RaboResearch - Economisch Onderzoek

Britse economische groei blijft sterk, maar is de rek er al uit?

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • De Britse economie groeide in het vierde kwartaal van 2016 met 0,6 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor
  • Hiermee bleef de economische groei sterk in het eerste halfjaar na het Brexit-referendum
  • De bestedingen van huishoudens hebben de economische groei in het tweede halfjaar van 2016 grotendeels gedragen
  • We verwachten echter dat dit niveau van consumentenbestedingen niet houdbaar is en voorspellen dat de groei van de particuliere consumptie in 2017 lager zal uitvallen
Figuur 1: Economische groei blijft op peil
Figuur 1: Economische groei blijft op peilBron: ONS, Macrobond, Rabobank

De Britse economie groeide in het vierde kwartaal van 2016 met 0,6 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Hiermee blijft de economische groei sterk in het eerste halfjaar na het Brexit-referendum waarbij de Britten ervoor stemden om de Europese Unie (EU) te verlaten (figuur 1). De groei kwam vooral voor rekening van de dienstensector; de bijdrage van landbouw, productie en bouw was verwaarloosbaar. 

 

Is de rek al uit de consumptie van huishoudens? 

De bestedingen van huishoudens hebben de economische groei in het tweede half jaar van 2016 grotendeels gedragen. De consumptie droeg 0,4 procentpunt bij aan de economische groei in het derde kwartaal van 2016. Het Britse statistiekbureau ONS heeft nog niet bekend gemaakt hoe de consumptie zich in het vierde kwartaal heeft ontwikkeld, maar wel heeft het al aangegeven dat op consumenten gerichte branches veel bijdroegen aan de groei in de dienstensector. De sterke groei in de detailhandel in oktober (4,2 procent j-o-j) en november (2,4 procent j-o-j) suggereren bovendien ook dat huishoudens in het laatste kwartaal van 2016 zijn blijven uitgeven.  

Om een aantal redenen verwachten we echter dat dit niveau van consumentenbestedingen niet houdbaar is. We voorspellen dan ook dat de groei van de particuliere consumptie in 2017 lager zal uitvallen. Een eerste teken dat de rek uit de huishoudconsumptie begint te raken, is dat de groei van de detailhandel na november is afgenomen, tot slechts 0,2 procent j-o-j in december. Daarnaast is het besteedbare inkomen van huishoudens in het derde kwartaal met 0,6 procent k-o-k gedaald en we verwachten dat de besteedbare inkomens dit jaar onder druk blijven staan. Ten eerste doordat de sterke devaluatie van het pond vis-a-vis de munten van de belangrijkste handelspartners de inflatie in het Verenigd Koninkrijk opstuwt (figuur 2).

Figuur 2: Zwakke pond drijft inflatie op
Figuur 2: Zwakke pond drijft inflatie opBron: ONS, Macrobond, Rabobank

Het pond kan zelfs nog verder zakken als een harde Brexit (zie box 1) waarschijnlijker wordt. Ten tweede blijkt uit data van de Bank of England (BoE) dat de bereidheid van Britse bedrijven om nieuwe medewerkers aan te nemen gering is. We verwachten dan ook dat dit de nominale loondruk vermindert.

Om hun consumptie op peil te kunnen houden, hebben huishoudens de daling van hun besteedbare inkomen in het derde kwartaal gecompenseerd door minder te sparen. We verwachten echter dat de daling van het consumentenvertrouwen door de onzekerheid rondom Brexit ertoe leidt dat huishoudens voorzichtiger zullen worden en dit jaar juist meer gaan sparen.

Tot slot hebben huishoudens in het vierde kwartaal waarschijnlijk een deel van hun aankopen naar voren gehaald om te anticiperen op een stijging van de inflatie. Volgens GfK is de inflatieverwachting van huishoudens in november tot historische hoogte gestegen en in december op een hoog niveau gebleven (figuur 3). Tegelijkertijd zijn de verkopen in de detailhandel in november gestegen, terwijl het consumentenvertrouwen was gedaald (figuur 4). 

Figuur 3: Sterke stijging van de inflatieverwachtingen
Figuur 3: Sterke stijging van de inflatieverwachtingenBron: Bloomberg
Figuur 4: Verkopen in de detailhandel blijven op peil, ondanks daling consumentenvertrouwen
Figuur 4: Verkopen in de detailhandel blijven op peil, ondanks daling consumentenvertrouwenBron: Macrobond, Rabobank

Positief vooruitzicht voor export, maar somber investeringsklimaat

Figuur 5: Somber vooruitzicht voor bedrijfsinvesteringen
Figuur 5: Somber vooruitzicht voor bedrijfsinvesteringenBron: BoE, ONS, Marcobond, Rabobank

De kortetermijnvooruitzichten voor Britse exporteurs zijn gunstig vanwege de sterke devaluatie van het pond tegenover de euro en de dollar sinds het Brexit-referendum. Dit geeft Britse exporteurs een concurrentievoordeel. Stijgingen in exportorders volgens de BoE (figuur 5) en Markit PMI ondersteunen dit beeld. We verwachten echter niet dat de exportgroei zal leiden tot een toename van de bedrijfsinvesteringen, aangezien de investeringsbereidheid in de maakindustrie (figuur 5) en de dienstensector zoals gemeten door de BoE laag blijven. De onzekerheid rondom Brexit en de impact ervan op de Britse vrijhandel en economie zullen de bedrijfsinvesteringen dit jaar waarschijnlijk blijven drukken.

 

Box 1: Het Verenigd Koninkrijk stevent af op een harde Brexit

Figuur 6: De EU is de belangrijkste exportpartner van het VK
Figuur 6: De EU is de belangrijkste exportpartner van het VKBron: OECD, Rabobank

De vooruitzichten voor de lange termijn van de Britse economie hangen onder meer af van de mate waarin vrijhandel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK) blijft bestaan. De EU is namelijk de belangrijkste handelspartner van het VK. Ongeveer 47 procent van de totale Britse export gaat naar de EU (figuur 6) en dit draagt voor bijna 12 procent bij aan het Britse bbp.

De Brexit-plannen die de Britse Premier Theresa May deze maand bekend heeft gemaakt (zie: May’s Brexit-plan less rosy than outlined), bieden geen rooskleurig vooruitzicht voor het behoud van vrijhandel met de EU. Als het aan May ligt, zal het VK de Europese interne markt verlaten (een zogenoemde ‘harde Brexit’) zodat het vrije verkeer van EU-migranten aan banden wordt gelegd. Bij een vertrek uit de interne markt wordt daarnaast een einde gemaakt aan de jurisdictie van het Europese Hof van Justitie en hebben de Britten weer de mogelijkheid om bilaterale vrijhandelsverdragen te sluiten met landen buiten de EU. Een bijkomend voordeel van het verlaten van de interne markt is dat het VK niet meer hoeft bij te dragen aan de EU-begroting.

Met het verlaten van de interne markt maakt Theresa May echter niet alleen een einde aan het vrije verkeer van personen, maar zet ze ook het vrije verkeer van goederen, diensten en kapitaal op het spel. Omdat een toename van handelsbarrières op de Britse export naar de EU grote negatieve gevolgen kan hebben voor het VK, willen de Britten graag uitgebreide toegang tot de interne markt behouden. Hoewel Europese bedrijven ook zullen profiteren van een handelsovereenkomst met zoveel mogelijk vrijhandel, is het onwaarschijnlijk dat de EU dit zal toelaten. De Britten zouden dan namelijk de krenten uit de pap halen: wel de voordelen van vrijhandel met de EU, maar niet de bijbehorende lasten van het EU-lidmaatschap. Als de EU zou toegeven aan alle wensen van het VK, riskeert de unie dat andere lidstaten ook willen vertrekken en, in het ergste geval, dat zij uiteenvalt. Dit zou tot veel grotere economische schade leiden dan de Brexit.

Hoewel Theresa May controle over immigratie verkiest boven toegang tot de interne markt, heeft de meerderheid van het Britse parlement een voorkeur voor het in stand houden van de interne markt. Het parlement zal daarom proberen om de harde lijn van May via amendementen/wetgeving wat te verzachten. Er zijn verschillende momenten waarop het parlement dit kan doen, bijvoorbeeld bij het inroepen van Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon[1]. Het Britse Hooggerechtshof besliste op 24 januari dat Artikel 50 pas kan worden ingeroepen als het parlement hiermee heeft ingestemd. Dit geeft het parlement niet alleen meer zeggenschap over de Brexit-strategie, maar leidt wellicht ook tot uitstel van het inroepen van Artikel 50[2]. Een ander moment waarop het parlement invloed kan uitoefenen op de onderhandelingspositie van het VK is tijdens de bespreking van de Great Repeal bill. Deze wet zal een einde maken aan de jurisdictie van het Europese Hof van Justitie en zal alle bestaande EU-wetgeving overhevelen naar Britse wetgeving. De Britse overheid kan de wetgeving vervolgens herzien en eventueel wijzigen.

Voetnoten

[1] Met het inroepen van Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon maakt het VK officieel bekend dat het de EU wil verlaten en start de uittredingsperiode die twee jaar duurt.

[2] Theresa May heeft zichzelf opgelegd Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon voor eind maart in te roepen.

Delen:
Auteur(s)

naar boven