RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Visie op 2018: de gevolgen van geopolitieke risico’s en crises voor de Nederlandse economie

Economisch Kwartaalbericht

Delen:

Naar de dossierpagina Visie op 2018

  • Het gaat goed met de Nederlandse economie ondanks toegenomen geopolitieke risico’s
  • Nederland is vervlochten met de wereldeconomie en heeft grote financiële belangen in regio’s met geopolitieke spanningen
  • Een conflict in het Midden-Oosten zou kunnen leiden tot een flink hogere olieprijs, met als gevolg een 3 procent lager bbp in 2020 t.o.v. onze huidige ramingen
  • Ook in Oost-Azië zijn er geopolitieke spanningen. Bijvoorbeeld rond de Zuid-Chinese Zee, waar Nederland directe investeringen en beleggingen heeft ter waarde van $140mrd
  • De impact van een daadwerkelijke geopolitieke gebeurtenis kan dus fors zijn, maar uit de economische theorie blijkt dat het risico van een eventuele gebeurtenis de groei ook kan belemmeren
  • Wij becijferen dat de huidige sterke economische groei nog eens half procentpunt hoger had kunnen liggen zonder de recente geopolitieke zorgen

Overzicht

Net als veel andere landen maakt Nederland een breed gedragen economisch herstel door, ondanks de toegenomen zorgen over geopolitieke risico’s. In een enquête van Gallup uit 2017 onder duizend beleggers gaf 75 procent van de respondenten aan zich zorgen te maken over de economische impact van militaire en diplomatieke conflicten die plaatsvinden in de rest van de wereld. Zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken het formuleert in haar jaarlijkse beleidsagenda: “een kwart eeuw na de val van de Muur is de hoop van toen veranderd in de onzekerheid van nu”.  De verkiezing van Donald Trump heeft de internationale betrekkingen tussen de VS en de rest van de wereld onder  hoogspanning gezet. Er bestaat een risico dat het 'America First'-uitgangspunt van de nieuwe president, zorgen over terrorisme en toenemende migratiestromen de oplopende spanningen in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Oost-Azië zullen verergeren.

Er zijn nog meer redenen waardoor geopolitieke risico’s zijn toegenomen. In deze publicatie maken we echter geen analyse van de oorzaken of omvang van huidige geopolitieke risico’s. In plaats daarvan gebruiken we het werk van economen bij de Amerikaanse centrale bank om te laten zien dat zulke risico’s de afgelopen tijd inderdaad zijn toegenomen. Wij focussen voornamelijk op de economische impact van dergelijke risico’s en op de vraag waarom er, vooralsnog, geen substantiële impact op de Nederlandse economie lijkt te zijn. Om de potentiële gevolgen van grote geopolitieke gebeurtenissen voor Nederland te illustreren, werken we twee scenario’s uit: een conflict in het Midden-Oosten en toenemende spanningen in Oost-Azië. Deze exercitie laat zien dat een open economie zoals Nederland, met een sterke economische en financiële verwevenheid met de rest van de wereld, kwetsbaar is voor geopolitieke risico’s en in beide scenario’s negatieve gevolgen zou ondervinden.

Aangezien een geopolitieke gebeurtenis reële economische schade kan opleveren en deze nu waarschijnlijker lijkt dan in het verleden, zou mogen worden verwacht dat huishoudens en bedrijven hun uitgaven en investeringen terugbrengen.

Het is daarom ten minste opvallend te noemen dat de recente toename van geopolitieke risico’s gepaard gaat met sterke economische groei in Nederland en in veel andere delen van de wereld. Hebben huishoudens en bedrijven een blinde vlek voor deze risico’s en stokt het economische herstel zodra zij zich daarvan bewust worden?

Een statistische analyse laat zien dat geopolitieke risico’s in het verleden wel degelijk een impact hebben gehad op ontwikkelde economieën. Het ligt dus niet voor de hand dat dergelijke risico’s nu worden genegeerd. Het feit dat we de impact van geopolitieke risico’s niet direct observeren, heeft ermee  te maken dat hun effect, hoewel meetbaar, niet heel groot is. We schatten dat toegenomen geopolitieke risico’s in 2017 ongeveer een half procentpunt van de Nederlandse bbp-groei hebben afgeschaafd. De groei had dus 3,7 procent kunnen bedragen dit jaar. Daarmee was het huidige economische herstel meer in lijn geweest met vergelijkbare periodes uit het verleden. Geopolitieke risico’s hebben dus een negatieve impact op de groei; het effect is echter niet dermate groot dat het huidige economische herstel er echt door wordt belemmerd. Maar als geopolitieke risico’s zich daadwerkelijk voordoen, suggereert onze scenarioanalyse dat de gevolgen groot kunnen zijn en echte economische schade kunnen opleveren.

Het definiëren en meten van geopolitieke risico’s

We willen graag weten welke impact geopolitieke risico’s en gebeurtenissen hebben op de economie. Omdat er verschillende zienswijzen bestaan op wat zulke risico’s en gebeurtenissen daadwerkelijk inhouden, is het belangrijk om aan te geven welke definitie wij gebruiken. Wij definiëren geopolitieke gebeurtenissen als conflicten tussen landen of andere internationale actoren die grote economische gevolgen hebben op ten minste een continentale schaal. Dergelijke conflicten gaan vaak gepaard met wapengekletter, maar dat hoeft niet per se. Een olie-embargo valt onder onze definitie, net als een terroristische aanslag.

Figuur 1: Caldara en Iacoviello Geopolitieke Risico Index (GPR)
Figuur 1: Caldara en Lacoviello Geopolitieke Risico Index (GPR)Toelichting: geopolitiek risico index (12-maands gemiddelde)
Bron: www2.bc.edu/matteo-iacoviello/gpr.htm

Het meten van geopolitiek risico op een objectieve en kwantitatieve manier is een uitdaging. Dario Caldara en Matteo Iacoviello, economen bij de Amerikaanse centrale bank, hebben een maatstaf voor geopolitieke risico’s (GPR) ontwikkeld. Zij houden het gebruik van termen als 'geopolitieke spanningen', 'risico op oorlog', en 'terrorismedreiging' in grote Amerikaanse, Britse en Canadese kranten bij. De 'benchmark-versie' van deze index gaat terug tot 1985; de 'historische' index, die gebruik maakt van een kleiner aantal kranten met een langere publicatiegeschiedenis, gaat terug tot 1899. De pieken van de index komen duidelijk overeen met perioden van grote geopolitieke spanningen en gebeurtenissen (figuur 1). De index laat ook een duidelijke toename van geopolitieke risico’s in de laatste jaren zien.

Wat kan de economische impact zijn van geopolitieke gebeurtenissen?

Het lijkt er dus op dat de kans op een grote geopolitieke gebeurtenis is toegenomen. Wat zou de economische impact van zo’n gebeurtenis zijn? Dat is een lastige vraag, aangezien er veel verschillende mogelijke geopolitieke brandhaarden zijn (waarvan we sommigen misschien nog niet eens op het netvlies hebben) en er ook legio manieren zijn waarop ze zich zouden kunnen ontwikkelen. De economische impact van een nucleair conflict is uiteraard heel anders dan die van een handelsoorlog. Om toch een antwoord te kunnen geven op de vraag aan het begin van deze alinea, kwantificeren we de gevolgen voor de Nederlandse economie van gebeurtenissen in twee bekende geopolitieke hotspots, namelijk het Midden-Oosten en Oost-Azië. We werken specifieke scenario’s uit, gebaseerd op de politieke situatie in Saudi-Arabië en op de spanningen rond de Zuid-Chinese Zee, maar we kunnen de impact die we berekenen generaliseren naar andere gebeurtenissen in deze economisch belangrijke regio’s. We proberen dan ook niet om de kans dat deze precieze gebeurtenissen zich voordoen te kwantificeren, alhoewel we wel een kwalitatieve inschatting geven van het risico op de gebeurtenissen die we hier beschrijven.[1] 

Het Midden-Oosten – hoe stabiel is Saoedi-Arabië?

Het Midden-Oosten is al lange tijd een aandachtspunt als het gaat om geopolitieke risico’s. De regio heeft niet alleen vaak te maken gehad met politieke instabiliteit en militaire conflicten, maar is ook van groot economisch belang voor de rest van de wereld vanwege haar oliebronnen en positionering ten opzichte van belangrijke scheepvaartroutes. De grootste olieproducent in de regio, Saoedi-Arabië, is altijd relatief stabiel geweest en kon de productie in het verleden opschroeven wanneer olievoorraden in de rest van de regio niet konden worden benut, bijvoorbeeld tijdens het embargo van Iran en leveringsverstoringen in Irak en Libië. Als de olieproductie in Saoedi-Arabië moeilijkheden ondervindt, heeft dat een veel grotere impact op olieprijzen en daarmee op de wereldeconomie. Dat risico is groter geworden nu Saoedi-Arabië zich in een politieke transitiefase bevindt, waarbij het zich assertiever opstelt in de wijdere regio.

Mohammed Bin Salman is recent komen bovendrijven als de feitelijke leider van Saoedi-Arabië, nadat hij is aangewezen als kroonprins door zijn vader, Koning Salman. Wat tot voorheen een stabiel en conservatief land was, is nu het middelpunt van instabiliteit in de regio.

Voor de binnenlandse besturing heeft Mohammed Bin Salman het tot dan toe gebruikelijke consensus-gedreven systeem afgeschaft. Tot voor kort nam een coalitie van leden van het regerende Huis van Saoed hiermee collectief beslissingen om het land te regeren. Mohammed Bin Salman  heeft nu als enige de touwtjes in handen. Om zijn macht te consolideren, heeft hij -onder het mom van corruptiebestrijding- rivaliserende prinsen laten arresteren, onder wie ook enkele van de rijkste mannen ter wereld. Daarnaast heeft hij een tweedelige strategie uitgezet om Saoedi-Arabië volledig te transformeren. Het eerste deel behelst een economische revolutie, met als doel om in 2030 de olieafhankelijkheid van het Koninkrijk fors terug te dringen. Het tweede deel is een sociale revolutie die erop is gericht om de gematigde islam te bevorderen, de rol van vrouwen in de samenleving te versterken en de werkgelegenheid voor jonge Saudi’s te vergroten. Wahabi-moslims met wie het Huis van Saoed al lange tijd een verbond heeft om het land te regeren, hebben geprotesteerd tegen de eerste twee maatregelen.

Verder is Mohammed Bin Salman  bezig met een buitenlandstrategie die de regio verder kan destabiliseren. Hij probeert voornamelijk tegenwicht te bieden aan de opkomende Iraanse Sjiitische regionale hegemonie. De acties van Saoedi-Arabië hebben al geresulteerd in financiering van islamitische extremisten in Syrië, in een oorlogsverklaring tegen de Sjiitische Houthi’s in naburig Jemen en recent in een bijna-oorlogsverklaring tegen Libanon, thuishaven van de Sjiitische militie Hezbollah.

De acties van Mohammed Bin Salman  gaan gepaard met zowel interne als externe risico’s. In Saoedi-Arabië zouden de rijke prinsen die uit hun macht zijn ontzet een verbond kunnen vormen met ontevreden sociale conservatieven en wellicht een contra-coup tegen Mohammed Bin Salman  kunnen plegen. Daarnaast zouden de regionale acties van Mohammed Bin Salman  tegen Iran tot een breder conflict kunnen leiden, alhoewel deze tot nu toe weinig effect hebben gesorteerd.

Wat voor effect zou een dergelijk conflict op de Nederlandse economie hebben? De olieprijs is het meest voor de hand liggende transmissiekanaal, maar Nederland heeft ook directe economische relaties met de regio. Saoedi-Arabië is de grootste olie-exporteur ter wereld, en geopolitieke gebeurtenissen waar de Saoedi’s bij betrokken zijn, zullen de olieprijs vrijwel zeker beïnvloeden. Olieputten zullen wellicht niet meer (kunnen) worden gebruikt, en zelfs als dat niet het geval is, zullen oliehandelaren hogere risicopremies hanteren.

We schatten de economische impact van een olieprijsschok na een geopolitieke gebeurtenis in het Midden-Oosten waar Saoedi-Arabië bij betrokken is en berekenen de impact op de Nederlandse economie. We nemen aan dat de olieprijs in korte tijd stijgt naar 180 dollar per vat in het tweede kwartaal van 2018. Deze prijsstijging is in relatieve zin gelijk aan de stijging tijdens de jaren zeventig, rond de eerste olieboycot, toen de olieprijs ruwweg verdrievoudigde. In huidige prijzen is het niveau dat we simuleren ongeveer gelijk aan de olieprijspiek in 2008.[2] We nemen aan dat de olieprijzen in tegenstelling tot in de jaren zeventig kort na de stijging weer gaan dalen, doordat de olieproductie in andere delen van de wereld op gang komt. Productie in de VS van (dure) schalieolie kan relatief snel worden opgevoerd, aangezien daar veel productiecapaciteit stand-by staat en er kleinere productiefaciliteiten zijn die snel in gebruik kunnen worden genomen. We schatten dat het ongeveer twee jaar duurt voordat dit extra aanbod de olieprijs naar een evenwicht duwt. Tegen het einde van 2020 heeft de olieprijsschok daarmee wel ongeveer drie procent van het Nederlandse bbp afgeschaafd, in vergelijking met onze standaardraming (zie appendix voor details van onze berekening).

Het gaat hier dus om een macro-economisch effect op de Nederlandse economie van eventuele geopolitieke onrust in en rondom Saoedi-Arabië. We hebben nog niet gekeken naar de impact op directe exposures in het Midden-Oosten. Om deze kwetsbaarheden op een rij te zetten, tonen we in figuur 2 de openstaande investeringen en beleggingen van Nederland in verschillende landen in het Midden-Oosten.[3] Samen tellen deze op tot tenminste 61 miljard dollar, wat overeenkomt met 8 procent van het Nederlandse bbp. Nederlandse bedrijven hebben de grootste exposures in Turkije, Egypte en Israël en zijn wat minder blootgesteld aan Saoedi-Arabië en Iran.

Figuur 2: Nederlandse belangen in het Midden-Oosten
Figuur 2: Nederlandse belangen in het Midden-OostenBron: IMF

Oost-Azië – Spanningen in de Zuid-Chinese Zee

Figuur 3: Overlappende claims in de Zuid-Chinese Zee
Figuur 3: overlappende claims in de Zuid-Chinese ZeeBron: Asia Maritime Transparancy Institute

Oost-Azië is al enige jaren een relatief stabiele regio en uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van de mondiale economie als ‘werkplaats van de wereld’. Toch is er een aantal onopgeloste of ‘bevroren’ conflicten in het gebied, met als meest bekende uiteraard de spanningen tussen Noord- en Zuid-Korea en tussen Taiwan en China. Die laatste situatie speelt zich deels af in het gebied rond de Zuid-Chinese Zee (ZCZ). China, Taiwan, Maleisië, Indonesië, de Filippijnen en Vietnam claimen daar allemaal de verschillende overlappende delen van deze zeestraat (figuur 3). Ook een aantal niet-direct betrokken landen, zoals de Verenigde Staten, bemoeit zich met de situatie in Zuid-Chinese Zee, omdat zij mare liberum (vrijheid van scheepvaart) willen waarborgen. Aangezien veel landen uit de regio betrokken zijn en China zijn invloed graag wil uitbreiden, bekijken we hoeveel economische schade een escalatie in deze geopolitieke hot spot zou kunnen veroorzaken. 

Het is wel te raden waarom verschillende landen interesse hebben in de Zuid-Chinese Zee. Er bevinden zich veel natuurlijke hulpbronnen, zoals olie, gas en visserijgronden. Verder heeft het gebied een grote strategische waarde, aangezien grofweg een derde van het mondiale scheepsverkeer door dit stuk zee gaat.

De afgelopen tijd heeft China zich assertiever opgesteld in de Zuid-Chinese Zee, onder andere door militaire bases op kunstmatige eilanden te bouwen en door steeds verdere territoriale claims te doen. Het heeft ook andere landen gewaarschuwd om niet te boren naar olie en gas in het gebied. In 2016 vochten de Filippijnen een deel van de territoriale claims van China aan via het International Tribunal for the Law of the Sea (ITLOS). Het ITLOS gaf de Filippijnen gelijk, maar China verwierp het oordeel van het tribunaal. Daarbij verwezen de Chinezen naar historische aanspraken.

Het risico op een conflict is daarmee groter geworden. Andere landen zouden actie kunnen ondernemen om ervoor te zorgen dat de Zuid-Chinese Zee niet volledig in Chinese handen valt, wat weer tot een reactie van China kan leiden. Om een voorbeeld te geven: marineschepen van de Verenigde Staten varen met enige regelmaat door de wateren die China claimt. Een incident tussen een Amerikaans en een Chinees marineschip of vliegtuig -en daarmee een verdere escalatie- is niet ondenkbaar.

Een handelsland als Nederland is in hoge mate afhankelijk van ontwikkelingen langs dit soort vitale scheepsroutes. Ongeveer 87 miljard dollar aan Nederlandse importen en 27 miljard dollar aan Nederland exporten vloeien door de Zuid-Chinese Zee (Center for Strategic and International Studies, 2016). Dit is gelijk aan ongeveer 10 procent respectievelijk 3 procent van het Nederlandse bbp. Directe buitenlandse investeringen in de regio zijn veel groter dan in het Midden-Oosten. Nederlandse bedrijven hebben investeringsposities ter waarde van ongeveer 90 miljard dollar (12 procent van het Nederlandse bbp) in landen die aanspraak proberen te maken op de Zuid-Chinese Zee. Daarnaast heeft Nederland in de regio flinke portfolio exposures, dat wil zeggen vermogen belegd door pensioenfondsen en andere Nederlandse beleggers. Deze tellen op tot meer dan 40 miljard dollar, ofwel 6 procent van het Nederlandse bbp (figuur 4). Dit suggereert dat financiële markten en activawaarden een belangrijker transmissiekanaal zijn voor een potentiële geopolitieke schok dan in het eerste scenario. Welk deel van dit totaalbedrag precies op het spel staat, hangt af van welke landen daadwerkelijk bij een eventueel conflict betrokken raken en de reikwijdte.

Figuur 4: Nederlandse belangen rond de Zuid-Chinese Zee
Figuur 4: Nederlandse belangen rond de Zuid-Chinese ZeeBron: IMF

Het is bijzonder lastig om de kans op een conflict in het Midden-Oosten of de Zuid-Chinese Zee te schatten. Toch lijkt ons op dit moment de kans op oplopende spanningen in het Midden-Oosten groter dan verdere escalatie in de Zuid-Chinese Zee, gezien de recente perioden van instabiliteit in het Midden-Oosten, de sociale en economische transitie waar Saoedi-Arabië zich nu in bevindt en onderliggende religieuze spanningen die dieper gaan dan alleen economische belangen. Voor de Zuid-Chinese Zee wegen de economische voordelen van totale controle over het gebied minder zwaar dan de bijkomende schade van een conflict. De betrokken partijen hebben er daarom allemaal baat bij om escalatie te voorkomen. Maar gezien de omvang van de betrokken economieën en hun diepgaande integratie in mondiale supply chains zou de economische en financiële schade van een conflict aldaar veel groter zijn dan die van een sterke olieprijsstijging. Nederland zou door zijn exposures in de regio en zijn verwevenheid met de wereldeconomie sterk worden geraakt.

Het effect van geopolitieke risico’s op de huidige economische groei

Ondanks deze theoretische inzichten lijkt de economie zich niets aan te trekken van het hogere niveau van geopolitiek risico in de wereld. De groei van de private investeringen is robuust: volgens onze meest recente raming voor 2017 groeien de investeringen met 4,4 procent in de eurozone en met 8 procent in Nederland. De groei van het bbp heeft ook op een gezond niveau gelegen in de afgelopen twee jaar, met respectievelijk 2,4 procent en 3,2 procent. Zeker gezien het feit dat de Nederlandse economie zo verweven is met de rest van de wereld (Nederland is volgens DHL het meest geglobaliseerde land ter wereld), is het verrassend dat ons land het zo goed doet, ondanks alle geopolitieke risico’s.

Hebben we dit vaker gezien in de geschiedenis? Zo nee, moeten we ons dan zorgen maken dat bedrijven en consumenten zich op een gegeven moment bewust worden van de risico’s in de wereld en dat ze hun uitgaven terugbrengen? Voor een antwoord op deze vraag pakken we de statistische analyse van Caldara en Iacoviello erbij en vullen we deze aan met ons eigen onderzoek, gericht op Nederland.

Caldara en Iacoviello gebruiken een aantal econometrische technieken met verschillende specificaties om tot een robuuste analyse te komen van het verband tussen de geopolitieke risico-index en economische groei en de financiële markten in de VS en in andere landen. Ze concluderen dat geopolitieke risico’s inderdaad een impact hebben op de economie. Gebruikmakend van hun geschatte coëfficiënten berekenen wij dat de meest recente risicopiek ongeveer 0,6 procentpunt van de industriële productie in de VS en 0,3 procentpunt van die in andere ontwikkelde landen heeft afgeschaafd. 

Wij zijn met name geïnteresseerd in de Nederlandse economie, waar we verwachten dat de impact wat groter is dan die Caldara en Iacoviello vinden vanwege de omvangrijke exposures van Nederland in het buitenland. We doen daarom onze eigen analyse, waarbij we gebruik maken van vergelijkbare technieken als Caldara en Iacoviello. We richten ons daarbij op het bbp in plaats van op de industriële productie. We zien dat een toename van de Geopolitical Risk Index zoals recent heeft plaatsgevonden, het Nederlandse bbp verlaagt met een half procentpunt binnen een jaar (zie de appendix voor een gedetailleerde beschrijving van onze schattingen).

Figuur 5: Nederlandse bbp-groei en effect geopolitieke risico’s in historische context
Figuur 5: Nederlandse bbp-groei en effect geopolitieke risico’s in historische contextBron: Macrobond, data CBS vanaf 1997, OESO daarvoor, bewerking Rabobank

Dit effect is dus zeker niet verwaarloosbaar. Maar het is ook weer niet zo groot dat we moeten concluderen dat de recente economische opleving alleen mogelijk is geweest doordat bedrijven en consumenten geopolitiek risico in het geheel niet meenemen in hun beslissingen. Zowel onze huidige schatting voor de groei van het bbp in 2017 als de schatting zonder het effect van geopolitieke risico’s past prima binnen het spectrum van voorgaande oplevingen van de Nederlandse economie (figuur 5). 

Conclusie

Het economische herstel in een open economie zoals de Nederlandse lijkt lastig te rijmen met een toename van geopolitieke risico’s. Als deze risico’s zich manifesteren, zal Nederland hard kunnen worden geraakt. We hebben daarvan twee voorbeelden uitgewerkt en hebben laten zien dat een flinke toename van de olieprijs de Nederlandse economie hard zou treffen. Een conflict in Oost-Azië zou Nederlandse exposures ter waarde van bijna 20 procent van het bbp kunnen raken. Waarom hebben de toegenomen geopolitieke risico’s geen navenante impact gehad op de economische groei? Een statistische analyse van het verband tussen geopolitieke risico’s en economische groei suggereert dat er een meetbare link is, maar dat het effect ook weer niet zo groot is dat het huidige economische herstel in gevaar komt. Een daadwerkelijke geopolitieke gebeurtenis is een ander verhaal. Afhankelijk van de aard en de omvang van zo’n gebeurtenis kan het effect op Nederland substantieel zijn.

Voetnoten

[1] Met dank aan Michael Every, Senior Asia Strategist, voor zijn politieke analyse van het Midden Oosten en Azië.

[2] We gebruiken de Amerikaanse consumentenprijzenindex om historische olieprijzen om te zetten in huidige prijzen.

[3] Het gaat hier vooral om investeringen, beleggingen bedragen slechts een tiende van het totaal.

Naar de dossierpagina Visie op 2018

Delen:

naar boven