RaboResearch - Economisch Onderzoek

Visie op 2018: magere jaren eurozone voorlopig voorbij

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de dossierpagina Visie op 2018

  • Wij verwachten dat de eurozone in 2017 groeit met 2,4 procent, in 2018 met 2,2 procent en in 2019 met 1,8 procent
  • Optimistische consumenten laten hun geld rollen, geholpen door de groei van de werkgelegenheid
  • Ook producenten zijn positief gestemd door goede orderposities en stijgende bezettingsgraden. De investeringsgroei blijft daarom relatief sterk
  • De verwachte appreciatie van de euro en zwakke vraag uit het VK zullen de exportgroei iets remmen, maar de export-verwachting blijft gedegen.
  • Inflatie blijft beperkt en onder de 2% doelstelling van de ECB

Naar aanloop van 2017 waren velen het erover eens: 2017 zou het jaar worden van (politieke) onzekerheid. Belangrijke verkiezingen met mogelijk grote gevolgen voor de toekomst van de eurozone zouden zorgen voor onrust onder de bevolking en uitstel van bestedingen. Naar aanloop van de verkiezingen bleef het economische sentiment echter onverminderd positief (figuur 1). Wel hebben de uitslagen van de verkiezingen nog een restje onzekerheid weggenomen. Zeker na de verkiezingswinst van de eurofiele Macron op de anti-Europese Le Pen nam het vertrouwen in de toekomst rap toe. In november bereikte dit vertrouwen het hoogste punt sinds het begin van deze eeuw. Het positieve sentiment duidt op een aanhoudend sterke groei.

We verwachten dat de economische groei in de eurozone in 2017 uitkomt op 2,4 procent, om vervolgens licht af te zwakken naar 2,2 procent in 2018 en 1,8 procent in 2019 (tabel 1).

Figuur 1: Optimisme ten top
Figuur 1: Optimisme ten topBron: Macrobond, bewerkingen Rabobank
Figuur 2: Consumenten en producenten zien de toekomst zonnig tegemoet
Figuur 2: Consumenten en producenten zien de toekomst zonnig tegemoetBron: Macrobond, bewerkingen Rabobank

Consumenten laten hun geld rollen

Het positieve sentiment zorgt ervoor dat consumenten hun geld wíllen uitgeven. De aanhoudende, doch wat afzwakkende, groei van de werkgelegenheid zorgt ervoor dat ze ook meer geld hébben om uit te geven. Bovendien trekt de reële loongroei waarschijnlijk iets aan. Want hoewel de nominale loongroei de komende jaren naar verwachting nog beperkt zal blijven, geldt datzelfde voor de inflatie. Tegelijkertijd concluderen we dat veel consumenten de uitgaven die ze tijdens de crisisjaren hebben uitgesteld ondertussen lijken te hebben gedaan. De stimulans van de zogenoemde inhaalgroei lijkt er dan ook een eind uit te lopen. Tegen deze achtergrond verwachten wij dat de consumptiegroei de komende twee jaar aardig op peil blijft, maar voornamelijk in 2019 wel afzwakt (tabel 1).

Tabel 1: Economisch momentum houdt aan
Tabel 1: Economisch momentum houdt aanBron: Macrobond
Figuur 3: Werkloosheid daalt gestaag door stijgende werkgelegenheid
Figuur 3: Werkloosheid daalt gestaag door stijgende werkgelegenheidBron: Rabobank, Macrobond, NiGEM

Achterblijvende inflatie

Zoals hierboven aangestipt, bereikt de inflatie de ECB-doelstelling de komende twee jaar naar verwachting nog niet (tabel 1). Hoewel het risico op deflatie (dalende prijzen) sterk is afgenomen, zijn er nog weinig indicaties om aan te nemen dat de inflatie al in 2018 een hoge vlucht neemt. De tijdelijke opleving van begin dit jaar is grotendeels veroorzaakt door hogere energie- en voedselprijzen. Ook nu leveren deze nog een positieve bijdrage aan de inflatie, zoals via hogere producentenprijzen, maar dit effect wordt de komende maanden kleiner. Wij verwachten dat de inflatiedruk zich pas in de tweede helft van 2018 weer opbouwt en dat de inflatie over geheel 2018 1,5 procent zal bedragen.

De zwakke loongroei in het eurogebied is een belangrijke verklaring voor de lage onderliggende inflatie. In veel landen is er nog altijd ruimte op de arbeidsmarkt. Veel banencreatie heeft plaatsgevonden in de niet-kapitaalintensieve dienstensector en de onderhandelingspositie van werknemers is structureel verzwakt in de afgelopen decennia. Hierdoor duurt het mogelijk langer voordat de lagere werkloosheid (zie hieronder) zich vertaalt in hogere loongroei. De breuk in de relatie tussen werkloosheid en loongroei is overigens ook zichtbaar in veel landen buiten de eurozone. Mede hierdoor gaan wij ervan uit dat de ECB de rente pas tegen september 2019 zal verhogen. De rente blijft dus nog lange tijd laag.

Investeringsbehoefte houdt aan

Eerder beschreven we al dat producenten positief zijn gestemd (figuur 2). Dat is niet zo gek gezien de sterk verbeterde orderposities (figuur 4) en gestaag stijgende capaciteitsbezettingsgraden (figuur 5). Op basis van een goede orderpositie, stijgende bezettingsgraden, lage rente, versterkte balansen en een dot vertrouwen in de toekomst verwachten wij dat de investeringsgroei de komende tijd relatief sterk blijft (tabel 1). Op de korte termijn staan volgens ons voornamelijk de nog altijd gematigde winstquote van bedrijven en het schijnbare gebrek aan gekwalificeerd personeel een sterker herstel in de weg. Maar de investeringsgroei laat zich in tijden van een economische opleving vaak lastig voorspellen. Als de verkiezingen in Italië begin volgend jaar uit de weg zijn en Duitsland een nieuwe regering heeft geïnstalleerd, is de weg mogelijk vrij voor een sneller aantrekken van de investeringen dan wij nu voorzien.

Anderzijds blijft het niveau van de investeringen lager dan we historisch gewend zijn. Een van de mogelijke verklaringen hiervoor is dat het ECB-beleid van negatieve rentes en grootschalige opkoop van schuldpapier de allocatie van kapitaal in de economie verstoort. Het is mogelijk dat dit beleid onrendabele bedrijven (en overheden) op de been houdt en investeringen in financiële activa stimuleert in plaats van in reële activa (machines et cetera), of in laag-renderende projecten. Dit zou de winstontwikkeling en het groeipotentieel van de economie kunnen ondermijnen en zet daarmee ook een rem op de loonruimte bij bedrijven. Dit is ook een mogelijke verklaring voor de afvlakking van de relatie tussen de werkloosheid en de loongroei, zoals eerder beschreven.

Figuur 4: Bedrijven positief over hoeveelheid nieuwe orders
Figuur 4: Bedrijven positief over hoeveelheid nieuwe orders*Percentage bedrijven dat in een enquête de hoeveelheid nieuwe orders positief beoordeelt minus percentage bedrijven dat de hoeveelheid nieuwe orders negatief beoordeelt.
Bron: Macrobond, bewerkingen Rabobank
Figuur 5: Bezettingsgraad in industrie verbetert gestaag
Figuur 5: Bezettingsgraad in industrie verbetert gestaagBron: Macrobond, bewerkingen Rabobank

Exportsector doet het goed, duurdere euro slechts kleine belemmering

Figuur 6: Buitenlandse orderpositie sterk verbeterd
Figuur 6: Buitenlandse orderpositie sterk verbeterd*Percentage bedrijven dat in een enquête de buitenlandse orderpositie positief beoordeelt minus percentage bedrijven dat de buitenlandse orderpositie negatief beoordeelt.
Bron: Macrobond, bewerkingen Rabobank

Voor de meeste belangrijke handelspartners van eurozonelidstaten zijn de economische vooruitzichten goed. Dit zorgt voor een gedegen exportverwachting. Toch zwakt de groei van de uitvoer de komende jaren licht af (tabel 1). Zo zullen de verwachte (verdere) appreciatie van de euro en de zwakke vraag vanuit het Verenigd Koninkrijk de exportvraag iets remmen. Overigens verwachten wij in 2019 nog geen lastenverzwarende handelsbelemmeringen tussen het VK en de EU, omdat wij ervan uitgaan dat er na maart 2019 een tweejarige transitieperiode in werking treedt. Wij nemen aan dat het VK in die periode volledig onderdeel blijft van de Interne Markt en de Douane-unie.

Tot besluit

Met het economische momentum in de eurozone zit het dus wel snor: de magere jaren lijken voorlopig voorbij. En met een aantal belangrijke verkiezingen uit de weg schatten we het politieke risico in de eurozone voor de komende twee jaar beduidend lager in dan het afgelopen jaar. Al wil dit niet zeggen dat er helemaal geen risico’s meer zijn. Zo blijft er onzekerheid bestaan over het beleid van president Trump en de Brexit-onderhandelingen, of een onverwachte actie vanuit PyongYang. Ook de Italiaanse verkiezingen zouden nog roet in het eten kunnen gooien. Afgezien van de politieke onzekerheid bestaat er ook nog het risico dat het effect van een gebrek aan gekwalificeerd personeel groter is dan nu voorzien en/of dat het eerder intreedt. Veel landen in de eurozone kampen bovendien nog met hoge publieke en private schulden, en teveel oninbare leningen op de balansen van banken. Dit maakt de eurozone kwetsbaar voor een ommekeer in het vertrouwen. Op korte termijn denken wij echter dat de kans op hogere economische groei dan nu geraamd groter is dan de kans op lagere groei. De investeringsgroei zou zomaar eens sneller kunnen aantrekken dan wij nu voorzien.

Naar de dossierpagina Visie op 2018

Delen:

naar boven