RaboResearch - Economisch Onderzoek

Een worstelend Europa in een veranderende wereld

Economisch commentaar

Delen:

Naar dossierpagina toekomstscenario's voor Europa

  • Wereldwijd brokkelt steun voor vrijhandel en economische integratie af
  • De op handen zijnde ‘Brexit’ is de eerste serieuze vorm van Europese desintegratie
  • Europese samenwerking is vooral politiek gemotiveerd, maar economische integratie is ver voortgeschreden
  • Er is daardoor te weinig aandacht voor de economische gevolgen van het al of niet gedeeltelijk ontmantelen van de Europese samenwerking

Wereldwijd kalft de steun af voor globalisering, internationale vrijhandel en economische integratie. Hierdoor zien we in veel landen een nationalistische reflex. De Britse stem voor uittreding uit de Europese Unie, de ‘Brexit’, en de overwinning van Donald Trump bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn twee voorbeelden van de kracht van deze reflex. In een aantal lidstaten van de Europese Unie staan politieke partijen met een nationalistische agenda sterk in de peilingen, terwijl de komende anderhalf jaar in veel landen verkiezingen zullen plaatsvinden (De Groot, 2016). Door dit alles staat ook het Europese project onder druk.

In discussies over vrijhandel en globalisering spelen economische overwegingen vaak een ondergeschikte rol. Bij het Britse referendum speelde de wens om het beleid ten aanzien van immigratie weer in eigen hand te nemen een veel grotere rol. In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen was, naast immigratie, ook de afkeer van vrijhandel een belangrijk thema. In ons land stelt de PVV in haar verkiezingsprogramma dat het de EU zonder noemenswaardige kosten kan verlaten.

In een goed debat over de voor- en nadelen van het lidmaatschap van de Europese Unie en de eurozone moeten ook de economische voor- en nadelen uiteen worden gezet, zodat de kiezer zijn keuze kan maken op grond van objectieve informatie. Dat is in de praktijk niet eenvoudig. Bij de verhitte debatten over de Brexit en de Amerikaanse verkiezingen is de kiezer vaak op het verkeerde been gezet, door beide partijen. De voorstanders van de Brexit stelden onder meer dat het VK voor toetreding van de EU ook al een sterke economie had. Dat is niet waar; in 1976 moest het VK voor steun aankloppen bij het IMF, omdat het land na jarenlange financiële problemen juist in een diepe financieel-economische crisis verkeerde (Roberts, 2016). Tegenstanders van de Brexit, of beter gesteld de aanhangers van een Bremain, stelden juist dat bij een stem voor Brexit ‘het licht uit zou gaan’. Ook dat is niet waar, aangezien op korte termijn niet zoveel verandert en de economische effecten pas geleidelijk in de loop der jaren zichtbaar zullen worden. Veel Amerikanen zijn verleid om te stemmen op Donald Trump doordat hij vrijhandelsverdragen wil terugdringen om Amerikaanse banen te beschermen. De praktijk zal minder eenvoudig blijken te zijn. Misschien dat President Trump erin slaagt om de Amerikaanse economie en de werkgelegenheid te stimuleren met extra uitgaven aan infrastructuur, maar zijn voorgenomen handelspolitiek zal daar niet aan bijdragen. Want protectionisme brengt de banen die eerder als gevolg van globalisering zijn verdwenen zeker niet terug (Van den Berg, 2016). Als er al industriële werkgelegenheid terugkeert, zal dat gaan om andersoortige banen, waarbij de lopende-bandmedewerkers zijn vervangen door robots. Daarbij is de kans groot dat de banen in bedreigde industrieën die president Trump met handelsbarrières tracht te beschermen dermate duur zijn dat elders in de Amerikaanse economie een veelvoud aan banen teloor zal gaan.

Europese integratie is breder dan financieel-economische integratie alleen. Het oorspronkelijke doel van de Europese samenwerking was boven alles politiek: het voorkomen van oorlog tussen de Europese grootmachten. Inderdaad beleeft het Europese continent een ongekend lange periode van vrede. De samenwerking in het kader van Europese integratie heeft hier een positieve bijdrage aan geleverd, al heeft ook de samenwerking tussen Europese landen en de Verenigde Staten in het kader van de NAVO hier een belangrijke rol gespeeld.

Het feit dat economische overwegingen geen hoofdrol spelen betekent niet dat deze straffeloos kunnen worden veronachtzaamd. In het verleden is dit helaas dikwijls gebeurd. Er zijn landen toegetreden tot de eurozone om politieke redenen (“wij willen meedoen want wij zijn geen tweederangs lidstaat”), zonder dat daar vervolgens beleidsmatige consequenties aan zijn verbonden. Daardoor heeft de euro deze landen niet gebracht wat zij hadden gehoopt (Shambaugh, 2012). Maar ook bij discussies over de toekomst van de Europese samenwerking wordt regelmatig erg gemakkelijk over de financieel-economische consequenties heengewalst. Dat is misleidend en gevaarlijk. Want of het nu gaat om de Brexit, het afremmen van de internationale vrijhandel of het uit de euro of zelfs de EU stappen door ons land, er kleeft altijd een prijskaartje aan, dat soms hoog kan uitvallen.

Dit komt doordat de Europese samenwerking ondanks de primair politieke drijfveren in veel opzichten toch langs economische lijnen gestalte heeft gekregen, wat uiteindelijk is uitgemond in de vorming van de Interne Markt[1] en de Economische en Monetaire Unie (EMU of eurozone). Hierdoor is de financiële en economische verwevenheid tussen de lidstaten in de afgelopen decennia enorm toegenomen. Dat die verwevenheid eenvoudig en snel kan worden doorbroken zonder hoge kosten voor wat betreft welvaart en werkgelegenheid is niet waarschijnlijk (Boonstra, 2016b). Maar hoe hoog de kosten van Europese desintegratie en/of de baten van voortgezette Europese samenwerking zijn, is uiteindelijk afhankelijk van een aantal factoren. Daarbij is de kwaliteit van de samenwerking tussen de lidstaten van doorslaggevend belang. Zo zal een chaotische desintegratie van de Europese samenwerking veel duurder uitvallen dan een in relatieve harmonie doorgevoerde heroriëntatie van de Europese samenwerking. Twee korte voorbeelden mogen dit verduidelijken. Als de politieke integratie van de EU verder wordt verdiept, maar de samenwerking tussen de lidstaten tegelijkertijd verslechtert, komt Europa per saldo niet verder vooruit en dreigt een ongecontroleerde afbrokkeling van de EU, met hoge kosten. Als de samenwerking tussen de lidstaten overeind blijft maar men besluit wel tot een gecontroleerd traject naar ‘minder Europa’ kan de kern van de Europese integratie intact blijven, ook als de Europese Commissie minder politiek wordt en wordt gereduceerd tot een uitvoeringsorgaan van de door de lidstaten gemaakte afspraken. Dit zijn politieke keuzes, geen economische wetmatigheden.

[1] In de Verklarende woordenlijst van economische termen worden een aantal veelgebruikte termen uitgelegd.

Literatuur

Baarsma, B.E. & D. van Schoot (2016), Vrijhandel blijft middel om welvaart voor allen te creëren, Het Financieele Dagblad, 4 november 2016

Berg, M. van den (2016), Naar een maatschappelijk verantwoord handels- en investeringsregime, esb.nu, 28 november.

Boonstra, W.W. (2012), Conditionele Eurobonds als overgangsregime, Economisch Statistische Berichten, 2 maart 2012, pp. 134 - 137

Boonstra, W.W. (2016a), Breaking up is hard to do, Rabobank Special.

Boonstra, W.W. (2016b), De voor- en nadelen van Eurobonds, Rabobank Special.

Groenewegen, J. & N. Vrieselaar (2016), Zo eenvoudig is een ‘Nexit’ niet, Rabobank Special.

Groot, E. de (2016), EU exit contagion risk, Rabobank Special.

Jonung, L. & E. Drea (2009), The Euro: It Can’t Happen. It’s a bad Idea. It Won’t Last. US Economists on the EMU , 1989 – 2002, European Economy Economic Papers, No 395, December.

Lane, P. (2012), The European Sovereign Debt Crisis, Journal of Economic Perspectives, 20(4), pp. 47 – 66.

Loman, H. & M. Wijffelaars (2016), De eurozone – wanneer is het huis af?, Rabobank Special.

Mundell, R. (1961), A Theory of Optima Currency Areas, American Economic Review, 51(4), pp.657 – 665.

Roberts, R. (2016), When Britain went Bust, OMFIF Press.

Shambaugh, J.C. (2012), The Euro’s Three Crises, Brookings Papers on Economic Activity, Spring 2012, pp. 157 – 231.

Smit, H. (2016), De Nederlandse land- en tuinbouw heeft groot belang bij de EU, Rabobank Special.

Teulings, C.N., M. Bijlsma, G. Gelauff, A. Lejour & M. Roscam Abbing (2011), Europa in Crisis, CPB Boek 4, uitgegeven bij uitgeverij Balans, 14 november 2011.

Wijffelaars, M. & H. Stegeman (2014), Europese Commissie kijkt toe terwijl Europa uit balans blijft, Rabobank Special.

Wijffelaars, M. (2014), Europese begrotingsregels: feit of fabel?, Rabobank Special.

Delen:

naar boven