RaboResearch - Economisch Onderzoek

De Nederlandse groothandel vaart wel bij de Europese Unie

Themabericht

Delen:
  • Het grootste deel van de export van de Nederlandse groothandel gaat naar EU-landen
  • Met name het vrije verkeer van goederen brengt de Nederlandse groothandel veel voordeel

De groothandel is een belangrijke sector in Nederland. Het belang van ervan is misschien niet altijd zichtbaar doordat groothandelsbedrijven tussenschakels zijn en zelf niets produceren of direct leveren aan de eindklant. Toch is deze sector goed voor 9 procent van de totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie (ter vergelijking: de detailhandel zorgt voor 3,7 procent van de totale inkomsten van Nederland). Daarnaast voorziet de groothandel bijna een half miljoen mensen van werk (CBS, 2016a).

Groothandels zijn bedrijven die producten inkopen en weer doorverkopen zonder daar zelf echte veranderingen in aan te brengen. Afnemers van de goederen zijn bijvoorbeeld bedrijven in de detailhandel, industriële bedrijven of andere groothandels. De groothandel levert naast een assortiment van goederen vaak bijbehorende diensten, waaronder transport en voorfinanciering. Ook biedt een groothandel vaak pre- en aftersalesservices aan, zoals marktonderzoek of een helpdesk (CBS, 2012). De groothandelssector omvat groothandels in veel verschillende producten, variërend van bloemen tot voedingsmiddelen en van kleding tot ICT-producten.  

De groothandel exporteert vooral naar Europa

Internationale handel is belangrijk voor de Nederlandse groothandel. De groothandel is in Nederland na de industriële sector die chemische producten maakt, de sector die voor de meeste waarde producten en diensten uitvoert. Nederlandse groothandelsbedrijven verdienden in 2014 bijna de helft van hun omzet doordat ze producten over de grens verkopen (figuur 1). [1] De Europese Unie (EU) is daarbij het belangrijkste afzetgebied. In totaal was de verkoop van producten aan bedrijven in de overige EU-landen (inclusief het Verenigd Koninkrijk) in 2014 goed voor 32 procent van de omzet van de Nederlandse groothandel (figuur 1).

Figuur 1: De EU is een belangrijk afzetgebied voor de Nederlandse groothandel
Figuur 1: De EU is een belangrijk afzetgebied voor de Nederlandse groothandelDe mate waarin de Nederlandse groothandel in 2000 en 2014 producten verkocht aan verschillende (groepen) landen. De WIOD publiceert de waardes in Amerikaanse dollars. Voor het omrekenen van deze bedragen naar euro’s is gebruik gemaakt van de USD/EUR wisselkoers van 1-1-2014.
Bron: World Input-Output Database, Rabobank

Dit percentage is de afgelopen jaren flink toegenomen. In 2000 verdiende de groothandel 14 procent van de omzet door producten aan EU-landen te verkopen. Een groter deel van de via de Nederlandse groothandels verhandelde producten vond toen een eindbestemming in Nederland.

De toename van de afzet van Nederlandse groothandels in EU-landen –zowel als percentage van de totale afzet als in absolute waarde– geeft aan dat Europa de afgelopen jaren belangrijker is geworden voor de Nederlandse groothandel. Deze ontwikkeling hangt samen met de toename van de totale Nederlandse uitvoer. De Nederlandse export is sinds begin jaren negentig flink toegenomen door onder meer een sterke groei van de wereldeconomie en dalende transactiekosten. Daarnaast speelt de Europese economische integratie een belangrijke rol. Het vrije verkeer van goederen –door de oprichting van de douane-unie en later de interne markt– en de uitbreiding van de EU hebben gezorgd voor een toename van de Nederlandse handel met overige EU-landen. Door de interne markt kunnen goederen vrij van het ene naar het andere land binnen de EU worden verplaatst zonder bij iedere grens met controles en tarieven te maken te krijgen. 

Voetnoot
[1] Het grootste deel van de verkoopwaarde van Nederlandse groothandels werd in 2014 verkocht aan Nederlandse bedrijven. Hiertoe behoort ook de handel tussen Nederlandse groothandels. 8,5% van de totale verkoopwaarde van Nederlandse groothandels dat werd verkocht aan Nederlandse bedrijven, betrof handel tussen Nederlandse groothandels. 

De groothandel verdient 13,5 miljard euro aan wederuitvoer

Figuur 2: Het belang van wederuitvoer in de Nederlandse export is flink toegenomen
Figuur 2: Het belang van wederuitvoer in de Nederlandse export is flink toegenomenBron: CBS

De toename van de totale Nederlandse export wordt voor een groot deel gedreven door de toename van de wederuitvoer (figuur 2). Het aandeel wederuitvoer ten opzichte van de totale uitvoer vanuit Nederland is tussen 2000 en 2015 opgelopen van 43 procent naar 53 procent. Bij wederuitvoer gaat het om producten die door een Nederlands bedrijf worden ingevoerd en in vrijwel dezelfde staat weer worden geëxporteerd. Deze producten worden dus niet in ons land gemaakt. Nederland verdient minder aan wederuitvoer dan aan de export van Nederlandse producten. Aan wederuitvoer verdient Nederland gemiddeld 11 cent per uitgevoerde euro, aan de uitvoer van in Nederland geproduceerde producten gemiddeld 57 cent. Ondanks dat 11 procent toegevoegde waarde door wederuitvoer niet veel lijkt, is wederuitvoer voor de groothandel erg belangrijk. De sector creëerde in 2015 met 13,5 miljard euro meer dan de helft van de Nederlandse toegevoegde waarde door wederuitvoer. De groothandel is dan ook de sector die het meest verdient aan de Nederlandse wederuitvoer. Dit weerspiegelt de rol die ons land speelt als ‘Gateway to Europe’: een belangrijk deel van de export van niet-Europese landen naar de EU komt via Nederland Europa binnen. Nederland houdt het meest over aan wederuitvoer naar Duitsland (6,5 miljard), het Verenigd Koninkrijk (2,8 miljard), België (2,6 miljard) en Frankrijk (2,5 miljard). Onze wederuitvoer is sterk gericht op Europa; het eerste land buiten de EU is de Verenigde Staten en staat op plek tien. Nederland verdient 600 miljoen euro aan wederuitvoer naar dit land (CBS, 2016b).

Groothandel koopt ook veel in van EU-landen

Europa is voor de Nederlandse groothandel niet alleen een essentiële exportpartner, maar is ook op het gebied van import belangrijk. Het grootste deel van de waarde die de groothandel inkoopt, komt uit Nederland. Hiertoe behoort ook de handel tussen Nederlandse groothandels. Maar na Nederland zijn de overige EU-landen de belangrijkste leverancier van producten voor de Nederlandse groothandel; 13 procent van de totale waarde aan producten die de Nederlandse groothandel in 2014 inkocht, kwam uit andere EU-landen (figuur 3). Het percentage van de inkoop van de Nederlandse groothandel dat uit de EU komt, is de afgelopen veertien jaar maar met 2 procentpunt toegenomen.

Met importeren wordt niet alleen de inkoop van producten van andere bedrijven bedoeld, maar ook valt hieronder het invoeren van producten van een eigen filiaal dat is gevestigd in een ander land. Hetzelfde geldt voor het exporteren van producten. Veel Nederlandse groothandels hebben naast een filiaal in Nederland ook een of meerdere vestigingen over de grens. Klanten van groothandels vragen vaak om hen te volgen in hun internationale uitbreidingsplannen, om ook in het buitenland dezelfde producten en diensten geleverd te krijgen. Veel klanten van de groothandel, bijvoorbeeld in de industrie of de retail, internationaliseren steeds verder om meer schaalvoordelen te kunnen realiseren. Daarmee wordt ook de internationale invalshoek voor de groothandel steeds belangrijker. Groothandels die internationaal willen uitbreiden kunnen ook een buitenlandse groothandel overnemen. De inkoop voor de verschillende groothandelsvestigingen in de verschillende landen wordt gezamenlijk gedaan vanwege schaalvoordelen. Ook deze groothandels profiteren van de interne markt van de EU

Figuur 3: Van de goederen die de groothandel inkoopt, komt 13 procent uit overige EU-landen
Figuur 3: Van de goederen die de groothandel inkoopt, komt 13 procent uit overige EU-landenDe mate waarin de Nederlandse groothandel in 2000 en 2014 producten inkocht van verschillende (groepen) landen. De WIOD publiceert de waardes in Amerikaanse dollars. Voor het omrekenen van deze bedragen naar euro’s is gebruik gemaakt van de USD/EUR wisselkoers van 1-1-2014.
Bron: World Input-Output Database, Rabobank

De Nederlandse groothandel heeft veel belang bij de internationale handel in het algemeen, en die met de Europese Unie in het bijzonder. Door de interne markt kunnen goederen vrij van het ene naar het andere land binnen de EU worden verplaatst zonder bij iedere grens met controles en tarieven te maken te krijgen. Wanneer Nederland of een aantal andere landen uit de EU zouden stappen, dan kan dat grote gevolgen hebben voor onze groothandels.

Literatuur

CBS (2016a). Arbeidsvolume naar bedrijfstak en geslacht; nationale rekeningen.

CBS (2016b). Bijdrage wederuitvoer aan bbp in 20 jaar verdubbeld.

CBS (2012). Branchebeschrijving Groothandel.

Delen:
Auteur(s)
Lisette van de Hei
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven