RaboResearch - Economisch Onderzoek

Arbeidsschaarste – krapte op komst in veel Nederlandse sectoren

Themabericht

Delen:
  • De vraag naar arbeid stijgt in bijna alle sectoren
  • Dit kan leiden tot belemmeringen voor de bedrijfsvoering, vooral in de Uitzend- en Arbeidsbemiddelingsbranche
  • Per saldo ontstaan de meeste banen in de sector Zorg & Welzijn
  • Het onbenutte arbeidspotentieel is nog groot, maar neemt geleidelijk af 

Het gaat goed op de Nederlandse arbeidsmarkt; steeds meer mensen vinden werk. Als deze trend doorzet, komen we terecht in een periode van algehele krapte. Wij verwachten dat in 2018 werkgevers in veel sectoren meer moeite zullen krijgen om aan personeel te komen.

Steeds meer vacatures

De vraag naar personeel is sinds 2013 sterk gestegen. De sterk gestegen vacaturegraad reflecteert dit (het aantal vacatures per duizend banen, zie figuur 1). Over de periode 2006-2008 was de gemiddelde vacaturegraad circa 35, terwijl het niveau nu gelijk is aan 27 (figuur 1). Het huidige niveau ligt dus nog ruim onder het hoogtepunt.

De stijgende arbeidsvraag zien we terug bij alle sectoren (figuur 2). In sommige sectoren, zoals de zorg, nadert deze zelfs het niveau van de eerdere pieken rond 2000 en 2008. De sterke groei van de vraag naar arbeid kan ertoe leiden dat bedrijven moeilijker aan personeel komen.

Figuur 1: Vacaturegraad nog ruim onder het hoogtepunt
Figuur 1: Vacaturegraad nog ruim onder het hoogtepuntBron: CBS, vacaturegraad tot en met K3, 2017
Figuur 2: De vraag naar arbeid verschilt enorm per sector
Figuur 2: De vraag naar arbeid verschilt enorm per sector Bron: CBS, vacaturegraad tot en met K3, 2017 

Ook de regionale verschillen zijn groot. In de Randstad staan de meeste vacatures open. In de Industrie staan juist de meest vacatures open in de provincie Noord-Brabant. In deze provincie zijn ook veel vacatures in de Bouw, Handel en Vervoer & Opslag – zie bijlage vacature per sector en provincie.

Volgens aanvullend onderzoek van het UWV bij tweeduizend werkgevers is circa een derde van alle vacatures moeilijk vervulbaar (UWV, 2017). In de Bouwnijverheid en Informatie en Communicatie is dat zelfs meer dan de helft. De door het UWV ondervraagde ondernemers geven aan dat de belangrijkste oorzaak van het 'moeilijk vervulbaar zijn' van vacatures het gemis is van de juiste kwalificaties bij sollicitanten. Uitzondering hierop is de Horeca; in deze sector zijn de instelling en motivatie van de sollicitanten het meest genoemde probleem. Om toch de juiste mensen te vinden, geven werkgevers aan dat zij vooral inzetten op harder zoeken naar het gewenste profiel, al dan niet via een externe partij. Minder dan 10 procent van de werkgevers spant zich in om mensen zelf op te leiden of past de functie-eisen of arbeidsvoorwaarden aan. Vooralsnog lijkt de strategie van harder (laten) zoeken afdoende; gemiddeld wordt ruim twee derde van de moeilijk vervulbare vacatures uiteindelijk alsnog ingevuld (UWV, 2017).

Tekort aan arbeidskrachten vaker belemmering voor bedrijfsleven

Wanneer er veel openstaande vacatures zijn en het lang duurt om mensen te vinden, dan kan dit de bedrijfsvoering belemmeren.

Het aandeel bedrijven dat een tekort aan arbeidskrachten ziet als belangrijkste belemmering is in 2017 snel gestegen en bedraagt nu 16,5 procent (tabel 1). In deze CBS-enquête is de publieke sector niet meegenomen. Voor de sector Industrie hebben we voor een lange periode het aandeel bedrijven dat een tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering ervaart. Dat aandeel ligt duidelijk op het hoogste niveau in twintig jaar (figuur 3).

Overigens moet worden opgemerkt dat ruim de helft van alle ondervraagde ondernemers géén belemmering ervaart. En voor sommige ondernemers is de belangrijkste belemmering van niet-personele aard, bijvoorbeeld een gebrek aan vraag, financiële beperkingen of weersomstandigheden (tabel 1).

Figuur 3: Aandeel bedrijven in de industrie dat tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering ziet
Figuur 3: Aandeel bedrijven in de industrie dat tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering ziet Bron: Europese Commissie, vierkwartaalsgemiddelde
Tabel 1: Meeste ondernemers zien geen belemmering
Tabel 1: Meeste ondernemers zien geen belemmeringBron: CBS, Conjunctuurenquête vierde kwartaal 2017

In vrijwel alle bedrijfstakken is er een flink aandeel ondernemers dat het gebrek aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering ziet (figuur 4). Veel bedrijven doen een beroep op de uitzend- en arbeidsbemiddelingsbranche; zie ook ons recente economisch commentaar over de grote rol van uitzendkrachten. Het is dan ook niet vreemd dat het tekort aan arbeidskrachten in deze sector het meest wordt gevoeld.

Figuur 4: Aandeel bedrijven dat tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering ziet – per sector
Figuur 4: Aandeel bedrijven dat tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering ziet – per sectorBron: CBS, Conjunctuurenquête vierde kwartaal 2017

In de Handel wordt een tekort aan arbeidskrachten minder vaak genoemd als belangrijkste belemmering. In deze sector geeft 11,5 procent van de ondernemers aan dat een gebrek aan vraag de grootste belemmering vormt. In de bedrijfstakken Cultuur, Sport & Recreatie en Overige Dienstverlening (niet afgebeeld) zijn financiële beperkingen de belangrijkste belemmering.

Prognoses voor 2018-2022: vraag naar arbeid houdt aan

Figuur 5: Groei aantal banen in 2018 (x 1.000)
Figuur 5: Groei aantal banen in 2018 (x 1.000)Bron: Panteia, *toebedeling uitzendkrachten (en payrollers) naar sectoren is bewerking Rabobank

De vraag naar arbeid houdt volgend jaar naar verwachting aan. Volgens onze macro-economische ramingen daalt de werkloosheid van 5 procent in 2017 naar 4,5 procent in 2018 (Economisch Kwartaalbericht).

Onderzoeksbureau Panteia heeft voor het UWV een sectorale prognose gemaakt van de groei van het aantal banen van werknemers en zelfstandigen in 2018. Hieruit blijkt dat in de sector Uitzendbureaus en Arbeidsbemiddeling de meeste banen zullen ontstaan. Als we nagaan in welke sectoren deze mensen werkzaam zijn[1] dan ontstaan per saldo de meeste banen in de sector Zorg & Welzijn, gevolgd door de sectoren Handel en Industrie (figuur 5).

Naar verwachting zal de vraag naar arbeid ook ná 2018 hoog zijn. Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) schat dat het aantal werkenden tot aan 2022 met 520.000 zal groeien. Het ROA signaleert vooral een sterke toename in de vraag naar technisch personeel in de Industrie en Bouw, ICT-medewerkers, werknemers in de Zorg en het Onderwijs.

Voetnoot
[1] Panteia verwacht de grootste banengroei in 2018 in de uitzendbranche. Omdat mensen die werkzaam zijn in de uitzendbranche hun arbeid veelal in een andere sector inzetten, hebben we de verwachte toename van het aantal uitzendkrachten (en payrollers) toegerekend aan de sectoren waar zij vermoedelijk aan het werk gaan. Hiervoor gebruiken we data van de Enquête Beroepsbevolking van het CBS waaruit blijkt hoeveel uitzendkrachten er tot en met 2015 in de verschillende sectoren werken. Het aandeel van de uitzendkrachten per sector gebruiken we om in te schatten welk deel van de uitzendkrachten in 2018 in de verschillende sectoren aan het werk zal gaan.

Tegelijkertijd is er (nog) een groot onbenut arbeidspotentieel

Dat steeds meer werkgevers staan te springen om personeel is goed nieuws voor de grote groep mensen die juist graag aan de slag wil. Hoewel de werkloosheid daalt, is deze groep nog altijd groter dan voor de crisis.

Naast de officiële werkloosheid is ook de werkloosheid in brede zin op dit moment nog hoger dan in de periode vlak voor de crisis (figuur 6).

Figuur 6: Officiële en bredere werkloosheid
Figuur 6: Officiële en bredere werkloosheidBron: CBS, Binding arbeidsmarkt

In het derde kwartaal van 2017 waren in totaal 408.000 mensen officieel werkloos. Dit zijn mensen die zoeken naar werk én direct beschikbaar zijn. Daarnaast is er een groep van 263.000 mensen die wel beschikbaar zijn, maar niet (meer) zoeken, bijvoorbeeld omdat zij ontmoedigd zijn geraakt. Ook is er een groep van 162.000 mensen die wel zoeken maar niet per direct beschikbaar zijn, bijvoorbeeld in verband met studie. In totaal zitten er dus nog 833.000 personen op de reservebank – tegenover 644.000 medio 2008.

Een andere bron van onbenut arbeidspotentieel is die van de ‘onderbezette deeltijdwerkers’. Op dit moment zijn er 455.000 mensen die parttime werken (in loondienst of als zelfstandige) en per direct meer uren zouden willen maken. Zie ook ons eerdere economisch commentaar over het onbenutte arbeidspotentieel.

Gebaseerd op het aantal vacatures en de werkloosheid karakteriseert het CBS de arbeidsmarkt op dit moment nog niet als gespannen, maar als ‘aantrekkend' (CBS Spanningsmeter Arbeidsmarkt, 2017). Maar bij een verdere werkgelegenheidsgroei raken we alsnog in een situatie waarin de arbeidsmarkt over de gehele linie gespannen is.

Conclusie

De arbeidsmarkt trekt flink aan en dat is gunstig voor mensen die werk zoeken. In vrijwel alle sectoren is het aantal vacatures gestegen, wat kan zorgen voor belemmeringen.

In steeds meer sectoren ontstaat krapte. Omdat er tegelijkertijd nog sprake is van een flink onbenut arbeidspotentieel is er nu nog geen algehele krapte op de arbeidsmarkt. Dit kan echter in de nabije toekomst omslaan; wij verwachten dat de werkloosheid de komende jaren blijft dalen.

Werkgevers doen er daarom goed aan om met een brede blik te kijken naar het beschikbare arbeidspotentieel. Als harder zoeken niet meer helpt dan zijn andere strategieën noodzakelijk, zoals het versoepelen van de functie-eisen, het zelf opleiden van mensen of het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden.

Bronnen

Centraal Bureau voor de Statistiek (2017), Spanningsmeter arbeidsmarkt, november.

RaboResearch (2017), Zo krap is de Nederlandse arbeidsmarkt nog niet, juli.

RaboResearch (2017), Werkgelegenheidsgroei in Nederlandse sectoren – de grote rol van uitzendkrachten, december.

RaboResearch (2017), Nederland: groei zet door, lonen blijven vooralsnog achter, Economisch Kwartaalbericht, september.

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (2017), De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2022, december.

UWV (2017), Blik op het werven van personeel, november.

Bijlage vacatures per sector en provincie

Aantal vacatures per provincie: totaal
Aantal vacatures per provincie: totaalBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: industrie
Aantal vacatures per provincie: industrieBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: handel
Aantal vacatures per provincie: handelBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: zorg en welzijn
4.	Aantal vacatures per provincie: gezondheidszorgBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: horeca
Aantal vacatures per provincie: horecaBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: financiële dienstverlening
Aantal vacatures per provincie: financiële dienstverleningBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: bouwnijverheid
Aantal vacatures per provincie: bouwBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: specialistische zakelijke dienstverlening
Aantal vacatures per provincie: specialistische zakelijke dienstverleningBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: overheid
Aantal vacatures per provincie: overheidBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: vervoer en opslag
Aantal vacatures per provincie: vervoer en opslagBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: onderwijs
Aantal vacatures per provincie: onderwijsBron: CBS
Aantal vacatures per provincie: informatie en communicatie
Aantal vacatures per provincie: informatie en communicatieBron: CBS

 

Delen:
Auteur(s)
Leontine Treur
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 67084
Georges de Boeck
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
06 3004 9916
Lisette van de Hei
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Rita Bhageloe-Datadin
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven