RaboResearch - Economisch Onderzoek

Groei Britse economie in derde kwartaal is uitstel van malaise

Themabericht

Delen:
  • De Britse economie groeide in het derde kwartaal van 2016 met 0,5 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor
  • Hoewel dit een afzwakking is ten opzichte van de groei in het tweede kwartaal (0,7 procent), bleef de groei op peil in het eerste kwartaal na het EU-referendum over de Brexit
  • De Britse economie heeft waarschijnlijk geprofiteerd van de binnenlandse bestedingen en het zwakke pond
  • Maar voor de komende kwartalen verwachten we dat de economische groei afzwakt vanwege een lagere binnenlandse vraag
  • Op lange termijn kan een afname in de vrijhandel met de EU en derde partijen als gevolg van de Brexit tot economische schade leiden 

Britse economische groei blijft op peil na Brexit-stem

De Britse economie groeide volgens de eerste inschatting van het Britse statistische bureau in het derde kwartaal van 2016 met 0,5 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Hiermee bleef de groei op peil in het eerste kwartaal na het referendum waarin de Britten voor uittreding uit de EU hebben gestemd (Brexit). De groei werd volledig gedragen door de dienstensector, die met 0,8 procent groeide ten opzichte van het kwartaal ervoor en daarmee 0,6 procentpunt bijdroeg aan de BBP-groei (figuur 1). Hiermee compenseerde de groei in de dienstensector de krimp in de landbouw (-0,7 procent), de bouw (-1,4 procent) en de industriële productie (-0,4 procent).

Figuur 1: Britse economische groei blijft op peil
Figuur 1: BBP-groei naar sectorenBron: Macrobond, ONS

Hoewel een directe economische schok na het referendum is uitgebleven, verwachten we dat de Britse economie steeds meer schade zal ondervinden van de Brexit-stem.[1] Ten eerste is dit groeicijfer al een vertraging ten opzichte van het tweede kwartaal, toen de Britten een groei van 0,7 procent (k-o-k) lieten noteren. Voor de komende kwartalen verwachten we dat de binnenlandse vraag verder onder druk zal komen te staan doordat de bestedingen van huishoudens -de traditionele groeipijler van de Britse economie- waarschijnlijk minder hard zullen groeien. Daarnaast zullen bedrijven naar onze verwachting minder investeren. We verwachten daarom een afzwakking van de economische groei in het laatste kwartaal van 2016 en in 2017. Op lange termijn kan een afname in de vrijhandel met de EU en derde partijen als gevolg van de Brexit tot economische schade leiden. Temeer omdat de functie van Londen als financieel centrum op het spel staat bij verlies van de financiële-dienstenpaspoorten.

Voettekst
[1] In ons basisscenario wordt Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon in het eerste kwartaal van 2017 ingeroepen. Dit is in lijn met de uitspraken van Theresa May. De kans bestaat echter nog steeds dat dit eerder of later gebeurt, of zelfs dat de Brexit uiteindelijk niet doorgaat.

Britse exporteurs profiteren van het goedkope pond

De depreciatie van het Britse pond als gevolg van de stem voor Brexit heeft gunstige gevolgen voor de concurrentiepositie van Britse exporteurs (figuur 2). Volgens de inkoopmanagersindex (PMI) van Markit is het aantal nieuwe inkomende exportorders in de maakindustrie in september sinds januari 2014 niet meer zo hard gestegen.

Figuur 2: Pond is fors in waarde gedaald
Figuur 2: Pond is fors in waarde gedaaldBron: Macrobond, Rabobank

De combinatie van onzekerheid over de toekomst van de handelsrelatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU en het aanzienlijke tekort op de lopende rekening (5,4 procent van het BBP in 2015) kan ertoe leiden dat het pond nog verder devalueert. Daarnaast bestaat de kans dat de Britse centrale bank (BoE) volgend jaar het monetaire beleid verder verruimt. Dit alles zal de economische activiteit op korte termijn ondersteunen.

Box 1: Het pond is sterk gedeprecieerd

Nadat er op 23 juni voor Brexit was gestemd, daalde het pond fors in waarde ten opzichte van de dollar en de euro (figuur 2). Begin oktober maakte het pond een nieuwe duikvlucht, nadat de Britse premier Theresa May in een speech aangaf dat ze Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon voor het einde van maart 2017 zal inroepen. Inmiddels is de pond 18 procent gedaald ten opzichte van de dollar en 14 procent ten opzichte van de euro. Met het inroepen van Artikel 50 zullen de Brexit en de bijbehorende onderhandelingen officieel van start gaan. May benadrukte tijdens deze speech ook dat vrijheid van immigratiebeleid belangrijk zal zijn tijdens de onderhandelingen met de EU. Dit zou kunnen betekenen dat de Britten bereid zijn om volledige toegang tot de Europese interne markt op te geven voor vrijheid van immigratiebeleid (ook wel een ‘harde’ Brexit genoemd). Momenteel heeft er namelijk geen enkel land volledige toegang tot de Europese interne markt, zonder ook te voldoen aan het vrije verkeer van personen. Deze onderhandelingspositie van May kan tot grote economische schade leiden omdat vrijhandel met de EU op het spel staat (waaronder het behoud van de financiële-dienstenpaspoorten). 

Negatieve effecten krijgen langzaam de overhand

De negatieve bijwerkingen voor de Britse economie krijgen langzaam de overhand in de vorm van hogere inflatie, lagere investeringen, druk op de werkgelegenheid en lagere groei van de particuliere consumptie.

Het goedkope pond drijft de inflatie op

Figuur 3: Consumentenprijzen zullen waarschijnlijk verder stijgen
Figuur 3: Consumentenprijzen zullen waarschijnlijk verder stijgenBron: Macrobond

Het goedkope pond zorgt weliswaar voor concurrentievoordelen op de korte termijn, maar het heeft ook een opwaarts effect op de inflatie doordat geïmporteerde producten duurder zijn geworden. In de maakindustrie stijgen bijvoorbeeld de productiekosten van bedrijven die (intermediaire) goederen importeren (figuur 3). Omdat dit de winsten onder druk zet, zal een deel van deze extra kosten de komende maanden waarschijnlijk worden doorberekend aan consumenten, wat betekent dat de consumentenprijsinflatie zal stijgen.

 

Afname van de bedrijfsinvesteringen en werkgelegenheid onder druk

Figuur 4: De intentie van bedrijven om te investeren neemt af
Figuur 4: De intentie van bedrijven om te investeren neemt afBron: Macrobond, BoE, ONS, Rabobank

Lagere bedrijfswinsten zorgen er daarnaast voor dat de ruimte om te investeren (figuur 4) en om nieuwe werknemers aan te nemen afneemt. De intentie van bedrijven om dit te doen is in de afgelopen maanden afgenomen, onder meer vanwege de grote onzekerheid rondom de timing van de Brexit, de toekomstige handelsverdragen met de Europese Unie (en andere partijen) en de impact hiervan op de Britse economie. Bovendien zal de angst voor een ‘harde’ Brexit de investeringen nog verder ondermijnen, zeker van de binnenlandse en buitenlandse bedrijven die naar de EU exporteren. Voor het laatste kwartaal van 2016 en voor 2017 verwachten we daarom dat de bedrijfsinvesteringen zullen dalen en de werkgelegenheid onder druk zal komen te staan.

Ook huishoudens zullen de gevolgen van de Brexit-stem gaan voelen

Figuur 5: Consumentenvertrouwen is weer op hetzelfde niveau als voor het referendum
Figuur 5: Consumentenvertrouwen is weer op hetzelfde niveau als voor het referendumBron: Macrobond, GfK

In het derde kwartaal hebben huishoudens nog niet veel gemerkt van de economische gevolgen van de Brexit-stem. Sterker nog, de monetaire verruiming van augustus, waaronder de beleidsrenteverlaging, heeft de consumptie wellicht een duwtje in de rug gegeven. Waarschijnlijk zijn de huishoudbestedingen dus op peil gebleven. De ontwikkeling van het consumentenvertrouwen bevestigt dit beeld (figuur 5). In de maand na het referendum was er sprake van een sterke negatieve schok, maar in september was het consumentenvertrouwen alweer op het niveau van voor het referendum. Zoals gezegd, verwachten wij echter dat de inflatie zal stijgen en de werkgelegenheid de komende periode onder druk zal komen te staan. Dit heeft vervolgens negatieve consequenties voor de besteedbare inkomens van huishoudens. Tegelijkertijd zullen een lagere baanzekerheid en hogere prijzen het consumentenvertrouwen ondermijnen. Dit alles zal naar verwachting de groei van de private consumptie gaan drukken, met name in 2017. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven