RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Visie op 2018: nieuw kabinet zorgt voor economie onder hoogspanning

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de dossierpagina Visie op 2018

  • Na jaren van groei is de Nederlandse economie nu eindelijk echt de crisis te boven
  • In 2018 en 2019 zal het bbp met respectievelijk 2,8 en 2,2 procent hard blijven groeien
  • De huishoudconsumptie draagt sterk bij aan de groei en ook de exportgroei blijft op peil
  • De extra overheidsbestedingen uit het regeerakkoord stuwen de economische groei tot nog grotere hoogte. Het is de vraag of dat in deze fase van de conjunctuur verstandig is
  • De werkloosheid daalt sterk door de toenemende werkgelegenheid: in 2019 verwachten we een gemiddelde werkloosheid van slechts 3,8 procent
  • De inflatie loopt verder op door de hoogconjunctuur; de btw-verhoging zal in 2019 zelfs leiden tot een inflatie van 2,6 procent
  • De internationale risico’s blijven groot; zeker bij een ‘harde’ Brexit zal de economische groei in Nederland veel lager uitvallen

In 2017 groeit het productievolume van de economie met naar verwachting 3,2 procent, de hoogste groei in tien jaar tijd. Hiermee kunnen we de periode van herstelgroei na de crisis achter ons laten en belanden we nu in een nieuwe fase: die van hoogconjunctuur. Dit betekent een economische groei boven de potentiële groei, een lage werkloosheid en oplopende inflatie.

De breed gedragen groei zet zich de komende jaren onverminderd voort. De consumptie van huishoudens stijgt door een groei van het besteedbaar inkomen en het hoge vertrouwen en de sterke wereldhandelsgroei zorgt voor een voortzetting van de exportgroei (figuur 1). De groei van de woninginvesteringen, de afgelopen jaren zeer belangrijk voor het economische herstel, zal de komende jaren afzwakken door lagere transactieaantallen en een beperkte toename van het aantal nieuwbouwwoningen. De bedrijfsinvesteringen blijven de komende jaren wel hard groeien door de aantrekkende economie.

Het nieuwe regeerakkoord zorgt de komende jaren daarnaast voor een extra steun in de rug door hogere overheidsbestedingen. Deze plannen komen bovenop op de door de vorige regering geplande overheidsuitgaven, waardoor de overheidsbestedingen de komende jaren zeer sterk bijdragen aan de economische groei (figuur 1). Ook de lagere lasten op arbeid dragen positief bij aan de economische groei, hoewel een netto lastenverlichting voor huishoudens pas in 2020 en 2021 echt gestalte krijgt. Het is de vraag of de additionele overheidsstimulans op dit moment economisch wenselijk is; de economie zou ook zonder overheidsbeleid al boven potentie groeien, waarmee de regering niet lijkt te leren van het verleden en de golven van de conjunctuurcyclus blijft versterken.

Alles bij elkaar genomen, verwachten wij een bbp-groei van 2,8 procent in 2018 en 2,2 procent in 2019 (tabel 1). Dit is ruim boven de door ons geschatte potentiële groei van rond de 1,2 procent, waarmee de kans op economische oververhitting toeneemt. Dit is ook te merken aan de ontwikkeling van de werkloosheid en de inflatie: de werkloosheid daalt in 2019 naar 3,8 procent en de inflatie komt in 2019 mede door de btw-verhoging uit op 2,6 procent.

Onze verwachtingen zijn wel omgeven met grote neerwaartse risico’s. Vooral de uitkomst van de Brexit-onderhandelingen blijft een grote onzekere factor. Bij een ongecontroleerde ’harde’ Brexit zal er weinig overblijven van onze positieve economische verwachtingen. Daarnaast zijn er andere geopolitieke risico’s die de groei kunnen drukken.

Figuur 1: Overheidsbestedingen stimuleren groei in 2018 en 2019
Figuur 1: Overheidsbestedingen stimuleren groei in 2018 en 2019Bron: CBS en voorspellingen Rabobank
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS en voorspellingen Rabobank

Overheid stimuleert economie in tijden van hoogconjunctuur

De nieuwe coalitie wil na het zuur van de afgelopen jaren nu het beloofde zoet uitdelen door extra uitgaven en lagere belastingen. De komende jaren lopen de overheidsuitgaven sterk op doordat het kabinet extra geld uitgeeft aan onder meer defensie, onderwijs en infrastructuur (figuur 2).[1] In 2018 en 2019 zouden de overheidsuitgaven al oplopen door eerder ingezet beleid, waardoor de overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen de komende twee jaar sterk toenemen met 3,8 procent in 2018 en 2,8 procent in 2019. Een kanttekening hierbij is dat de plannen uit het regeerakkoord nog wel moeten worden omgezet in wetten en deze plannen vervolgens ook nog moeten worden uitgevoerd. Zeker de voor 2018 geplande overheidsbestedingen zouden daardoor mogelijk vertraging kunnen oplopen. In dat geval zullen de overheidsbestedingen en dus ook de economische groei lager uitvallen.

Figuur 2: Regeerakkoord zorgt voor extra overheidsuitgaven
Figuur 2: Regeerakkoord zorgt voor extra overheidsuitgavenBron: Regeerakkoord 2017

Ook de belastingen voor huishoudens zullen door het regeerakkoord de komende jaren omlaag gaan. Er wordt een tweeschijvenstelsel ingevoerd, waardoor de lasten op arbeid afnemen. Omdat lagere inkomens worden gecompenseerd doordat het kabinet onder meer sleutelt aan de arbeidskorting en heffingskorting wordt het belastingstelsel er ondanks de invoering van de sociale vlaktaks echter niet eenvoudiger op. Dit is een gemiste kans om de economische potentie van de Nederlandse economie te versterken. Daarnaast is de lastenverlichting op arbeid op de lange termijn een stuk lager dan in de komende jaren, omdat lastenverlichting op lange termijn al ingezet beleid was van het vorige kabinet.

Op kortere termijn zullen de lasten voor huishoudens wel dalen, maar van een netto lastenverlaging voor huishoudens zal pas vanaf 2020 sprake zijn (figuur 3). Dit komt doordat de lastenverlaging voor de inkomstenbelasting wordt verspreid over vier jaar, terwijl de btw-verhoging in één keer in 2019 wordt ingevoerd. Wij gaan ervan uit dat de btw-verhoging voor het grootste deel zal leiden tot hogere inflatie, wat het reële inkomen van huishoudens verlaagt. Het positieve effect vanuit een lastenverlichting[2] op de groei is daarom in 2018 en 2019 nog nauwelijks merkbaar.

Figuur 3: Huishoudens krijgen pas in 2020 en 2021 een netto lastenverlichting
Figuur 3: Huishoudens krijgen pas in 2020 en 2021 een netto lastenverlichtingBron: CPB (doorrekening regeerakkoord MLT), bewerking Rabobank

Alles bij elkaar genomen, stimuleert de overheid de economie flink in de komende vier jaar. De vraag is of de economie dat nu nodig heeft. Zoals gezegd gaan we nu een fase van hoogconjunctuur in, waarbij de economische groei al hoger is dan de potentiële groei op lange termijn. Juist in de jaren na de crisis, toen de economie wel wat stimulans kon gebruiken, bezuinigde de overheid hard om de begroting op orde te brengen. Nu de economie is hersteld, gaat de overheid de economie alleen maar verder stimuleren. Door dit beleid wordt de toch al volatiele conjunctuurcyclus in Nederland alleen maar verder versterkt.

Uitvoergroei blijft op peil ondanks aanstaande Brexit

De export blijft ook de komende jaren een belangrijke groeimotor van de Nederlandse economie. De voor Nederland relevante wereldhandelsgroei blijft op peil waardoor de exportgroei in 2018 en 2019 zich rond het langjarig gemiddelde zal bevinden (figuur 4).

Figuur 4: Exportgroei blijft rond langjarig gemiddelde ondanks aanstaande Brexit
Figuur 4: Exportgroei blijft rond langjarig gemiddelde ondanks aanstaande BrexitBron: CBS en voorspellingen Rabobank

De export doet het dus goed. Wel verwachten wij vanaf 2019 negatieve effecten op de Nederlandse handel door de aankomende Brexit[3]. Wij verwachten dat er vanaf 2019 een transitieperiode van twee jaar komt, waarna er een vrijhandelsverdrag tussen het VK en de EU tot stand zal komen. Dit vrijhandelsverdrag betekent meer handelsbeperkingen, wat een negatief effect heeft op de handel. Omdat bedrijven hier al op voorsorteren, zal de import vanuit het Verenigd Koninkrijk al in 2019 sterk dalen. Het Verenigd Koninkrijk is een van onze belangrijkste handelspartners, waardoor een lagere import de Nederlandse uitvoersector relatief hard zal raken. Het negatieve effect van een dalende import vanuit het VK wordt in 2019 echter gecompenseerd door sterkere importgroei vanuit Duitsland en de Verenigde Staten, de twee andere belangrijkste handelspartners voor Nederland. Per saldo blijft de Nederlandse exportgroei daarom de komende jaren op peil.

Mocht er in 2019 echter een ongecontroleerde, ‘harde’ Brexit komen, dan zullen de negatieve effecten voor Nederland vele malen sterker zijn. Van de hoge verwachtingen voor de Nederlandse economie die wij nu hebben, zal dan weinig meer over zijn.

Consumenten geven meer uit door hoger inkomen en sterk vertrouwen

De sterke volumegroei van de consumptie van huishoudens zet ook de komende twee jaar door (figuur 5). De groei van de consumptie ligt momenteel ruim boven het langjarig gemiddelde. Een belangrijke reden hiervoor is de sterke stijging van het besteedbaar inkomen van huishoudens. Het herstel op de arbeidsmarkt verhoogt het huishoudinkomen op twee manieren. Ten eerste zorgt het voor een aanzienlijke inkomensstijging voor de mensen die een baan vinden. Daarnaast leidt het arbeidsmarktherstel tot krapte op delen van de arbeidsmarkt, wat opwaartse druk geeft op de lonen (zie het hoofdstuk arbeidsmarkt hieronder). Naast het hogere besteedbaar inkomen leidt ook het hoge vertrouwen tot een sterke consumptiegroei. Het consumentenvertrouwen en het vertrouwen op de woningmarkt staan nu op historisch hoge niveaus (figuur 6). Dit stimuleert de consumptie en leidt er in 2018 zelfs toe dat huishoudens als aandeel van hun inkomen minder gaan sparen, wat gebruikelijk is in tijden van hoogconjunctuur.

Figuur 5: Sterke groei consumptie
Figuur 5: Sterke groei consumptieBron: CBS en voorspellingen Rabobank
Figuur 6: Vertrouwen huishoudens blijft heel hoog
Figuur 6: Vertrouwen huishoudens blijft heel hoogBron: CBS, bewerking Rabobank

Werkloosheid daalt sterk maar flexibilisering houdt aan

De arbeidsmarkt herstelt zich in een uitzonderlijk tempo. Sinds 2015 komen er elk jaar rond de honderdduizend extra werkenden bij; in 2017 verwachten wij zelfs een toename van 182.000 werkenden ten opzichte van een jaar ervoor. Ook in 2018 en 2019 zal de sterke werkgelegenheidsgroei zich voorzetten, waardoor wij verwachten dat er in 2019 rond 600.000 mensen meer aan het werk zijn dan in 2014.

De afgelopen jaren bestond veel van het ontstane werk wel uit uitzendbanen. Sinds 2014 is ruim de helft van de extra werknemers via de uitzendbranche aan de slag gegaan (figuur 7). Een groei van het aantal uitzendkrachten past in een fase van conjunctureel herstel. In deze fase is het voor werkgevers te risicovol om een vast contract aan te bieden, waardoor de uitzendbranche een rol kan spelen om mensen toch aan een baan te helpen. De fase van beginnend arbeidsmarktherstel zijn we nu echter voorbij, waardoor het enigszins verrassend is dat in het derde kwartaal van 2017 bijna de helft van de nieuwe banen in de uitzendbranche lag. Dit is zorgwekkend als je bedenkt dat uitzendkrachten duidelijk minder tevreden zijn dan andere werkenden. De vraag is nu of de toenemende krapte op de arbeidsmarkt ervoor zal zorgen dat het aantal vaste banen komende jaren stijgt of dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt structureel zal doorzetten.

Figuur 7: Stijging aantal werkzame personen ten opzichte van het kwartaal ervoor
Figuur 7: Stijging aantal werkzame personen ten opzichte van het kwartaal ervoorBron: CBS, bewerking Rabobank

De sterke werkgelegenheidsgroei leidt tot een forse daling van de werkloosheid. Door de toenemende krapte wagen nu ook eerder ontmoedigden zich op de arbeidsmarkt, wat het arbeidsaanbod verhoogt. Dit remt de daling van de werkloosheid. Ondanks dit effect zal de werkloosheid in 2018 dalen tot 4,2 procent en in 2019 zelfs tot 3,8 procent. Dit is ruim onder de door ons geschatte evenwichtswerkloosheid van 4,5 procent, wat eens te meer laat zien dat we een fase van hoogconjunctuur ingaan.

Deze fase van hoogconjunctuur zal ook zijn weerslag hebben op de ontwikkeling van de lonen en de inflatie. De krapte op de arbeidsmarkt leidt behalve tot een cao-loonstijging ook tot hogere incidentele lonen, omdat bedrijven werknemers proberen binnen te halen met betere arbeidsvoorwaarden. In 2018 en zeker in 2019 verwachten we daarom een sterke groei van de nominale lonen. De inflatie zorgt er echter voor dat de reële loongroei in beide jaren gematigd blijft. Wij verwachten dat de HICP-inflatie in 2018 oploopt tot 1,8 procent, wat voldoet aan de ECB-doelstelling van inflatie ‘beneden, maar dicht bij de 2 procent’. In 2019 zal de btw-verhoging ervoor zorgen dat bedrijven hun prijzen verhogen, waardoor de inflatie verder oploopt tot 2,6 procent. De krapte op de arbeidsmarkt is (nog) niet zodanig dat hogere lonen de btw-verhoging volledig compenseren. De werkloosheid daalt namelijk wel hard, maar er staan ook nog veel mensen aan de zijlijn. Daarnaast speelt ook de structureel zwakkere positie van werknemers ten opzichte van werkgevers een rol. Hierdoor wordt het aandeel van de economie dat naar arbeid gaat steeds kleiner.

Voetnoten

[1] Structureel is het effect wat lager omdat sommige uitgaven eenmalig zijn, zoals infrastructuurinvesteringen.

[2] Het gaat hier om het totale effect van het overheidsbeleid op de lasten voor huishoudens per jaar (dus niet cumulatief). Dit is inclusief al eerder ingezet beleid van voor het regeerakkoord. Een precieze uitsplitsing van het regeerakkoord en eerdere beleidsmaatregelen is niet volledig te maken. 

[3] De relevante wereldhandelsgroei voor Nederland is de naar Nederlands handelsgewicht gewogen som van de import van alle andere landen.

Naar de dossierpagina Visie op 2018

Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 - 21 62666

naar boven