RaboResearch - Economisch Onderzoek

De almachtige dollar

Column

Delen:

De wisselkoers van de dollar staat dit jaar onder neerwaartse druk. Toch is de Amerikaanse valuta nog altijd heer en meester op de mondiale financiële markten. Er is namelijk niet echt een alternatief. Er zijn natuurlijk veel meer valuta van naam, maar die zijn stuk voor stuk te klein om een rol van betekenis te spelen op het wereldtoneel.

De wereldeconomie heeft van oudsher baat gehad bij het gebruik van een wereldvaluta. Vooral bij het afwikkelen van internationale transacties en het handelen in grondstoffen is een wereldmunt erg plezierig. In een lang verleden kende de wereld de gouden Solidus. Uitgegeven door het Byzantijnse Rijk, maar in heel Europa in gebruik. De Gouden Eeuw zag de opkomst van de gulden, gedekt door de Amsterdamsche Wisselbank. Gedurende de Gouden Standaard (1873 – 1914) draaide de wereldeconomie niet zozeer op het goud, maar op het Britse pond Sterling. Na de Tweede Wereldoorlog nam de dollar de rol van het pond over als sleutelvaluta binnen het stelsel van Bretton Woods. Daarin waren alle deelnemende munten via de dollar aan het goud gekoppeld. Dat was althans de gedachte. Toen de Amerikanen de band tussen de dollar en het goud doorsneden, draaide de wereld kortstondig op een papieren dollarstandaard (1971 – 1973). Daarna ging ieder land zijns weegs.

Maar de dollar is tot op de dag van vandaag de dominante internationale valuta. De munt is verreweg de grootste als reserve-, beleggings- en transactievaluta. De euro is een goede tweede, maar is nog steeds een kleintje in verhouding tot de dollar. Andere valuta, zoals het Britse pond, de Japanse yen en de Zwitserse frank zijn nog weer veel kleiner. En de Chinese renminbi, toch de munt van één van de grootste economieën ter wereld, is op dit moment nog een financiële dwerg. Het politiek gemotiveerde IMF-besluit om de Chinese munt toe te laten treden tot de SDR-mand doet hier niets aan af. Als het om het mondiale belang van de valuta was gegaan, had het IMF op dit moment beter de Zwitserse frank dan de renminbi in de SDR-mand kunnen opnemen. Wel is duidelijk dat de renminbi op de lange termijn een veel grotere valuta kan worden.

Gewoonlijk is de wereldmunt de nationale valuta van de in economisch, politiek en militair opzicht dominante wereldmacht op dat moment. Het land dat de munt uitgeeft heeft een belangrijk privilege: het kan vrijwel onbeperkt geld uitgeven. Maakt het land schulden in het buitenland, dan kan het die in de eigen munt financieren. Als de munt dan in waarde daalt, verbetert de internationale vermogenspositie, zoals elders uitgelegd. Dat gaat goed zolang de rest van de wereld de munt als wereldmunt blijft gebruiken.

Als hoeder van een mondiale reservevaluta is een land ook in hoge mate verantwoordelijk voor de mondiale financiële stabiliteit. Raakt het land het genoemde privilege kwijt, dan wordt het een ‘gewoon’ schuldenland en neemt een andere munt die rol over. Toen het Britse Rijk na twee wereldoorlogen financieel en economisch uitgeput was, stonden de VS al in de coulissen te wachten om de dollar de rol als ankervaluta van het pond over te laten nemen.

Tegenwoordig is het anders. De VS zijn economisch en politiek lang niet meer zo dominant als in 1945. De rol van de dollar in de wereldeconomie is op dit moment veel groter dan de Amerikaanse positie op het wereldtoneel rechtvaardigt. Maar bij gebrek aan een opvolger is de positie van de dollar onbedreigd. Het verleden heeft al meerdere malen laten zien dat het Amerikaanse landsbelang prevaleert als dit op gespannen voet staat met de verantwoordelijkheid voor de mondiale stabiliteit. Ook nu is het zo dat de Amerikanen hun internationale vermogenspositie kunnen verbeteren door depreciatie van de dollar.

De dollar heeft in de loop der decennia veel mismanagement van Amerikaanse zijde doorstaan. Het doorsnijden van de link tussen de dollar en het goud, wat het opblazen van het Bretton Woods stelsel betekende, heeft de positie van de dollar niet echt aangetast. De nog vers in het geheugen liggende Grote Financiële Crisis, die zijn oorsprong vond in Amerikaanse rommelhypotheken, heeft evenmin veel impact gehad op de dominante rol van de dollar. Zelfs een President als Trump in het Witte Huis lijkt nauwelijks schadelijk te zijn voor de dollar. Zolang China niet, bij wijze van sanctie, zijn deviezenvoorraad omzet van dollars in euro’s, hebben de Amerikanen niet zoveel te vrezen. En zo’n sanctie zou vooral voor China zelf een hele dure grap zijn.

Houd er dus maar rekening mee dat schokken vanuit het land van de ‘almachtige dollar’ ook in de toekomst nog tot de nodige mondiale rimpelingen zullen leiden. Nederland is een van de grootste investeerders in de VS. Ons land is daardoor relatief gevoelig voor dergelijke schokken. Dus als u weer eens in de krant leest dat Nederlandse bedrijven zijn getroffen door ‘zware valutaire tegenwind’, dan kent u nu de achtergrond. Zoals de Amerikanen het in 1971 bij het doorsnijden van de band met het goud zelf al eens formuleerden: “The dollar is our currency, but is your problem”. In die situatie is, als puntje bij paaltje komt, niet veel veranderd.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 66617

naar boven