RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Scenario 3: Europese desintegratie, ofwel ‘uiteenvallen’

Themabericht

Delen:

Naar dossierpagina toekomstscenario's voor Europa

  • De samenwerking tussen lidstaten verslechtert en gezamenlijke problemen kunnen onvoldoende worden opgelost
  • Er ontstaat een economische crisis en de werkloosheid loopt flink op
  • Daarop valt eerst de eurozone en vervolgens de EU uit elkaar

Hoofdnoot: aanhoudende onmacht en besluiteloosheid hollen Europese Unie uit

De Europese Unie worstelt met tal van uitdagingen, maar mist de daadkracht om de problemen echt te boven te komen. Bestond er ooit iets van consensus, nu brokkelt deze gestaag af, totdat de EU onbestuurbaar wordt en steeds meer bevoegdheden teruggaan naar nationale overheden. De EU en de eurozone zoals wij die kennen, vallen uit elkaar. Het gevolg is een economische en financiële crisis die geheel anders zal aflopen dan de soevereine schuldencrisis van 2010. Dit komt doordat de lidstaten elkaar niet meer kunnen vinden op een aantal cruciale dossiers, de solidariteit om elkaar te helpen sterk is afgenomen en zowel de middelen als de wil om een financiële crisis te bezweren niet meer aanwezig zijn. Een dergelijk scenario zou zich als volgt kunnen ontvouwen.

De Brexit ontaardt in een vechtscheiding

De Britten en de EU onderhandelen over het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU. Deze onderhandelingen verlopen stroef. De onzekerheid die hieruit volgt, drukt de investeringsgroei in zowel het VK als de eurozone en de werkloosheid in veel landen dreigt weer op te lopen. Om de Britten aan boord te houden, zijn er EU-landen die de Britten concessies willen doen. Zoals op het gebied van immigratiebeleid, omdat dit in een aantal andere landen ook al gevoelig ligt en deze landen daarom niet negatief staan tegenover het beperken van het vrije verkeer van personen. Met deze concessie aan de Britten hopen zij dat de Britse aansluiting bij de Interne Markt grotendeels kan worden behouden. Dit leidt echter tot grote fricties tussen de Oost-Europese landen die het vrije verkeer van personen juist niet willen beperken en een aantal kernlanden die dit juist wel willen. Daarnaast proberen enkele landen de Brexit te gebruiken om hun eigen situatie te verbeteren. Zo vragen de Grieken schuldverlichting en eisen de Portugezen versoepeling van het begrotingsbeleid, dit alles in ruil voor ruimte op EU-niveau voor concessies aan de Britten. Alle probleemdossiers komen hiermee tegelijkertijd op tafel, inclusief de vluchtelingenproblematiek, terwijl de unanimiteit tussen EU-landen, en daarmee het vermogen om tot een oplossing te komen, steeds verder afneemt. Dit vergroot het anti-EU-sentiment en speelt eurosceptische partijen in de kaart. De EU is aan het versplinteren. Het vrije verkeer van personen (Schengen[1]) wordt aan banden gelegd onder druk van een nieuwe instroom van vluchtelingen en door concessies aan de Britten. Toch komt de EU hier niet tot een unaniem besluit en een economisch gunstige deal voor de Britten wordt geblokkeerd.

De euroscepsis woekert voort

In verschillende landen worden EU-referenda gehouden, waarbij in meerderheid tegen lidmaatschap van de EU wordt gestemd. In Italië worden er in 2017 vervroegde verkiezingen uitgeschreven. De Vijfsterrenbeweging wint en het lukt haar om met behulp van een aantal andere eurosceptische partijen de Italiaanse grondwet te wijzigen zodat een referendum kan worden afgekondigd over het eurolidmaatschap. De Italiaanse bevolking stemt tegen de euro, omdat ook daar het anti-Europa-sentiment groeit door aanhoudende bezuinigingen, impopulaire hervormingen en een forse vluchtelingeninstroom. Italië voelt zich in de steek gelaten omdat een Europese oplossing voor de vluchtelingeninstroom uitblijft en sommige Noordelijke landen zelfs de grenzen met Italië sluiten. Het land verlaat per direct unilateraal de euro en voert de nieuwe lire in. Tegelijkertijd blijft Griekenland in gebreke en ook dit land voert weer een eigen munt in, de nieuwe drachme. De nieuwe munten dalen scherp in waarde. Dit verbetert de Italiaanse en Griekse concurrentiepositie, maar het positieve effect daarvan wordt meer dan teniet gedaan doordat zij hun toegang tot de Interne Markt acuut verliezen. Met hun vertrek uit de eurozone hebben zij immers ook hun lidmaatschap van de EU opgezegd. In beide landen lopen (invoer-)inflatie en rente scherp op en dreigt de overheid in gebreke te blijven op haar schulden.

Crisis op de Europese financiële markten

Op de financiële markten wordt vanwege het uittreden van de Grieken en de Italianen inmiddels volop gespeculeerd op een verder uiteenvallen van de EU en daarmee de eurozone. Obligatierentes van zwakkere lidstaten lopen op en de euro daalt sterk tegenover de dollar en de yen. De onzekerheid over het lot van de eurozone brengt een nieuwe kapitaalvlucht op gang vanuit de euro in de dollar en binnen de eurozone van de zwakkere naar de sterkere lidstaten, en van zwakkere naar sterkere banken. De kersverse Bankenunie blijkt niet opgewassen tegen het systemische karakter van deze crisis en diverse lidstaten gaan noodgedwongen (en tegen de in Europees verband gemaakte afspraken in) over tot grootschalige nationalisering van banken. Door deze acties lopen staatsschulden in die landen verder op. In combinatie met de hogere obligatierentes leidt dit ertoe dat de schuldsituatie in steeds meer landen snel onhoudbaar dreigt te worden. De Bankenunie houdt op te bestaan en het toezicht op het bankwezen komt weer terecht bij de nationale toezichthouders.

De roep om ingrijpen door de ECB via de inzet van het OMT-programma of anderszins zwelt aan. Maar de verdeeldheid binnen de ECB is groot. Door het vertrek van Griekenland en Italië heeft het Eurosysteem reeds aanzienlijke verliezen moeten boeken omdat met name de Griekse centrale bank niet kon voldoen aan haar verplichtingen in het kader van Target2. Onder aanvoering van de noordelijke lidstaten is een meerderheid tegen nieuwe steunaankopen en de ECB grijpt daarom uiteindelijk niet in. Ook legt zij het bestaande kwantitatieve verruimingsprogramma stil. De zwakke euro (die reeds met 30 procent in waarde is gedaald ten opzichte van de dollar) dwingt de ECB haar rentetarief te verhogen om een heuse valutacrisis te voorkomen. De inflatie loopt in eerste instantie ook in de rest van de eurozone op als gevolg van hogere invoerprijzen. De effecten op de kapitaalmarktrentes in het complexe krachtenveld van dit scenario zijn buitengewoon lastig in te schatten. Er treedt divergentie tussen de landen op, met hogere spreads voor de zwakke lidstaten ten opzichte van de kernlanden en hogere risicopremies in het algemeen. Op grond van de ‘relatieve’ aantrekkelijkheid van de kernlanden (en dus kapitaalstromen in die richting), restrictiever monetair beleid en algeheel pessimisme over de groei in de toekomst vervlakt de rentecurve van kernlanden als Duitsland en Nederland als gevolg van een dalende lange rente.

Het stoppen van de ECB obligatie-aankopen, onzekerheid of Frankrijk nog wel tot de groep van kernlanden behoort (zoals in de vorige soevereine schuldencrisis) en onzekerheid over wat de uitstralingseffecten van het uittreden van Italië en Griekenland voor de andere landen (en hun overheidsfinanciën) zijn, betekenen echter dat de rentecurve van kernlanden als Duitsland en Nederland in eerste instantie ook zou kunnen versteilen vanwege hogere termijnpremies.

Een nieuwe crisistop kan het tij niet meer keren

In reactie op deze voor de EU desastreuze ontwikkelingen wordt een speciale EU-crisistop ingelast. Daar blijkt hoezeer de onderlinge verhoudingen zijn verzuurd en het vertrouwen en de bereidheid tot samenwerking zijn verdampt. Er wordt na dagenlange gesprekken geconcludeerd dat de euro het uiteindelijk niet gaat redden en beter actief kan worden opgeheven, vooral omdat de wil bij de welvarende lidstaten ontbreekt om opnieuw de portemonnee te trekken. Er volgt een overbruggingsperiode waarin de oud-eurolanden de nieuwe nationale munten invoeren. Om grootschalige kapitaalvlucht tegen te gaan, voeren alle oud-eurolanden kapitaalcontroles in, waardoor geld niet meer naar het buitenland kan worden overgeboekt. Direct na de aankondiging dat de eurozone uiteenvalt, worden afspraken gemaakt over de nieuwe wisselkoersen. Nationale overheden en later ook bedrijven gaan tijdelijk geïmproviseerd geld in de vorm van IOU’s gebruiken (die later één-op-één zullen worden omgezet in de lokale valuta). Dit is nodig om onzekerheid weg te nemen en omdat bedrijven, huishoudens en overheden anders geen nieuw schuldpapier kunnen uitgeven. Er volgt een massale bank run omdat mensen denken dat euro-bankbiljetten op termijn tegen gunstigere voorwaarden kunnen worden ingewisseld tegen het nieuwe geld dan girale saldi. Daarom wordt het maximale bedrag dat klanten mogen opnemen van hun bankrekening zwaar ingeperkt. Dit speelt vooral in Zuid-Europa, waar het bankwezen verder in de problemen komt. Ondanks de kapitaalcontroles dalen de nieuwe wisselkoersen op de markten, waarbij de Duitse ‘euro’ in relatieve zin apprecieert tegenover de andere Europese wisselkoersen, maar niet tegenover belangrijke valuta’s zoals de dollar, het Britse pond en de Zwitserse frank. Het land is niet langer een veilige haven in de internationale context. De Nederlandse monetaire autoriteiten streven naar een koppeling van de Nederlandse ‘euro’ aan de Duitse, wat een terugkeer naar de monetaire situatie in het pre-eurotijdperk betekent.

Economische gevolgen zijn desastreus

De instroom van buitenlandse investeringen (FDI) in Europa droogt op, de inflatie stijgt en de rentes in alle oud-eurolanden gaan omhoog, zij het in het noorden minder dan in de rest van de voormalige eurozone. Investeringen van bedrijven krimpen, de werkloosheid stijgt en de bestedingen van huishoudens dalen. Er ontstaat een roep om protectionisme in onder andere Frankrijk, waardoor ook de interne markt feitelijk ophoudt te bestaan. Grenscontroles en (non-tarifaire) handelsbarrières worden ingevoerd. Dit schaadt de handel van goederen en diensten tussen EU-landen. De Europese economieën komen door dit alles in een diepe recessie terecht. Hierdoor stijgen de overheidsuitgaven en dalen de overheidsinkomsten, waardoor het overheidstekort in alle landen sterk oploopt. Dit zet op zijn beurt weer de houdbaarheid van staatsschulden onder druk. Ook onder gezinnen en bedrijven nemen de betalingsproblemen toe. De interne handel tussen de lidstaten in Europa zakt in. Pensioenfondsen en beleggers lijden zware verliezen op hun binnenlandse en in mindere mate hun buitenlandse beleggingen. Dit laatste omdat de beleggingen buiten de voormalige eurozone dankzij de zwakke euro wat in waarde stijgen. Door de algehele rentestijging hoopt men dat de dekkingsgraden van pensioenfondsen iets kunnen toenemen doordat de contante waarde van de passiva afneemt. Helaas wordt dit positieve effect meer dan teniet gedaan door de zware vermogensverliezen die zij moeten incasseren. Daarbij zal de rentecurve uiteindelijk weer vervlakken en invers worden, waarbij de rentes aan de lange kant (veel) minder hard stijgen dan aan de korte kant.

Ook komt een eind aan het gemeenschappelijke landbouwbeleid, dat ooit een belangrijke rol speelde bij de Europese samenwerking. Dit leidt tot een diepe crisis in de agrarische sector in de Europese lidstaten.

Box: Hoe het uiteenvallen van de EU tot een langdurige landbouwcrisis leidt

In het uiteenvallende Europa gaan de landen op landbouwgebied steeds meer hun eigen weg. Nederland zoekt meer samenwerking met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, zijn belangrijkste handelspartners. De Nederlandse land- en tuinbouw moet een grote veer laten, doordat de agrarische export voor een deel wegvalt en de thuismarkt te klein is om het extra aanbod te absorberen. Prijzen van zuivel, vlees en aardappelen dalen dan ook aanzienlijk in Nederland en dit veroorzaakt een langdurige crisis in de agrarische sector. De Nederlandse overheid is weinig geneigd om een helpende hand te bieden en in plaats van gerichte ondersteuning voor agrarische ondernemers in problemen verwijst zij bedrijven die het niet redden naar het reguliere sociale vangnet voor faillerende ondernemers. In landen als Frankrijk en Duitsland is de crisis milder, omdat de landbouw in deze landen kan terugvallen op een veel grotere binnenlandse markt. Ook kunnen zij dankzij steun van hun nationale overheden een stevigere vuist maken in exportmarkten.

Institutionele crisis

De positie van Europa als blok in de wereld verzwakt enorm, want er zijn geen vertegenwoordigers meer voor Europa als geheel en de vertegenwoordigers van de individuele Europese landen komen niet of nauwelijks toe aan het formuleren van een gemeenschappelijk belang. Het Europees Parlement en de Europese Commissie worden zwaar versoberd. Brussel lijkt steeds meer op een spookstad. De Europese Commissie krijgt de opdracht van de nationale leiders om een nieuwe en minimalistische samenwerking in Europa op te stellen. Dit wordt een uitkleding van het bestaande Europese Verdrag waarbij de meeste bevoegdheden terug bij de lidstaten worden gelegd en waarbij uiteindelijk een tamelijk rudimentaire douane-unie het middelpunt vormt, die veel minder ver gaat dan de Interne Markt. Het Europees Parlement heeft geen functie meer en wordt na verloop van tijd opgeheven. De ECB krijgt de opdracht om voor de afwikkeling en monetaire en financiële ontrafeling van de muntunie te zorgen. De sterk verzwakte positie van Europa zet andere landen, waaronder bijvoorbeeld Rusland, ertoe aan om hun eigen agenda uit voeren. Russische inmenging in zijn buurlanden leidt tot een stevige destabilisatie van de betreffende landen, vooral in de Baltische staten, Polen en Slowakije, maar ook in Griekenland. De Verenigde Staten zien de EU niet meer als een volwaardige entiteit en zoeken uitsluitend nadere samenwerking met de lidstaten die er naar hun mening in economisch, politiek of militair opzicht nog wel toe doen.

Gevolgen voor Nederland

Als een van de meest open economieën op het Europese continent wordt Nederland hard getroffen door de versplintering van de Europese Unie. De export van ons land valt scherp terug. Niet alleen door protectionistische maatregelen door onze handelspartners, maar ook door een relatief sterke munt ten opzichte van die van een aantal belangrijke Europese handelspartners. Die relatief sterke munt beperkt weliswaar de gevolgen voor de inflatie, maar Nederland raakt toch in een nieuwe recessie. Ook de doorvoerhandel krijgt zwaar te lijden onder de Europese versnippering, waardoor ons land zijn rol als poort van Europa verliest. Sectoren als transport en logistiek maken slechte tijden door en de Rotterdamse en Amsterdamse haven zien hun volumes scherp afnemen. De tweede Maasvlakte verwordt tot een nieuw natuurgebied en Schiphol ziet zijn functie als Europese hub sterk in belang afnemen. De afwikkeling van de monetaire unie leidt ook tot forse verliezen voor de centrale bank, die uiteindelijk worden afgewenteld op de Nederlandse overheid.

Scenario ‘Uiteenvallen’ samengevat

  • Brexit-onderhandelingen verlopen stroef en leiden tot een scheiding der geesten binnen de EU
  • Samenwerking tussen EU-landen verslechtert steeds meer, anti-EU-sentiment laait verder op
  • Enkele lidstaten verlaten de eurozone; hun munten dalen scherp in waarde
  • Financiële chaos; de vertrekkende landen blijven in gebreke op overheidsschuld
  • Bankenunie valt uiteen; sommige landen moeten meerdere grote banken nationaliseren
  • Men besluit de euro op te heffen; invoering kapitaalrestricties
  • Interne Markt valt uiteen; wat overblijft is een rudimentaire douane-unie
  • Politieke samenwerking houdt op te bestaan; Europees Parlement wordt opgeheven, Brussel wordt spookstad
Figuur 1: Economische gevolgen scenario 'Uiteenvallen' voor Nederland
Figuur 1: Gevolgen scenario 'Uiteenvallen' voor NederlandBron: Rabobank

Voetnoot
[1] In de Verklarende woordenlijst van economische termen worden alle onderstreepte woorden in deze publicatie uitgelegd. 

Literatuur

Baarsma, B.E. & D. van Schoot (2016), Vrijhandel blijft middel om welvaart voor allen te creëren, Het Financieele Dagblad, 4 november 2016

Berg, M. van den (2016), Naar een maatschappelijk verantwoord handels- en investeringsregime, esb.nu, 28 november.

Boonstra, W.W. (2012), Conditionele Eurobonds als overgangsregime, Economisch Statistische Berichten, 2 maart 2012, pp. 134 - 137

Boonstra, W.W. (2016a), Breaking up is hard to do, Rabobank Special.

Boonstra, W.W. (2016b), De voor- en nadelen van Eurobonds, Rabobank Special.

Groenewegen, J. & N. Vrieselaar (2016), Zo eenvoudig is een ‘Nexit’ niet, Rabobank Special.

Groot, E. de (2016), EU exit contagion risk, Rabobank Special.

Jonung, L. & E. Drea (2009), The Euro: It Can’t Happen. It’s a bad Idea. It Won’t Last. US Economists on the EMU , 1989 – 2002, European Economy Economic Papers, No 395, December.

Lane, P. (2012), The European Sovereign Debt Crisis, Journal of Economic Perspectives, 20(4), pp. 47 – 66.

Loman, H. & M. Wijffelaars (2016), De eurozone – wanneer is het huis af?, Rabobank Special.

Mundell, R. (1961), A Theory of Optima Currency Areas, American Economic Review, 51(4), pp.657 – 665.

Roberts, R. (2016), When Britain went Bust, OMFIF Press.

Shambaugh, J.C. (2012), The Euro’s Three Crises, Brookings Papers on Economic Activity, Spring 2012, pp. 157 – 231.

Smit, H. (2016), De Nederlandse land- en tuinbouw heeft groot belang bij de EU, Rabobank Special.

Teulings, C.N., M. Bijlsma, G. Gelauff, A. Lejour & M. Roscam Abbing (2011), Europa in Crisis, CPB Boek 4, uitgegeven bij uitgeverij Balans, 14 november 2011.

Wijffelaars, M. & H. Stegeman (2014), Europese Commissie kijkt toe terwijl Europa uit balans blijft, Rabobank Special.

Wijffelaars, M. (2014), Europese begrotingsregels: feit of fabel?, Rabobank Special.

Delen:

naar boven