RaboResearch - Economisch Onderzoek

Scenario 2: Meer Europa, ofwel ‘Verdieping’

Themabericht

Delen:

Naar dossierpagina toekomstscenario's voor Europa

  • De samenwerking tussen lidstaten verbetert en de Europese integratie gaat verder op belangrijke dossiers
  • Opspelende problemen worden krachtig en gezamenlijk opgelost
  • Convergentie tussen lidstaten neemt toe
  • De economische groei trekt aan en de werkloosheid daalt flink

Hoofdnoot: kiezen voor samenwerken

Na een pijnlijke nederlaag in het referendum in december 2016 is de Italiaanse premier Matteo Renzi afgetreden. In de tweede helft van 2017 volgen nieuwe parlementsverkiezingen. Die worden gewonnen door de eurosceptische Vijfsterrenbeweging, maar deze partij weet uiteindelijk niet genoeg handen op elkaar te krijgen voor een referendum over het eurolidmaatschap. Italië blijft lid van de EU en behoudt de euro, maar het is op het nippertje.

Daarom zit de schrik er onder Europese leiders toch goed in, des te meer omdat de Britse premier Theresa May doorzet met het Brexit-proces. Bovendien blijven eurosceptische partijen in andere landen kiezers naar zich toe trekken door te wijzen op de almaar voortsukkelende economie, de hardnekkig hoge werkloosheid en berichten dat recente immigranten maar moeizaam integreren op de arbeidsmarkt. De roep om daadkracht is groot. De leidende politici in de belangrijke lidstaten beseffen dat er heel veel verloren kan gaan als de EU uiteenvalt. Daarom besluiten zij de handen ineen te slaan. In de hoop het continent uit het slop te trekken, wagen Europese leiders zich aan een sprong voorwaarts, met meer politieke en economische integratie.

De eerste grote stap die zij daarbij zetten, is het aanpakken van het migratieprobleem. Het plan: systematisch en gezamenlijk de buitengrenzen van de Unie bewaken door de pas opgerichte Europese Grens- en Kustwacht flink uit te breiden. Bovendien sluit de Europese Commissie vluchtelingendeals met landen in Noord-Afrika, terwijl zij met Egypte en landen in het Midden-Oosten afspraken maakt over de opvang van vluchtelingen in de eigen regio. De lidstaten beginnen daarnaast een gezamenlijke inlichtingen- en veiligheidsdienst om opbloeiend radicalisme onder de eigen bevolking sneller te ontdekken en in de kiem te smoren.

Hoewel de maatregelen niet direct alle migratieperikelen oplossen, weet deze opvallende vlaag van Brusselse daadkracht wel te overtuigen: eurosceptische partijen verliezen momentum. Ook bij de Nederlandse verkiezingen in maart 2017 weten die niet te winnen. Als later dat jaar ook Fransen en Duitsers naar de stembus gaan, worden de voorpagina’s van de grote kranten al tijden niet meer gedomineerd door vluchtelingen en asielzoekers. Ook daar stemmen de meeste kiezers daarom toch op conventionele partijen. De Europese Unie is vooralsnog gered, maar is nog niet uit de gevarenzone.

Met die electorale crisis afgewend, richten Europese politici zich nu weer op de vraag hoe zij de economie kunnen aanslingeren. Om de door bezuinigingen geradbraakte Zuid-Europese landen tegemoet te komen, worden de Europese begrotingsregels (tijdelijk) versoepeld om, gebruikmakend van de lage rentes, te investeren in onder meer infrastructuur en duurzaamheid. Dit stimuleert de economische groei en de werkgelegenheid op korte termijn en versterkt het verdienvermogen op langere termijn. Vergeleken met het doormodderscenario groeien de Europese en Nederlandse economieën beduidend harder dan voorspeld in het bij dat doormodderscenario behorende basispad. Ook het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB)[1] wordt op een nieuwe leest geschoeid.

Box: Hoe Europa de eenwording onder het GLB voltooit

Sinds 2010 heeft het Europees Parlement medebevoegdheid gekregen op het GLB. Sindsdien is het Europees Parlement zich intensiever met het Europese landbouwbeleid gaan bemoeien en zijn prioriteiten veranderd. Nadrukkelijker gaat de aandacht uit naar inkomenszekerheid, met name in gebieden waar de landbouw onder druk staat zoals in berggebieden en in regio’s met een achtergebleven landbouwstructuur. Bij een verdieping van de EU zal de sociale component van het landbouwbeleid zich dan ook meer en meer richten op behoeftige regio’s. Dit zal ten koste gaan van inkomenssteun voor regio’s met een goed ontwikkelde landbouwstructuur en een moderne en competitieve landbouw. In deze laatste regio’s (waaronder Nederland) zal het beleid zich richten op het verder perfectioneren van de interne markt, (faciliteren van) innovatie en structuurontwikkeling. Daarmee bereikt het GLB zijn voltooiing, met inkomenssteun voor de plattelandsbevolking in achtergebleven gebieden en een competitieve landbouw die maximaal profiteert van de Europese interne markt en mee kan komen op wereldmarkten. Omdat de inkomenssteun zich beperkt tot de echt behoeftigen, hoeft het landbouwbudget niet te groeien. Lidstaten waar de inkomenssteun daalt, schikken zich naar de nieuwe realiteit en weten zich gesteund door een sterke Europese Commissie die toeziet op strikte criteria voor inkomenssteun en op een goed functionerende interne markt.

Door het hogere groeitempo nemen ook de inflatieverwachtingen toe. Hierdoor kan de Europese Centrale Bank (ECB) haar beleid van kwantitatieve verruiming zelfs eerder dan gepland afbouwen, waarna de rente op de financiële markten geleidelijk oploopt en de rentecurve bovendien steiler wordt als gevolg van betere toekomstperspectieven. Om de gevolgen van deze rentestijging op de conjunctuur te compenseren, wordt ingezet op budgettaire stimulering. In navolging van het Juncker-plan wordt een gezamenlijk investeringsfonds opgericht dat grootschalig investeert in infrastructuur, schone energie en kennis. Elk land draagt daar naar rato van de omvang van zijn economie aan bij. Landen worden eveneens aangespoord een minimumdeel van hun nationale inkomen aan R&D te besteden.

Door de hogere rente en aantrekkende economie nemen de rendementen van de Nederlandse pensioenfondsen toe, na eerst wat koersverlies op obligaties te hebben geïncasseerd. Ook stijgt de rekenrente. Beide ontwikkelingen zijn gunstig voor hun dekkingsgraden, waardoor pensioenen eindelijk weer worden geïndexeerd en de premies na verloop van tijd weer wat omlaag kunnen. Dit alles is goed nieuws voor het consumentenvertrouwen en het besteedbare inkomen van huishoudens, en dat is te merken aan een versnelling in de groei van de consumptie.

De EU gaat inmiddels ook strenger letten op macro-economische onevenwichtigheden tussen landen, waarbij ook Duitsland en Nederland eindelijk de noodzaak inzien van het budgettair stimuleren van hun economie en het Duitse overschot op de lopende rekening krimpt. In de landen waar dat nodig is, worden economische hervormingen nu met kracht ter hand genomen. Als extra groei-impuls versterkt het wegnemen van barrières in de dienstensector de Europese interne markt. Het Verenigd Koninkrijk, waarmee de EU nog onderhandelt over uittreding, doet hieraan niet mee.

Nu de werkloosheid verder daalt en de economie groeit, is politiek ook ruimte ontstaan om te werken aan het upgraden van de eurozone tot een optimaal valutagebied. Om te beginnen wordt gewerkt aan een (tijdelijk) programma van gezamenlijke staatsobligaties, Eurobonds. Hierbij gaat het wel om zogeheten ‘conditionele Eurobonds’ die de juiste prikkels bevatten om beleidsmakers te sterken in het voeren van een gezond financieel-economisch beleid (Boonstra, 2012).

Dankzij gezondere overheidsfinanciën en indrukwekkende convergentie-groeicijfers sluiten de Zuid-Europese landen steeds beter aan op de lidstaten in het Noorden. De welvaartsverschillen tussen landen worden kleiner en de grensoverschrijdende arbeidsmigratie neemt toe. Hierdoor krijgt de eurozone steeds meer het karakter van een optimaal valutagebied. Om de stabiliteit van de eurozone verder te vergroten, wordt daarom de Bankenunie afgemaakt, met Europees toezicht op kleine en middelgrote banken en een Europees Depositogarantiestelsel. De economie van de gehele EU trekt aan en de voorspellingen wijzen erop dat de groei van de eurozone sneller gaat dan die van de EU-lidstaten buiten de eurozone. In combinatie met de verbeterde stabiliteit van de munt zijn Polen, Denen en Zweden bereid om binnenkort ook euro’s uit hun geldautomaten te pinnen.

Om ervoor te zorgen dat de overschotten van de landen met een spaaroverschot (overschot op de lopende rekening) effectiever worden ingezet om te investeren in nieuw economisch verdienpotentieel tuigt men de Kapitaalmarktunie op met een uniforme Euro-prospectus en een centrale Europese effectenbeurs. Dankzij de verbeterde toegang van kleine en middelgrote bedrijven tot (durf-)kapitaal buiten de banken om ontstaat in de EU een start-up-scene die kan wedijveren met de Amerikaanse.

Inmiddels lopen de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk ten einde. De relaties zijn gaandeweg het proces aardig verzuurd. Londen aast op vrije toegang tot de interne markt, maar heeft last van interne verdeeldheid: de verschillen tussen Schotland, Noord-Ierland en Engeland worden sinds het referendum fors uitvergroot. Bovendien heeft het land een zwakke onderhandelingspositie. Zo hebben banken en fabrikanten verregaande plannen om Groot-Brittannië te verruilen voor Ierland of het vasteland als Theresa May de sleutels voor de interne markt kwijtspeelt en het bankenpaspoort verliest. Tegelijkertijd heeft de Britse handel met de Unie aan belang ingeboet door de groeiende handel tussen de rest van de EU-lidstaten. En in het VK zelf hangt een tweede Schots referendum over uittreding als een zwaard van Damocles boven het onderhandelingsproces.

Uiteindelijk trekt het Verenigd Koninkrijk dan ook aan het kortste eind. Het land accepteert een positie die vergelijkbaar is met die van de Zwitsers: in ruil voor toegang tot de interne markt blijven de Britten (beperkt) afdragen aan de EU en volgen ze de Europese regels op terwijl ze er zelf geen invloed op hebben. Dat geldt ook voor de regels met betrekking tot vrij verkeer van personen, hoewel het Verenigd Koninkrijk buiten de Schengenzone blijft. De EU heeft duidelijk de beste resultaten binnengehaald. De deal herstelt het vertrouwen in de kracht van de het Europese samenwerking nog meer.

Dat is belangrijk, want na de zogeheten Panama Papers en de Bahama Leaks blijkt uit de nog uit te lekken Dominica Documents dat belastingontwijking op een grotere schaal voorkomt dan voorheen gedacht. Gesterkt door de onvrede in de samenleving hierover wordt besloten stapsgewijs een duaal belastingstelsel in de gehele EU in te voeren. Daarin zitten belastingtarieven op arbeid, waarbij lidstaten de vrijheid hebben zelf de hoogte en progressiviteit te bepalen, en een uniforme taks op kapitaalinkomsten, waaronder vennootschapsbelasting. Het tarief daarvoor wordt vastgesteld op 25 procent. Ook de belastinggrondslag, inclusief regelingen rond bijvoorbeeld royalty’s, worden EU-breed gelijkgetrokken. Onder de indruk van zulke daadkracht en eenheid, blijken de Verenigde Staten en Japan bereid om internationale afspraken te maken over belastingen op bedrijven. Een mondiale aanpak van belastingontwijking komt daarmee dichterbij.

Nu de EU in internationale kwesties duidelijker met één stem spreekt, worden ook de onderhandelingen tussen de EU en de Verenigde Staten over het vrijhandelsverdrag TTIP hervat. President Trump blijkt graag zaken te willen doen met zijn grootste handelspartner, die zich ook ontpopt als een militaire bondgenoot van formaat. Want in Europa is het besef gegroeid dat naast het spreken met één stem ook het hebben van één vuist gewenst is: de militaire samenwerking binnen de EU wordt geïntensiveerd, nadat de meeste lidstaten zich hebben uitgesproken voor een Europees leger. Dankzij gezondere overheidsfinanciën wordt daarbij ook geïnvesteerd in het halen van de NAVO-norm voor militaire uitgaven, te weten 2 procent van het bbp.

De economieën van de eurozone, die nu in grote mate overlapt met de Europese Unie, groeien daardoor gemiddeld harder dan de Britse. In landen om de Unie heen blijft de heropleving van de Europese samenwerking niet onopgemerkt: ook het door boycots en lage olieprijzen geplaagde Rusland zoekt toenadering tot de EU. Vladimir Poetin uit daarbij nog eens de wens om tot een vrijhandelszone te komen ‘van Lissabon tot Vladivostok’.

Scenario ‘Verdieping’ samengevat

  • Europa hervindt zichzelf net op tijd
  • Zwakke economie en Brexit leiden tot roep om meer daadkracht
  • Begrotingsregels EU worden tijdelijk opgerekt om investering te stimuleren
  • Economische groei en lagere werkloosheid leiden tot oplopende inflatieverwachtingen
  • Rente loopt op, yieldcurve krijgt positieve helling
  • Bankenunie en Kapitaalmarktunie worden afgerond. Er komt een EMU-breed DGS
  • Overschotlanden gaan stimuleren, economische hervormingen worden doorgevoerd
  • Geleidelijke convergentie tarieven en grondslag vennootschapsbelasting
  • Convergentie tussen lidstaten neemt toe, doordat zij in welvaartsniveau steeds meer naar elkaar toegroeien.
  • Stevige groei grensoverschrijdende arbeidsmigratie
  • De eurozone ontwikkelt zich tot een optimaal valutagebied
  • VK blijft na Brexit steeds meer achter
Figuur 1: Economische gevolgen scenario 'Verdieping' voor Nederland
Figuur 1: Gevolgen scenario 'Verdieping' voor NederlandBron: Rabobank

Voetnoot
[1] In de Verklarende woordenlijst van economische termen worden alle onderstreepte woorden in deze publicatie uitgelegd. 

Literatuur

Baarsma, B.E. & D. van Schoot (2016), Vrijhandel blijft middel om welvaart voor allen te creëren, Het Financieele Dagblad, 4 november 2016

Berg, M. van den (2016), Naar een maatschappelijk verantwoord handels- en investeringsregime, esb.nu, 28 november.

Boonstra, W.W. (2012), Conditionele Eurobonds als overgangsregime, Economisch Statistische Berichten, 2 maart 2012, pp. 134 - 137

Boonstra, W.W. (2016a), Breaking up is hard to do, Rabobank Special.

Boonstra, W.W. (2016b), De voor- en nadelen van Eurobonds, Rabobank Special.

Groenewegen, J. & N. Vrieselaar (2016), Zo eenvoudig is een ‘Nexit’ niet, Rabobank Special.

Groot, E. de (2016), EU exit contagion risk, Rabobank Special.

Jonung, L. & E. Drea (2009), The Euro: It Can’t Happen. It’s a bad Idea. It Won’t Last. US Economists on the EMU , 1989 – 2002, European Economy Economic Papers, No 395, December.

Lane, P. (2012), The European Sovereign Debt Crisis, Journal of Economic Perspectives, 20(4), pp. 47 – 66.

Loman, H. & M. Wijffelaars (2016), De eurozone – wanneer is het huis af?, Rabobank Special.

Mundell, R. (1961), A Theory of Optima Currency Areas, American Economic Review, 51(4), pp.657 – 665.

Roberts, R. (2016), When Britain went Bust, OMFIF Press.

Shambaugh, J.C. (2012), The Euro’s Three Crises, Brookings Papers on Economic Activity, Spring 2012, pp. 157 – 231.

Smit, H. (2016), De Nederlandse land- en tuinbouw heeft groot belang bij de EU, Rabobank Special.

Teulings, C.N., M. Bijlsma, G. Gelauff, A. Lejour & M. Roscam Abbing (2011), Europa in Crisis, CPB Boek 4, uitgegeven bij uitgeverij Balans, 14 november 2011.

Wijffelaars, M. & H. Stegeman (2014), Europese Commissie kijkt toe terwijl Europa uit balans blijft, Rabobank Special.

Wijffelaars, M. (2014), Europese begrotingsregels: feit of fabel?, Rabobank Special.

Delen:

naar boven