RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wie maakt in Europa de dienst uit?

Column

Delen:

Elke vijf jaar worden honderden miljoenen Europeanen opgeroepen naar de stembus te gaan om een nieuw Europees Parlement te kiezen. Dat minder dan de helft van de stemgerechtigde inwoners van de Europese Unie (EU) daaraan gehoor geeft is niet verwonderlijk: het is bepaald niet duidelijk welke instantie nu precies wat doet in Europa. De EU lijkt te worden geregeerd door talloze raden, commissies, projectgroepen en uitvoerende organen. Elk met eigen voorzitters en presidenten. Welke zijn de belangrijkste, en wie maakt in Europa eigenlijk de wetten? Hieronder een beknopt overzicht.

Europese Commissie

Het dagelijks bestuur van de EU ligt in handen van de Europese Commissie (EC). Dit is een soort kabinet, met een ambtstermijn van vijf jaar. De ‘ministers’ heten eurocommissaris, waar er er -inclusief de voorzitter- 28 van zijn. Namens elke lidstaat één. De huidige voorzitter Jean-Claude Juncker uit Luxemburg heeft geen specifieke portefeuille, maar zijn 27 commissarissen wel. Zo is de Nederlander Frans Timmermans verantwoordelijk voor ‘betere regulering’. De Europese Commissie is de enige instantie binnen de EU die wetsvoorstellen kan indienen. Ze is ook verantwoordelijk voor de begroting van de EU en tikt lidstaten op de vingers als die zich niet aan de Europese wetgeving houden.

Raad van Ministers (ook wel Raad van de Europese Unie genoemd)

In ‘de Raad’ zijn de nationale regeringen van de EU-lidstaten vertegenwoordigd. In de praktijk is er niet één Raad van Ministers, maar zijn er tien werkgroepen waarin de relevante nationale ministers samenkomen. Zoals een werkgroep voor Landbouw en Visserij, Economische en Financiële Zaken en Buitenlandse Zaken. Het voorzitterschap van de Raad van Ministers ligt niet bij een enkele persoon, maar rouleert tussen landen: elk halfjaar leidt een ander land de vergaderingen. Nederland was in de eerste helft van 2016 voorzitter. De Raad kan geen wetsvoorstellen indienen, maar moet wel zijn fiat verlenen aan de voorstellen van de Europese Commissie voordat deze kunnen worden aangenomen.

Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) vertegenwoordigt de bevolking van de lidstaten. De 751 leden, waarvan 26 uit Nederland, worden daarom elke vijf jaar rechtstreeks door de inwoners van de EU gekozen. Hoewel het EP geen wetsvoorstellen kan indienen, speelt ze wel een rol in het samenstellen van de Europese Commissie en het controleren van Europese wetgeving. De meeste zittingen van het Europees Parlement en zijn parlementaire commissies hebben plaats in Brussel, maar twaalf keer per jaar reizen de parlementariërs en hun aanhang af naar de Franse stad Straatsburg voor een plenaire vergadering. De kosten daarvan worden door het Parlement zelf geschat op 156 tot 204 miljoen euro per jaar.

Hoe komt een Europese wet tot stand?

Van deze drie instellingen mag enkel de Europese Commissie dus wetsvoorstellen indienen. Dat betekent niet dat de Raad van Ministers en het Europees Parlement er voor spek en bonen bijzitten. Zij moeten de voorstellen goedkeuren en kunnen deze wijzigen. Het Parlement is de eerste die zich mag buigen over wetsvoorstellen en wijzigingen kan aandragen. Op zijn beurt kijkt de Raad van Ministers ernaar, houdt de voorgestelde wijzigingen van het Europees Parlement tegen het licht en kan zelf ook met wijzigingen komen.

Dit kan een behoorlijk stroperig proces zijn, omdat de wijzigingen die het Parlement en de Raad voor ogen hebben niet per se met elkaar overeenkomen. Een wet wordt op deze manier zelden bij eerste lezing aangenomen. Om het wetgevingsproces te versnellen, stemmen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van Ministers de inhoud van een wetsvoorstel meestal af vóór het indienen van het formele voorstel. Dankzij deze informele onderhandelingen, triloog genoemd, worden wetsvoorstellen tegenwoordig vaker bij eerste lezing geaccordeerd. Efficiënt, maar omdat de trilogen achter gesloten deuren plaatshebben niet transparant.

En ons eigen parlement?

Hoewel dit weleens wordt geopperd, staan nationale parlementen zeker niet machteloos in de EU. Voordat een Nederlandse minister of staatssecretaris afreist naar Brussel om in de Raad van Ministers wetsvoorstellen te behandelen, moet hij in een brief aan de Tweede Kamer zijn standpunt uitleggen. Op die manier kan de vaste Kamercommissie over Europese Zaken het standpunt nog bijstellen. Desnoods wordt de mening gevraagd van alle Kamerleden. Sommige voorstellen die vanuit ‘Brussel’ komen, zijn bovendien richtlijnen. Dat zijn doelstellingen waar alle lidstaten aan moeten voldoen, meestal binnen twee jaar. Hoe ze dat doen, dat is aan de regeringen van de lidstaten zelf. Dit betekent dat ze zelf met nationale wetten moeten komen om aan de richtlijn te voldoen. En dan geldt het reguliere wetgevingsproces waarin zowel de Tweede als Eerste Kamer zich moeten buigen over wetsvoorstellen. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven