnen niet ontsnappen aan het economische beleid van de VS. Volgens Trump en zijn achterban is het afbrokkelen van de Amerikaanse middenklasse te wijten aan de oneerlijke concurrentie van het buitenland. De protectionistische agenda die Trump voorstelt, komt moeilijk van de grond, maar als dit lukt, zal dat Nederland direct treffen aangezien een tiende van onze export naar de VS gaat.

Maar Nederland is niet alleen qua handel blootgesteld aan de politieke spanningen in de VS. Onze pensioenfondsen hebben circa 80 procent van hun vermogen in het buitenland belegd, waarvan een groot deel in de VS (bijvoorbeeld een derde voor ABP). Alle schade die het beleid van Trump zal aanrichten, raakt ook ons pensioenvermogen. Dat kan via dalende aandelenkoersen, maar het kan ook nog vervelender uitpakken. Waarom zouden protectionistische maatregelen zich beperken tot handelsrestricties? Ook kapitaalrestricties horen tot de mogelijkheden. Hoe Amerikanen omgaan met hun toegenomen ongelijkheid en, vooral, wie zij de schuld daarvan geven, kan dus directe gevolgen hebben voor de Nederlandse economie nu en zelfs bepalen hoeveel wij te besteden hebben op onze oude dag. 

Delen:

naar boven