RaboResearch - Economisch Onderzoek

Hoge groei ten noordoosten van de Randstad in 2017

Themabericht

Delen:
  • ŸAmsterdam en Utrecht en hun omgeving hebben de meest gunstige economische structuur voor groei in 2017
  • ŸDe economische structuur van het noorden van het land is beduidend minder gunstig voor economische groei
  • ŸGroeicijfers van de afgelopen twee decennia wijzen echter uit dat veel regio’s in de Randstad (vooral in het zuidelijke deel) hun groeiverwachting meestal niet waarmaken, terwijl een aantal regio’s langs de snelwegen naar het zuidoosten en het noordoosten van het land hun groeiverwachting juist vaak overstijgt
  • Wij verwachten een hoge economische groei in en rondom Amsterdam en een hoge werkgelegenheidsgroei in het gebied tussen de Randstad en het uiterste noordoosten van Nederland

Grote sectorale groeiverschillen in 2017

De Nederlandse economie groeit in 2017 naar verwachting met 1,8 procent. De uitvoer van goederen en diensten speelt daarbij als vanouds een grote rol, maar door de toenemende internationale onzekerheden verwachten wij in 2017 een minder sterke exportgroei dan in voorgaande jaren. De groei van de particuliere consumptie trekt in 2017 juist aan en draagt daardoor meer aan de groei bij dan in 2016. Belangrijke oorzaken daarvan zijn de groeiende werkgelegenheid en daarmee het hogere besteedbare inkomen, het herstel op de woningmarkt en het hogere consumentenvertrouwen. Zie onze Visie op 2017 voor een uitgebreide vooruitblik op de Nederlandse economie. De werkgelegenheid groeit naar verwachting met 0,9 procent. De verwachte groei van de uitvoer, de particuliere consumptie, de overheidsbestedingen en de investeringen in 2017 vertaalt zich in een economische groei van 1,8 procent. Een ander woord voor economische groei is toegevoegde-waardegroei . In het vervolg van deze publicatie spreken we over economische groei als het gaat om regio’s en over toegevoegde-waardegroei als het gaat om sectoren.

Hoewel de economische groei in 2017 breed wordt gedragen, verwachten wij grote groeiverschillen tussen de sectoren. Figuur 1 geeft deze verschillen weer en toont voor elke sector de verwachte groei van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid. De figuur toont ook de omvang van de sector (de bolgrootte geeft de toegevoegde waarde per sector in 2015 weer). In de meeste sectoren groeit de toegevoegde waarde in 2017. Met name voor de zakelijke dienstverlening (en daarbinnen vooral de uitzendbranche) en de bouw (vooral door nieuwbouw en in mindere mate woningonderhoud) verwachten wij hoge groei. Ook de informatie & communicatie (vooral door de groei van de ICT) en de detailhandel en de horeca (beide door de groei van de particuliere consumptie) groeien in 2017 bovengemiddeld. Het zijn dus vooral de op het binnenland gerichte sectoren die het goed doen in 2017. Zie hier een uitgebreidere uitleg van onze sectorprognoses 2017.

Groei van de toegevoegde waarde en groei van de werkgelegenheid gaan niet altijd hand in hand. Onder meer door technologische vooruitgang stijgt onze arbeidsproductiviteit. Dat houdt in dat de gemiddelde werkende elk jaar per uur meer produceert. In de afgelopen twee decennia bedroeg die stijging gemiddeld ruim 1 procent per jaar, variërend van -0,9 procent in de horeca tot 3,4 procent in de groothandel (figuur 2). De groei van de toegevoegde waarde moet hoger zijn dan die van de arbeidsproductiviteit om zich te vertalen in meer banen. Voor de groothandel, de transportsector en de industrie verwachten wij bijvoorbeeld een groei van de toegevoegde waarde. Dit zijn echter sectoren met een hoge gemiddelde arbeidsproductiviteitsgroei, waarin elk jaar per gewerkt uur veel meer wordt geproduceerd. De groei van de toegevoegde waarde kan daardoor zelfs met minder werknemers worden gerealiseerd. Daarom verwachten we in die sectoren toch een daling van de werkgelegenheid.

Figuur 1: Hoge groei in de bouw en de zakelijke dienstverlening
Figuur 1: Hoge groei in de bouw en de zakelijke dienstverleningBron: Rabobank
Figuur 2: Grote verschillen in arbeidsproductiviteitsgroei (1996-2015)
Figuur 2: Grote verschillen in arbeidsproductiviteitsgroei (1996-2015)Bron: CBS

Regionale prognoses op basis van sectorprognoses en -structuur

De regionale prognoses zijn gebaseerd op de sectorprognoses uit figuur 1 en het aandeel van die sectoren in de regionale economie. Een groot aandeel van sterke groeisectoren heeft een positief effect op de prognose. Zo heeft het grote aandeel van de zakelijke dienstverlening in en rondom Amsterdam een positief effect op de verwachtingen voor de economische groei. Van die sector verwachten we namelijk een hoge groei in 2017. Logischerwijs heeft een groot belang van sectoren met een relatief lage groei een negatief effect op de verwachtingen. In regio’s waar de zorg of de overheid een relatief groot deel van de toegevoegde waarde voor haar rekening neemt, verwachten we een lagere economische en werkgelegenheidsgroei. Vanwege regionale verschillen in economische structuur verschilt dus ook de verwachte regionale groei. Als we dit voor alle sectoren en voor alle regio’s doorrekenen, volgen daaruit onderstaande kaarten.

Figuur 3: Randstad heeft de meest en Noord-Nederland de minst gunstige structuur voor economische groei
Figuur 3: Randstad heeft de meest en Noord-Nederland de minst gunstige structuur voor economische groeiBron: Rabobank
Figuur 4: Voor werkgelegenheidsgroei is de structuur rondom Amsterdam het meest gunstig                                                                                         -
Figuur 4: Voor werkgelegenheidsgroei is de structuur rondom Amsterdam het meest gunstigBron: Rabobank

De kaarten tonen een duidelijk ruimtelijk patroon, met een bovengemiddelde groeiverwachting voor de meeste Randstedelijke regio’s en Oost-Brabant. Binnen de Randstad valt met name de noordvleugel op, met vooral een hoge groei in en rondom de grote steden. In die regio’s hebben de sectoren met een hogere groeiverwachting een groot aandeel in de regionale economie, met name de zakelijke dienstverlening. Amsterdam en Stadsgewest Utrecht zelf hebben een lagere verwachting voor de economische groei vanwege het grote aandeel van de financiële dienstverlening. Omgekeerd is vooral voor grote delen van Noord-Nederland het belang van sectoren met een lagere groeiverwachting groter. Overig Groningen, waarin de stad Groningen ligt, valt in dat opzicht op, met een zeer lage verwachte economische groei en een bovengemiddelde verwachte werkgelegenheidsgroei. De delfstoffenwinning is daar goed voor 45 procent van de totale toegevoegde waarde, wat vanwege de verdere daling van het productieplafond voor gaswinning een negatief effect heeft op de verwachte groei. Omdat het een uitzonderlijk arbeidsextensieve sector is, heeft dat veel minder effect op de werkgelegenheidsprognose.

De werkelijke groei zal anders uitpakken

De werkelijke groeicijfers van regio’s wijken af van de groeicijfers die kunnen worden verwacht op basis van hun sectorstructuur. Die afwijking kan talloze oorzaken hebben, zoals agglomeratie-effecten, bevolkingskrimp, de kwaliteit van het ondernemerschap, de fysieke en digitale infrastructuur, de prijs en beschikbaarheid van bedrijfsruimte en de kwaliteit van regionaal economisch beleid. Onderstaande figuren tonen voor alle regio’s de gemiddelde verwachte en de gemiddelde werkelijke groei van de economie (figuur 5) en de werkgelegenheid (figuur 6) in grofweg de afgelopen twintig jaar. De regio’s zijn geordend naar het verschil tussen beide. In Agglomeratie Haarlem, links in beide figuren, was de jaarlijkse groei van de economie dus ongeveer 2 procentpunt lager dan op grond van de economische structuur mocht worden verwacht. Dat Haarlem minder hard groeit, is niet vreemd. De regio heeft vooral een belangrijke woonfunctie voor forensen die elders in de Randstad werken. Hetzelfde geldt voor Het Gooi en Vechtstreek. Ook in Delfzijl en omgeving en in IJmond bleef de werkelijke groei van zowel de productie als de werkgelegenheid achter bij de verwachting. Rechts in de figuren vinden we de regio’s met een hogere groei dan kon worden verwacht op basis van hun sectorstructuur. Flevoland heeft weliswaar een belangrijke woonfunctie voor pendelaars die dagelijks naar de Randstad reizen, maar is mede door zijn sterke bevolkingsgroei zelf ook een forse economische groeiregio.

Figuur 5: Verwachte en werkelijke economische groei lopen in veel regio’s sterk uiteen
Figuur 5: Verwachte en werkelijke economische groei lopen in veel regio’s sterk uiteenBron: CBS, Rabobank
Figuur 6: Verwachte en werkelijke werkgelegenheidsgroei lopen in veel regio’s sterk uiteen
Figuur 6: Verwachte en werkelijke werkgelegenheidsgroei lopen in veel regio’s sterk uiteenBron: LISA, Rabobank

Figuur 7 en 8 geven de gemiddelde jaarlijkse afwijking van de groeiprognoses weer en zijn dus een ruimtelijke weergave van het verschil tussen de blauwe en oranje bolletjes in figuur 5 en 6. De meeste Randstedelijke regio’s realiseren een lagere groei dan voorspeld. Dat geldt vooral voor de kustregio’s, Het Groene Hart en Het Gooi en Vechtstreek. De regio’s in Zuid-Holland kenden in de afgelopen twee decennia vrijwel allemaal een lagere groei dan op grond van hun economische structuur mocht worden verwacht. Het zijn juist de regio’s buiten de Randstad die er positief uitspringen. Vooral de gebieden langs de A6, de A7 en de A28 naar het noorden (tot en met Noord-Overijssel en Zuid-Friesland) en de A2 naar het zuidoosten (tot Zuid-Limburg) zijn herkenbaar. Dat is geen verrassing. Vanwege de grote druk op de ruimte en de hoge prijzen voor bedrijfsruimte in de Randstad zijn de regio’s buiten de Randstad vooral voor ruimte-intensieve bedrijvigheid aantrekkelijke vestigingsgebieden. In Noord-Overijssel, en daarbinnen vooral in Zwolle, komt daar de forse bevolkingsgroei bij, wat een basis biedt voor groei van zogenoemde verzorgende activiteiten zoals de detailhandel, de zorg en de horeca. Dat laatste zien we ook in Zuidwest-Gelderland. Dit toont de uitdijing van de Randstad in die richtingen. Als we rekening houden met de gemiddelde afwijking van de verwachte groei in het verleden en daarmee de regionale prognoses corrigeren, ontstaat het beeld van figuur 9 en 10. Ook daarin zijn de regio’s langs de snelwegen naar het zuid- en noordoosten zichtbaar. Vooral het gebied tussen de Randstad en het uiterste noordoosten van het land valt op.

Figuur 7: De meeste Randstedelijke regio’s maken hun economische groeiverwachting niet waar
Figuur 7: De meeste Randstedelijke regio’s maken hun economische groeiverwachting niet waarBron: Rabobank
Figuur 8: Vooral het gebied ten noordoosten van de Randstad overstijgt haar verwachting voor werkgelegenheidsgroei
Figuur 8: Vooral het gebied ten noordoosten van de Randstad overstijgt haar verwachting voor werkgelegenheidsgroeiBron: Rabobank
Figuur 9: Hoge economische groei verwacht in en vooral rondom Amsterdam
Figuur 9: Hoge economische groei verwacht in en vooral rondom AmsterdamBron: Rabobank
Figuur 10: Hoge werkgelegenheidsgroei verwacht ten noordoosten van de Randstad
Figuur 10: Hoge werkgelegenheidsgroei verwacht ten noordoosten van de RandstadBron: Rabobank

Nuancering: groeipotentie is dus geen groeiverwachting

De gedachtegang van deze regionale prognoses is dus als volgt. Omdat regio’s een bepaalde sectorstructuur hebben, zouden zij een bepaalde economische groei moeten kunnen realiseren (groeipotentie, figuur 3 en 4). Het verleden wijst echter uit dat veel regio’s die groei niet waarmaken of juist ontstijgen (afwijking van de groeipotentie, figuur 5, 6, 7 en 8). Daarom corrigeren wij de groeipotentie met die afwijking om tot de groeiverwachting te komen (figuur 9 en 10).

Vooral een aantal Randstedelijke regio’s heeft veel groeipotentie omdat de sterk groeiende professionele dienstverlening daar bovengemiddeld is vertegenwoordigd. Omvang, de hoge druk op de ruimte en daarmee gepaard gaande hoge grondprijzen zijn daarbij remmende factoren. De grootstedelijke gebieden kunnen de jaarlijkse groeicijfers van bijvoorbeeld Flevoland onmogelijk evenaren. Mede door de beschikbare en goedkopere bedrijfsruimte groeide de werkgelegenheid in Flevoland in de afgelopen twee decennia met gemiddeld 3,4 procent per jaar. De groei in de overige regio’s aan de randen van de Randstad en zelfs ten noordoosten van Flevoland rust ook deels op de beschikbaarheid en lagere prijs van ruimte. Daarnaast speelt omvang een grote rol. De economieën van Amsterdam en Rijnmond zijn beide groter dan die van de drie noordelijke provincies samen, waardoor de noordelijke regio’s veel sneller een hoge relatieve groei realiseren. De relatief lage verwachte werkgelegenheidsgroei in bijvoorbeeld Rijnmond staat dan ook voor meer extra banen dan de hoge verwachte werkgelegenheidsgroei in Zuidwest- en Zuidoost-Friesland samen. Dit is een belangrijke nuance, want dat betekent dat de absolute economische groei zich wel degelijk concentreert in de Randstad.

Delen:
Auteur(s)

naar boven