RaboResearch - Economisch Onderzoek

Instellingen en studenten in het mbo moeten arbeidsmarkt serieuzer nemen

Column

Delen:

Verschenen in het Financieele Dagblad, 29 augustus 2017
Dit is een verkorte versie van de special 'Naar een betere bekostiging van het mbo'

Aanbod van en vraag naar opleidingen passen zich slecht aan bij kansen op een baan

Het middelbaar beroepsonderwijs speelt een belangrijke en onmisbare rol op de arbeidsmarkt. Bijna 42,5% van de beroepsbevolking is middelbaar opgeleid. Tegelijk zijn middengroepen kwetsbaarder geworden. Door globalisering en technologisering is de arbeidsmarkt dynamischer geworden en het aandeel banen in het middensegment daalt. De veranderende arbeidsmarkt vraagt van middelbaar opgeleiden een groot aanpassingsvermogen.

Daarbij zouden mbo-instellingen een belangrijke rol moeten spelen. Nu doen zij dat onvoldoende. Het opleidingenaanbod van mbo-instellingen is niet responsief genoeg: het past zich te langzaam aan de vraag op de arbeidsmarkt aan. Het gevolg is dat te veel mbo-studenten worden opgeleid voor een baan die er niet is. Dat is maatschappelijk gezien niet acceptabel.

Er is wetgeving die het aanbod van mbo-opleidingen responsiever moet maken. Die is begin 2015 aangescherpt, maar dat werkt onvoldoende. De minister erkent dit in de OCW-begroting voor 2017. De lat ligt ook in de aangescherpte wet erg laag. Er is niet voldaan aan de zorgplicht arbeidsmarktperspectief als 30% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding niet binnen anderhalf jaar na afstuderen een baan heeft gevonden. Uitgaande van het niveau van de opleiding ligt de lat nog een stuk lager, bij 50% of meer. Ook de rest van de wet zet de prikkels voor mbo-instellingen niet genoeg op scherp. Zelfs nu de economie groet en de werkloosheid sterk is gedaald, zijn er opvallend veel opleidingen met de kwalificatie geringe of matige baankans. In elke arbeidsmarktregio zijn er minimaal 50 opleidingen met die kwalificatie voor de jaren 2018-2021.

Er zijn twee manieren om het aanbod van mbo-instellingen daadwerkelijk responsief te maken: (1) instelling van een vooraf vastgesteld beperkt aantal studenten voor opleidingen met een slecht arbeidsmarktperspectief en (2) aanpassing van het bekostigingsmodel. Een numerus fixus is in de praktijk al mogelijk en wordt soms al wel toegepast, maar heeft op landelijk niveau nog niet het gewenste effect. Daarom moet bekeken worden waarom een numerus fixus in het mbo zo mondjesmaat wordt ingezet en moeten eventuele knelpunten aangepakt worden. De grootschaliger inzet van numerus fixus is gemakkelijker dan aanpassing van het bekostigingsmodel.

Tegelijk is het probleem zo groot dat ook aanpassing van het bekostigingsmodel aan de orde is. Dat kan door ten minste twee variabelen in het bekostigingsmodel te differentiëren naar baankansen, namelijk de diplomawaarde en de prijsfactor van de opleiding. De baankansen per opleiding zijn beschikbaar bij de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

De te langzame aanpassing van het aanbod aan de vraag op de arbeidsmarkt heeft ook te maken met institutionele barrières. Zo kan bij sluiting van een opleiding met slechte arbeidsmarktperspectieven het probleem ontstaan dat docentenformaties ook niet ‘responsief’ blijken te zijn. Docenten zouden tijdig in de gelegenheid gesteld moeten worden en geprikkeld moeten worden om zich om te scholen. Op dit moment zijn er beperkte prikkels voor docenten om ‘bij te blijven’.

Veel instellingen hebben geen effectief hr-beleid gevoerd. Daardoor wordt verouderde kennis van docenten te lang getolereerd. Het zou goed zijn als docenten net als studenten periodiek stage lopen om te ervaren wat er is veranderd wat betreft noodzakelijk vaardigheden en competenties. Verder beperken regelgeving en cao de instroom van docenten met actuele ervaring in het bedrijfsleven. Andersom is het ongebruikelijk dat mbo-docenten aan de slag gaan in het bedrijfsleven. Die onderlinge uitwisseling is juist voor een beroepsopleiding belangrijk.

De vraag is niet alleen waarom mbo-instellingen opleidingen met slechte arbeidsmarktperspectieven aanbieden, maar ook waarom studenten zich zo slecht informeren over de werkkansen van hun opleiding. Niet alleen het aanbod van, ook de vraag naar mbo-opleidingen past zich slecht bij arbeidsmarktkansen aan. Voor slechts één op tien studenten spelen arbeidsmarktvooruitzichten een rol bij de opleidingenkeuze. De verplichte studiebijsluiter wordt of niet uitgereikt door instellingen of niet gelezen door studenten. Ook bij studenten is een andere houding nodig: niet alleen kiezen wat leuk lijkt, maar ook de baankans ernstig meewegen. Dat kan worden gestimuleerd door korting op studiekosten te geven bij een keuze voor een opleiding met hoge baankans.

Delen:

naar boven