RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederland heeft baat bij een Minister van Voeding en Gezondheid

Column

Delen:

Verschenen in Trouw, 27 januari 2017

Mede-auteur: Michel van Schaik (Directeur Gezondheidszorg)

Slechte voeding is een tijdbom onder onze samenleving. Het maakt mensen minder vitaal en op den duur zelfs ziek. Het volgende kabinet zou een minister van Voeding en Gezondheid moeten aanstellen om deze tijdbom te ontmantelen en daarmee tegelijk de zorg toekomstbestendig te maken.

Zorg staat steevast in de top drie van belangrijkste verkiezingsthema’s. Kiezers zijn terecht bezorgd over de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Kabinet Rutte II kreeg de zorgkosten wel tijdelijk onder controle, maar ons zorgstelsel is niet toekomstbestendig. De uitgaven stijgen sneller dan onze economische groei kan bijbenen. Zorguitgaven verdringen zo andere collectieve uitgaven aan bijvoorbeeld onderwijs en veiligheid. De zorg is ook te veel reparatiezorg en te weinig preventie. Het pijnlijke gevolg is dat steeds meer mensen één of meer chronische ziekten hebben die samenhangen met hun leefstijl, zoals diabetes en chronisch hartfalen.

De ongemakkelijke waarheid is dat niet alleen ouderen, maar ook steeds meer jongeren ongezond zijn door een stapeling van chronische ziekten. Een ongezond dieet en te weinig bewegen is het alom bekende recept voor overgewicht. Minder bekend is wellicht dat dat de kans op diabetes type 2 verhoogt. Diabetes kan weer andere chronische ziekten tot gevolg hebben. Dat wordt met een ‘gezellig’ woord co-morbiditeit genoemd. In tegenstelling tot wat het woord suggereert, gaat het hier niet om dodelijke ziekten, maar wel om ziekten die de kwaliteit van het leven drastisch aantasten. Los van pijn en ongemak, gaat het ten koste van maatschappelijke participatie.

Er is intussen een stortvloed aan concreet bewijs dat voeding in combinatie met beweging een belangrijke sleutel is tot een gezond en vitaal leven. Maar ook al groeit die stapel wetenschappelijke publicaties velen weten die sleutel niet te vinden. Dat kan en moet beter. Voeding moet een centraal speerpunt worden in het zorgbeleid van het volgende kabinet, waarin ook een minister voor Voeding en Gezondheid zit. Dat is essentieel om de Nederlandse gezondheidszorg betaalbaar en toegankelijk te houden.

Zorgaanbieders in Nederland hebben te weinig aandacht voor voeding als medicijn en ze ervaren te weinig prikkels voor preventie. Dat geldt ook voor zorgverzekeraars, omdat investeringen in gezonde voeding elders of pas later renderen. Voor voedingsproducenten mag ‘gezond’ niet langer een holle marketingterm zijn om verkoop van voedingsmiddelen te stimuleren. Banken kunnen hun kennis, netwerken en financiële middelen selectiever inzetten, namelijk vooral bij die bedrijven en zorginstellingen die een impactvolle bijdrage leveren op het gebied van voeding en gezondheid.

Geen enkele partij kan in z’n eentje het tij keren. Wetenschappers, zorginstellingen, verzekeraars en bedrijfsleven zullen met elkaar moeten vernieuwen. De overheid kan dit aanjagen en waar nodig wet- en regelgeving aanpassen waar die belemmerend werkt. Het laten lonen van preventie met gezonde voeding is een belangrijke taak voor een minister van Voeding en Gezondheid. Ook kan deze minister de Nederlandse land- en tuinbouw betrekken. Het is een innovatieve sector die hoogwaardige voedingsmiddelen produceert, maar niet altijd zelf de brug naar de gezondheidszorg kan slaan.

Door zwaar in te zetten op voeding en gezondheid kan de tijdbom onder onze samenleving van ongezond eten en onvoldoende bewegen, ontmanteld worden. Die tijdbom bedreigt niet alleen de gezondheid en kwaliteit van leven van individuen, maar ook de vitaliteit van onze samenleving en daarmee dus ook onze productiviteit en economische concurrentiekracht. Zo is een minister van Voeding en Gezondheid ook een beetje minister van Economische Zaken.

Delen:
Auteur(s)
Barbara Baarsma
Directievoorzitter Rabobank Amsterdam en voormalig directeur Kennisontwikkeling bij Rabobank Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven