RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederland heeft een klimaatwet nodig, en snel

Themabericht

Delen:
  • Klimaatverandering kan grote economische schade aanrichting in de komende decennia, ook in Nederland. Om dit te voorkomen, moeten de komende jaren maatregelen worden genomen
  • Nederland loopt qua verduurzaming ver achter op Europa
  • Een klimaatwet bindt huidige en toekomstige kabinetten aan klimaatdoelstellingen, voorkomt zwabberbeleid en geeft duidelijkheid voor het investeren in duurzaamheid door huishoudens en bedrijven

Klimaatverandering is een groot probleem dat een grote impact kan hebben op de Nederlandse economie. Hoewel de mogelijke impact van klimaatverandering pas het grootst is in de verre toekomst, moeten de maatregelen om die te beperken nu worden genomen. De politiek gaat doorgaans echter slecht om met grote toekomstige problemen die nu actie vereisen. De politieke gevolgen van de nodige maatregelen zijn immers voelbaar voor het huidige kabinet, terwijl de voordelen terechtkomen bij de volgende generatie politici. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie. Het afkicken van fossiele brandstoffen kost ons nu geld, maar draagt pas op de lange termijn bij aan het beperken van gassen die de aarde opwarmen.

Een nieuwe wet kan dit probleem doorbreken door de juiste prikkel te geven om op korte termijn werk te maken van verduurzaming. Het bindt het huidige kabinet en toekomstige kabinetten aan doelstellingen die nodig zijn om de Nederlandse bijdrage aan het beperken van klimaatverandering te realiseren. Dat schept ook meer duidelijkheid voor huishoudens en bedrijven die moeten investeren in duurzaamheid. Bij een klimaatwet is het niet per se nodig om meteen af te spreken hoe dit gerealiseerd moeten worden. Het gaat erom dat er een wettelijke verplichting komt om nu werk te maken van het beperken van klimaatveranderingen.

Uitstoot broeikasgas hoogste in 800.000 jaar

De groeiende wereldbevolking en de toenemende welvaart sinds het begin van de industriële revolutie zorgen voor een stijgende productie en consumptie. Daardoor neemt de uitstoot van broeikasgassen sindsdien fors toe. Broeikasgassen dragen bij aan de opwarming van de aarde. Koolstofdioxide (CO2)is daarvan veruit het belangrijkste (76 procent), maar ook methaan (CH4, 16 procent), distikstofoxide (N2O) en gefluoreerde gassen (8 procent) dragen hier veel aan bij (ECEPA, IPCC). Deze gassen houden de warmte van de zon vast, waardoor die warmte niet meer terug de ruimte in kan. Dit is de essentie van klimaatverandering.

Broeikasgassen zijn in beperkte mate niet erg. De ecosystemen, zoals bossen en zeeën, absorberen een deel van de broeikasgassen. Maar door de grote hoeveelheden die op dit moment worden uitgestoten en de minder vitale ecosystemen (denk aan ontbossing en vervuiling van de oceanen) warmt de aarde op. De concentratie, en dus ook de uitstoot, van CO­­2 in de atmosfeer is op dit moment verreweg het hoogst in 800.000 jaar (figuur 1). Daarnaast toont het weer in alle opzichten meer uitschieters: warmterecords worden steeds vaker gebroken, maar dat geldt ook voor neerslagrecords, perioden van droogte en hevige stormen. Deze weersveranderingen is ook een oorzaak van een toenemend tekort aan zoet water. Daarnaast vlakken wereldwijd de koraalriffen af, wordt het in Noord-Afrika en het Midden-Oosten alsmaar heter en verdwijnen aan de polen om de haverklap grote brokken ijs.

Figuur 1: Concentratie CO2 in de atmosfeer
Figuur 1: Concentratie CO2 in de atmosfeerBron: Environmental Protection Agency

In Nederland doen de directe fysieke gevolgen van klimaatverandering nog weinig pijn, met als gevolg dat het een minder urgent onderwerp lijkt. Maar er zijn wel degelijk veranderingen gemeten. Zo is de gemiddelde temperatuur in Nederland momenteel 1,7 graden Celsius hoger dan een eeuw geleden (CLO). Deze stijging is ongeveer tweemaal zo hoog als het mondiale gemiddelde. Bovendien vlakte deze stijgende trend in Nederland in de afgelopen twintig jaar niet af. Daarnaast is het aantal zomerse dagen met bijna twintig per jaar toegenomen, steeg de jaarlijkse hoeveelheid neerslag met ongeveer twintig procent en nam de frequentie van hevige regenbuien sterk toe. Volgens de huidige inzichten zet de klimaatverandering in Nederland de komende eeuwen verder door, al zijn de omvang en het tempo van de verandering onzeker.

Hoeveel warmer het nog gaat worden, hangt af van de toekomstige concentratie van broeikasgassen in de lucht. Zelfs wanneer we de uitstoot van broeikasgassen drastisch weten te verminderen, is de aarde aan het eind van deze eeuw 0,3 tot 1,7 °C warmer dan nu. Als we geen emissiebeperkende maatregelen nemen, dreigt het aan het einde van deze eeuw 2,6 tot 4,8 °C warmer te worden (Milieu Centraal). Volgens onderzoekers is de tweegraden grens erg belangrijk. Bij een wereldwijde temperatuurstijging van meer dan twee graden zal het klimaat waarschijnlijk drastisch veranderen (Kinver, 2016).

Economische schade van opwarming van de aarde

Als we ons huidige productie- en consumptiepatroon aanhouden, dan zal de temperatuur rond 2045 al met twee graden zijn gestegen (WRI). Dit betekent dat er snel actie moet worden ondernomen om de concentratie van broeikasgassen omlaag te brengen. Door het gebrek aan urgentiegevoel in veel landen is dit een moeilijke opgave. De nodige investeringen nu zijn namelijk hoog, terwijl we de positieve gevolgen ervan grotendeels pas in de toekomst merken. Daar staat tegenover dat de mogelijke schade van de klimaatverandering tot nog veel hogere kosten kunnen leiden wanneer de transitie geen snelheid maakt. Diverse onderzoeken laten zien dat we de wereld opzadelen met aanzienlijke financiële, ecologische en sociale kosten als we niets doen aan de uitstoot van broeikasgassen (Carey, 2011). De directe financiële gevolgen zijn bijvoorbeeld schade aan of volledig mislukte oogsten door extreem weer. Het ecosysteem is complex en ander klimaat leidt tot het uitsterven van diersoorten of het verspreiden van ziektes. De sociale impact van klimaatverandering is indirect. Mensen ontvluchten gebieden wanneer deze onleefbaar worden. Kortom, snelheid is nodig want elk jaar dat de reductie van broeikasgassen wordt uitgesteld zorgt voor meer klimaatschade in de toekomst.

Nederland is erg kwetsbaar voor de indirecte effecten van klimaatverandering op de langere termijn. Op dit moment beperken de kosten zich voornamelijk tot het managen van water (Deltaplan) en heeft de verzuring van de oceanen mogelijk een effect op de Nederlandse visserij. Wanneer Nederland niet snel meegaat met de duurzaamheidstransitie, kunnen de kosten echter verder oplopen. Landen en bedrijven die werken aan het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen zullen niet accepteren dat dit simpelweg leidt tot het verplaatsen van productie naar andere landen die wel veel uitstoten. Het is dan ook logisch dat er steeds meer duurzaamheidseisen worden gesteld aan onze export. Als wij daar niet aan voldoen, ondergraaft dit onze concurrentiepositie. Daarnaast lopen we het risico duurzame innovaties te missen wanneer we blijven vasthouden aan oude systemen, waardoor de productieketens van de toekomst buiten Nederland liggen.

Klimaatverandering is een extra stress-factor bij allerlei wereldproblemen die toch al spelen, zoals waterschaarste, verlies van biodiversiteit en de voedseltekorten. Het ‘International Institute for Sustainable Development’ schat in dat er in 2050 ongeveer tweehonderd miljoen klimaat-vluchtelingen zijn (IISD, 2008). Zoals wij de afgelopen jaren hebben gemekt, hebben buitenlandse politieke en economische onrust snel impact op Nederland.

Waarom dit nieuwe kabinet een klimaatwet moet invoeren

Het invoeren van een klimaatwet zal de verduurzaming van Nederland versnellen door het huidige kabinet en toekomstige kabinetten te verplichten om werk te maken van verduurzaming. Daarbij is het voor de toekomstbestendigheid van Nederland belangrijk juist snel te verduurzamen en niet te blijven hangen in oude vervuilende systemen.

Het verminderen van de opwarming van de aarde is op de lange termijn een optimale oplossing. Omdat politici niet zitten te wachten op de nodige korte termijn investeringen, is het lastig om dit lange termijn doel te behalen. Door het wettelijk vastleggen van bepaalde korte termijn doelen, wordt het gemakkelijker om op de korte termijn te werken aan deze doelen.

Een klimaatwet voorkomt ook beleidsinconsistentie. Een kabinetsperiode duurt vier jaar en elk kabinet kan een ander beleid uitvoeren. Wanneer deze lange termijn doelen in een klimaatwet vastgelegd zijn, is het voor het volgende kabinet lastig om deze te veranderen, wat klimaatbeleid consistenter maakt. Een consistent beleid geeft een duidelijk kader voor lange termijn investeringen van huishoudens, bedrijven en de overheid zelf. Dat maakt het gemakkelijker om lange termijn investeringen te doen in bijvoorbeeld duurzame energie. Het wordt dan ook duidelijker dat bedrijven die vooral gestoeld zijn op een fossiele leest binnen niet al te lange termijn weinig meer zullen hebben aan hun kapitaalgoederen met verouderde technologie (i.e. stranded assets).

In beleidskringen is inmiddels wereldwijd onderkend dat de hoeveelheid broeikasgassen moet afnemen om klimaatverandering te beperken (IPCC, COP21, COP22). Deze internationale erkenning voor klimaatverandering is de basis geweest van het klimaatakkoord (Paris agreement) en de snelle ratificering ervan door 159 landen (VN, 2017). Tijdens de Klimaattop in Parijs in december 2015 hebben landen zich gecommitteerd aan maatregelen die de opwarming van de aarde beperken tot 1,5 graad ten opzichte van pre-industrieel niveau (VN, 2015). Dit is op dit moment nog lang niet binnen bereik. De plannen die voor de top zijn ingeleverd (de zogenaamde Intended National Determined Contributions, ofwel INDC’s) zijn niet toereikend, want ze leiden naar verwachting tot een gemiddelde temperatuurstijging van 2,7 tot 3 graden Celsius. Maar het is inmiddels wel zo ver dat bijna alle landen in de wereld, in meer of minder mate, werk maken van het bestrijden van broeikasgassen.

De energietransitie is al begonnen, of Nederland mee gaat of niet. Wereldwijd wordt steeds meer hernieuwbare energie opgewekt, in eerste instantie door flinke investeringen en subsidies door andere landen. Dit heeft bijgedragen aan technologische verbeteringen, waardoor zon- en windenergie nu kunnen concurreren met fossiele brandstoffen. Nederland moet zijn best doen om bij deze transitie richting deze ‘nieuwe economie’ aan te haken. We scoren binnen Europa erg laag en we zijn bezig het ‘vieste jongentje van de klas’ te worden. Onze doelstelling op het gebied van hernieuwbare energie (wind-, zonne- en biobrandstof-energie) is nog niet binnen bereik (figuur 2) en ook onze vermindering van uitstoot van broeikasgassen loopt achter (figuur 3).

Figuur 2: Nederland loopt achter op hernieuwbare energie doelstelling
Figuur 2: Nederland loopt achter op hernieuwbare energie doelstellingBron: Eurostat
Figuur 3: Nederland behoort tot de groep langzame verbeteraars
Figuur 3: Nederland behoort tot de groep langzame verbeteraarsBron: Eurostat, alle sectoren en indirecte CO2-uitstoot

Tweede Kamerleden Jesse Klaver (GroenLinks) en Diederik Samsom (PvdA) dienden in 2015een ambitieus klimaatwetsvoorstel in. Een ambitieuze doelstelling is mooi, maar heeft het risico dat deze niet bereikbaar is. Een grote kans op falen zal toekomstige kabinetten niet prikkelen om actie te ondernemen en juist de wet ondergraven. Zo dwong de rechtbank de Nederlandse Staat in 2015 om de uitstoot van broeikasgassen tot 2020 met minimaal 25 procent te doen afnemen ten opzichte van 1990. Zoals we in figuur 3 zien, wordt dit erg lastig en het is maar de vraag of dit haalbaar is. In een wet zou daarom een minimale inspanning moeten worden verplicht waar kabinetten op kunnen worden aangesproken. De haalbaarheid van de inhoud van deze wet is daarom minstens zo belangrijk.

De klimaatwet moet de kaders zetten voor een afname van de uitstoot van broeikasgassen. De wet hoeft geen concrete oplossing te bieden, de belangrijkste functie is om kabinetten te binden aan doelstellingen. Minder energiegebruik, verandering van het consumptiepatroon, het tegengaan van verspilling, verandering van de fossiele energiemix, meer hernieuwbare energie en vergroening zullen in de toekomst een (nog grotere) bijdrage moeten leveren aan de verduurzaming van Nederland. Maar het vastleggen van de details van al deze maatregelen in een klimaatwet zelf is niet doeltreffend omdat de discussie over hoe de doelstellingen kunnen worden bereikt veel ingewikkelder en politieke gevoeliger is dan het overeenkomen welke klimaatdoelstelling moeten worden behaald. Om de prikkel om te verduurzamen nog sterker te maken, zouden deze klimaatdoelen opgesplitst kunnen worden in de klimaatwet per broeikasgas of per sector. Kaders voor mogelijke toekomstige investeringen worden dan duidelijker.

Conclusie

Een klimaatwet kan het huidige kabinet en toekomstige kabinetten binden aan het behalen van klimaatdoelstellingen. Het zorgt ervoor dat een groot probleem dat niet urgent lijkt toch elk jaar op de beleidsagenda staat. Het draagt ook bij aan het voorkomen van zwabberbeleid, waarbij huishoudens en bedrijven steeds geconfronteerd worden met veranderende doelstellingen die investeringen in verduurzaming moeilijker maken.

Delen:
Auteur(s)

naar boven