RaboResearch - Economisch Onderzoek

Werkgelegenheidsgroei in Nederlandse sectoren – de grote rol van uitzendkrachten

Economisch commentaar

Delen:
  • Sinds 2014 is ruim de helft van de extra werknemers via de uitzendbranche aan de slag gegaan
  • Wij hebben de groei van het aantal uitzendkrachten toegerekend aan de verschillende sectoren waarin zij werkzaam zijn. Het beeld van werkgelegenheidsgroei in de sectoren verandert hierdoor
  • In de industrie en de bouwnijverheid is de werkgelegenheid exclusief de uitzendkrachten de laatste jaren beperkt toegenomen, terwijl deze door het aantal uitzendkrachten juist behoorlijk is gestegen
Figuur 1: Sinds 2014 is ruim de helft van de extra werknemers via de uitzendbranche aan de slag gegaan
Figuur 1: Sinds 2014 is ruim de helft van de extra werknemers via de uitzendbranche aan de slag gegaanBron: CBS (Nationale Rekeningen)

Vorige week donderdag maakte het CBS bekend dat het aantal uitzenduren in het derde kwartaal van dit jaar met 0,4 procent is toegenomen. De stijging van de werkgelegenheid in Nederland zit sinds een aantal jaar voor een groot deel in de uitzendbranche. Sinds 2014 is ruim de helft van de extra werknemers via de uitzendbranche aan de slag gegaan (figuur 1).

In een fase van aantrekkende economische conjunctuur is deze ontwikkeling niet vreemd. Het aantal uitzenduren volgt namelijk de ontwikkeling van de conjunctuur. Indien de productie toeneemt, worden vaak eerst flexibele krachten aangenomen, omdat bedrijven niet weten of de stijging van lange duur is. Bij een productiedaling is het voor werkgevers vaak het voordeligst om eerst de flexibele contracten te ontbinden. De economische groei heeft sinds 2014 in de meeste sectoren tot meer uitzendkrachten geleid.

Door toerekening van de uitzendkrachten aan de verschillende sectoren…

Uitzendkrachten worden in de Nationale Rekeningen van het CBS geregistreerd als werknemers van de uitzendbranche. Een toename van het aantal uitzendkrachten leidt dus tot een toename van het aantal werkzame personen in de uitzendbranche, terwijl zij hun arbeid eigenlijk meestal ergens anders inzetten. Het is daarom interessant om te bekijken hoe groot de werkgelegenheidsgroei van de verschillende sectoren is als we de in die sectoren werkzame uitzendkrachten meetellen. Omdat de economie sinds 2014 weer groeit, schatten we de werkelijke werkgelegenheidsgroei –dus inclusief uitzendkrachten– tussen het eerste kwartaal van 2014 en het derde kwartaal van 2017. We rekenen de uitzendkrachten dus toe aan de verschillende sectoren waar zij werken[1]. Hiervoor gebruiken we data uit de Enquête Beroepsbevolking van het CBS. Hieruit blijkt dat in de industrie de meeste uitzendkrachten werkzaam zijn: 50 duizend in 2015. Deze sector wordt gevolgd door de bouwnijverheid en vervoer en opslag (figuur 2). Daarnaast berekenen we het aandeel van de uitzendkrachten dat in de verschillende sectoren werkzaam is (tabel 1).[2] 

Figuur 2: De meeste uitzendkrachten werken in de industrie
Figuur 2: De meeste uitzendkrachten werken in de industrieBron: CBS (Enquête beroepsbevolking)
Toelichting: Betreft data over 2015, recentere data zijn niet beschikbaar.
Tabel 1: Aandeel van de uitzendkrachten per sector
Tabel 1: Aandeel van de uitzendkrachten per sectorBron: CBS (Enquête beroepsbevolking)

…verandert het beeld in een aantal sectoren

Figuur 3: Groei aantal werkzame personen tussen 2014k1 en 2017k3
Figuur 3: Groei aantal werkzame personen tussen 2014k1 en 2017k3Bron: CBS, bewerking Rabobank
Toelichting: Zakelijke dienstverlening betreft de sector exclusief de uitzendbranche.

Het toerekenen van de uitzendkrachten aan de sectoren waarin zij werkzaam zijn, verandert het beeld van de werkgelegenheidsgroei tussen 2014 en 2017 voor de verschillende sectoren. Logischerwijs is in de sectoren waar de meeste uitzendkrachten werken, het verschil tussen de groei van de werkgelegenheid met en zonder uitzendkrachten het grootst. Zo lijkt de werkgelegenheidsgroei in de industrie tussen 2014 en het derde kwartaal van 2017 beperkt, maar is deze met 54 duizend extra werkzame personen juist behoorlijk (figuur 3). Hetzelfde geldt voor de bouwnijverheid en de sector vervoer en opslag; ook in deze sectoren zorgde de toename van het aantal uitzendkrachten voor een werkgelegenheidsgroei die op het eerste oog niet zichtbaar was in de statistieken.

Voetnoten

[1] Dit is de toename van het aantal werknemers in de uitzendbranche, volgens de Nationale Rekeningen van het CBS (zoals zichtbaar in figuur 1). Hieronder valt ook het personeel dat op de kantoren van de verschillende uitzendbureaus werkt.

[2] Het aandeel van de uitzendkrachten dat in 2014 en 2015 in de verschillende sectoren werkzaam is, gebruiken we om voor deze jaren de groei van het aantal uitzendkrachten volgens de Nationale Rekeningen toe te rekenen aan de verschillende sectoren waarin zij werkzaam zijn. Het gemiddelde van 2014 en 2015 gebruiken we om de toename van de uitzendkrachten tussen 2016 en het derde kwartaal van 2017 toe te rekenen aan de verschillende sectoren.

Delen:

naar boven