RaboResearch - Economisch Onderzoek

Brexit: wat we kunnen leren van Michelle Obama

Column

Delen:

Deze week wist opeens iedereen weer wat Gibraltar is. Een Brits territorium op het Iberische schiereiland. Een stukje Verenigd Koninkrijk (VK) dus, waar Spanje aanspraak op maakt. En volgens de voormalige Conservatieve leider Lord Howard is het een stukje VK dat Theresa May zal willen verdedigen ‘zoals Margareth Thatcher de Falklandeilanden verdedigde’. De krantenkoppen logen er niet om. Oorlogstaal! Wat verkoopt er beter?

Aanleiding voor dit staaltje bravoure van Engelse kant was een passage in de afgelopen vrijdag uitgebrachte (concept)richtlijnen voor de positie van de EU in de Brexit-onderhandelingen. Daarin liet de EU zien dat het zich achter Spanje zal scharen waar het Gibraltar aangaat. De Spanjaarden reageerden overigens vrij beheerst op Lord Howards uitlatingen. Maar ze dienden deze week het VK wel een andere opmerkelijk getimede steek toe: minister van Buitenlandse Zaken Alfonso Dastis stelde dat Spanje een eventueel Schots verzoek voor toetreding tot de EU niet zal blokkeren. De Spaanse vrees dat Schotse onafhankelijkheid als voorbeeld zou dienen voor een onafhankelijk Catalonië is kennelijk overwonnen.

Het is nog geen week geleden dat Theresa May de Brexit officieel in gang zette , en de emoties laaien al hoog op. Zoals ook in de afgelopen maanden regelmatig het geval was. Premier May doet haar best om een constructieve toon te zetten. Maar ze heeft niet alle betrokkenen aan Engelse zijde in de hand. Ook aan Europese kant laten verschillende belangen zich gelden, soms zelfs op dreigende toon. Met als resultaat dat de steken over en weer regelmatig doen denken aan de vileine sfeer tijdens de meest recente Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Dat betrokkenen en belanghebbenden zich af en toe laten meeslepen door hun frustraties is misschien begrijpelijk in het licht van de grote belangen in de Brexit-onderhandelingen. Maar behulpzaam is het niet. Zowel het VK als de EU heeft belang bij een ordelijke scheiding. Natuurlijk, voor het VK is de EU een vele malen grotere afzetmarkt dan andersom (zie The Brexit starting shot has sounded (figuur 2). Maar het VK is als handelspartner niettemin een grote partij voor de EU. En voor Nederland geldt dat in nog sterkere mate: de handel met het VK is goed voor 2,3 procent van het Nederlandse bbp. Belangrijker nog is dat een Brexit zonder goede transitie-overeenkomst leidt tot enorme onzekerheid voor burgers, bedrijven en financiële markten. Een dergelijke ‘cliff-edge’ Brexit zou tot grote volatiliteit op de financiële markten kunnen leiden, zeker als het een last-minute-en-toch-nog-onverwachte uitkomst zou blijken. Daarbij heeft niemand belang.

Om tot een ordelijke scheiding te kunnen komen, is een ordelijk proces nodig. Waarin partijen zich inspannen om zich in te leven in elkaars positie, en te zoeken naar mogelijke oplossingen die voor beide kanten acceptabel zijn. Dat begint bij het tonen van respect. En daarin kunnen we iets leren van Michelle Obama; in het heetst van de Amerikaanse verkiezingsstrijd reageerde zij op de neerbuigende en agressieve toon van toen-kandidaat Trump tegen Clinton met de woorden: ‘When they go low, we go high!’ Dit moreel appèl zouden alle betrokkenen bij de Brexit-onderhandelingen zich ook mogen aanrekenen. Voor een ordelijk proces met een ordelijke uitkomst, in ons aller belang.

Delen:
Auteur(s)
Ester Barendregt
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 - 21 52312

naar boven