RaboResearch - Economisch Onderzoek

Detailhandel en horeca profiteren van consumptiegroei in 2017

Themabericht

Delen:
  • In 2017 groeien de bouwnijverheid en de zakelijke dienstverlening het meest
  • De koopkrachtstijging is voordelig voor de horeca en de detailhandel
  • Sectoren die voornamelijk afhankelijk zijn van export groeien minder hard

De macro-economische verwachtingen werken op verschillende wijzen door naar de verschillende sectoren in de economie. Zo is de ene sector gebaat bij exportgroei, terwijl een andere sector het voornamelijk moet hebben van de bestedingen van huishoudens. Ook is rekening gehouden met de onderlinge verwevenheid van sectoren. Zo profiteert een sector die voornamelijk halffabricaten maakt bijvoorbeeld ook van de groei van een sector die de halffabricaten afneemt. In dit Themabericht leggen we meer in detail uit hoe de Sectorprognoses voor 2017 die we deze week publiceerden, tot stand zijn gekomen.

Verschillende afzetstructuren leiden tot verschillende sectorprognoses

We verwachten dat de Nederlandse economie in 2016 met 1,7 procent groeit en in 2017 met 1,5 procent (tabel 1). De exportgroei zal in 2016 en 2017 lager zijn dan in 2015. Dit komt door een groeivertraging bij de voor Nederland belangrijke handelspartners. We verwachten dat de consumptie in 2017 wel weer wat meer toeneemt door de koopkrachtstijging, waardoor het belang van consumptie in de economische groei toeneemt. Onze uitgebreide visie op de Nederlandse economie leest u in het meest recente Economisch Kwartaalbericht.

We hebben berekend hoe de verwachte economische groei in 2016 en 2017 wordt vertaald naar groei in de verschillende Nederlandse sectoren. Omdat economische groei wordt uitgedrukt als volumegroei van de toegevoegde waarde, drukken we de groeipercentages van de sectoren ook zo uit. Op die manier zorgen we ervoor dat de groei van alle sectoren optelt tot onze verwachte groei van het bbp-volume. De toegevoegde waarde van een sector is de waarde van de omzet in die sector minus de waarde van goederen en diensten die tijdens de productie zijn opgebruikt. Met volumegroei van de toegevoegde waarde bedoelen we de groei van de toegevoegde waarde waarbij we uitgaan van gelijkblijvende afzetprijzen. De volumegroei van de omzet kan in lijn liggen met de volumegroei van de toegevoegde waarde, maar deze kunnen ook verschillen. Indien de verbruikskosten van een sector namelijk toenemen, kan het zijn dat de volumegroei van de omzet hoger ligt dan de volumegroei van de toegevoegde waarde. In de detailhandel is sinds 2009 het tegenovergestelde het geval (figuur 1). 

Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Macroverwachtingen voor NederlandBron: CBS en Rabobank
Figuur 1: Volumegroei van toegevoegde waarde en omzet lopen niet altijd gelijk
Figuur 1: Volumegroei van toegevoegde waarde en omzet lopen niet altijd gelijkBron: CBS

De groei van een sector is onder meer afhankelijk van de ‘afzetstructuur’ van een sector. Bedrijven produceren producten en diensten en deze worden geconsumeerd of verbruikt door verschillende groepen. Zo kunnen de producten en diensten direct worden gekocht door consumenten of de overheid, maar ze kunnen ook worden geëxporteerd. Figuur 2 laat zien waar de producten en diensten van de verschillende sectoren in Nederland uiteindelijk terecht komen. We spreken hier over ‘uiteindelijk’, omdat het ook kan zijn dat een product of dienst niet direct bij de eindgebruiker terecht komt. Een bedrijf kan bijvoorbeeld bepaalde halffabricaten maken en deze vervolgens verkopen aan een ander bedrijf in Nederland. Dit bedrijf kan de halffabricaten verwerken tot eindproducten en deze vervolgens bijvoorbeeld exporteren. In dit geval is de producent van de halffabricaten uiteindelijk afhankelijk van de buitenlandse vraag. Sommige sectoren produceren vooral voor consumenten, zoals de detailhandel en horeca en recreatie, en andere sectoren, zoals de maakindustrie en de transportsector, zijn voornamelijk afhankelijk van export. De verschillende ‘afzetstructuren’ van sectoren zorgen ervoor dat onze macroprognoses (zoals de verwachting van consumptie- en exportgroei) tot uiteenlopende sectorprognoses leiden (tabel 2).

Figuur 2: Gebruikers van de sectorale productie
Figuur 2: Gebruikers van de sectorale productieBron: Input-outputtabel 2014 CBS
Tabel 2: Sectorprognoses 2016 en 2017
Tabel 2: Sectorprognoses 2016 en 2017Bron: gerealiseerde data van CBS en voorspelling van Rabobank

Detailhandel en horeca profiteren van hogere consumptiegroei

De detailhandel en de horeca zullen profiteren van de toename van het reëel beschikbare inkomen in 2017. In 2016 sparen mensen nog een groot deel van hun extra inkomen of zij lossen bijvoorbeeld af op hun hypotheek. We verwachten dat huishoudens in 2017 een kleiner deel van hun extra inkomen sparen en weer meer gaan besteden. Ze zullen meer geld uitgeven aan de detailhandel en horecadiensten, waardoor deze sectoren in 2017 zullen groeien met 2,5 en 2,4 procent.

De detailhandel is voor 90 procent afhankelijk van de consumptie van Nederlandse inwoners (figuur 2). Onder de detailhandel vallen zowel winkels in foodproducten, zoals versspeciaalzaken en supermarkten, als winkels in non-foodproducten (zoals meubels, kleding en boeken). Sinds 2014 groeit zowel het volume van de toegevoegde waarde als dat van de omzet in de detailhandel, na een aantal jaren van krimp (figuur 1). Deze groei komt misschien niet helemaal overeen met het heersende beeld van de detailhandel. Dit beeld wordt vaak gevormd door toenemende leegstand in steden en de faillissementen van een aantal bekende winkels, zoals de V&D, Macintosh en MS Mode. Blijkbaar compenseren groeiende bedrijven de verliezen van de slechtlopende winkels. Daarnaast verkopen winkels in toenemende mate producten online. Dit is niet direct in het straatbeeld zichtbaar. Het CBS houdt sinds 2014 de ontwikkeling van onlineverkopen van de detailhandel bij. Het gaat hier zowel om pure webwinkels (zoals bol.com) als fysieke winkels die daarnaast een webwinkel hebben. Figuur 3 laat zien dat de waarde van de omzet uit verkoop via internet de afgelopen twee jaar flink is toegenomen. Toch is de omzet uit online verkopen nog beperkt, zo blijkt uit een onderzoek van het CBS. In 2015 verdiende de totale detailhandel (dus zowel food- als non-foodwinkels) ongeveer 7 procent van de totale omzet door verkopen via internet. Recentere data is er helaas niet.

Figuur 3: Online omzet neemt flink toe
Figuur 3: Online omzet neemt flink toeBron: CBS

De horeca is voor ongeveer 80 procent van haar omzet afhankelijk van uitgaven van consumenten die in Nederland wonen. Het overige deel betreft buitenlandse bezoekers, zoals toeristen en zakenreizigers. We verwachten dat huishoudens in Nederland in 2017 meer gebruik maken van horeca, zoals overnachtingen, restaurants en andere recreatievormen, waardoor deze sector zal groeien met 2,4%. 

Industrie en transport krijgen last van lagere exportgroei

De industriesector bevat onder meer de voedingsmiddelen-, textiel- en elektrische apparatenindustrie en is gemiddeld voor ongeveer 75 procent van zijn omzet afhankelijk van de buitenlandse vraag (figuur 2). De chemische industrie en de basismetaalindustrie zijn de branches die het meest afhankelijk zijn van de export, respectievelijk voor 94 en 86 procent. We verwachten dat de Nederlandse exportgroei in 2016 en 2017 flink lager ligt dan de afgelopen jaren het geval was. Dit wordt veroorzaakt door lagere groei bij belangrijke exportpartners voor Nederland, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Lagere vraag naar producten zal de groei van de industriesector beïnvloeden. Ook de groothandel en de transportsector zijn voor het grootste deel van hun omzet afhankelijk van de buitenlandse vraag. We verwachten dat het volume van de toegevoegde waarde van deze sectoren daardoor minder hard zal groeien in 2017 dan in voorgaande jaren. 

De bouwnijverheid profiteert van de aantrekkende woningmarkt

Figuur 4: De bouwnijverheid heeft de grootste klap gehad na de crisis
Figuur 4: De bouwnijverheid heeft de grootste klap gehad na de crisisBron: gerealiseerde data van CBS en voorspelling van Rabobank

Het volume van de toegevoegde waarde van de bouwsector is in 2015 met 8,4 procent gegroeid. Voor 2016 verwachten we dat de groei in de bouwnijverheid met 7,5 procent doorzet. Onder de bouwnijverheid vallen zowel de algemene burgerlijke en utiliteitsbouw en de grond-, water- en wegenbouw als alle gespecialiseerde bouwwerkzaamheden zoals slopen, stukadoren en schilderen.[1] De bouwnijverheid heeft van alle sectoren in Nederland de grootste klap gehad na de crisis. In 2013 lag de productie in de bouw 25 procent onder het niveau van 2008 (figuur 4). De sector heeft veel baat gehad bij de aantrekkende woningmarkt in 2014 en 2015. De toename van het aantal verkopen van zowel bestaande woningen als nieuwbouwwoningen bezorgde deze sector meer bouwprojecten, maar ook meer werkzaamheden door verbouwingen. Voor 2017 verwachten we dat de bouwsector nog steeds groeit, maar in een iets lager tempo dan in 2015 en 2016. De woningnieuwbouw en werkzaamheden rondom nieuwbouw zijn belangrijk voor de groei van de bouwnijverheid. Het aantal bouwvergunningen voor nieuwe koop- en huurwoningen is sinds 2016 echter gedaald. Doordat realisaties van nieuwbouw over het algemeen twaalf tot achttien maanden duren, zal deze afname effect hebben op de groei van de bouwnijverheid in 2017.

Voetnoot
[1] Ongeveer de helft van de toegevoegde waarde van de totale bouwsector wordt gegenereerd door bedrijven die werkzaam zijn in gespecialiseerde werkzaamheden; een derde wordt gegenereerd door de algemene burgerlijke en utiliteitsbouw en projectontwikkeling en het overige deel betreft grond-, water- en wegenbouw.

Zakelijke dienstverlening groeit door

Figuur 5: De zakelijke dienstverlening wordt steeds belangrijker
Figuur 5: De zakelijke dienstverlening wordt steeds belangrijker Bron: CBS en Rabobank

De zakelijke dienstverlening is de laatste jaren flink gegroeid. We verwachten dat deze groei in 2017 doorzet en dat de volumegroei van de toegevoegde waarde van deze sector dan met 3,7 procent toeneemt. Onder de zakelijke dienstverlening vallen onder meer bedrijven in de ICT-dienstverlening, advocatenkantoren, accountants en reclamebureaus. De groei van de zakelijke dienstverlening is niet alleen een trend van de laatste jaren. Doordat de groei van deze sector de afgelopen twintig jaar hoger was dan de gemiddelde groei van de overige sectoren, maakt deze sector een steeds groter deel uit van de Nederlandse economie (figuur 5). De zakelijke dienstverlening wordt dus steeds belangrijker. De grootste bijdrage voor de groei van de zakelijke dienstverlening kwam van de uitzendbranche. Deze sector profiteert van vroeg-cyclisch herstel; bij een productiestijging worden namelijk vaak eerst flexibele krachten aangenomen, omdat bedrijven niet weten of de stijging van lange duur is. Daarnaast heeft de sector ook baat bij de verschuiving naar flexibele arbeid (zie Nederlandse bedrijven schakelen vaker uitzendbranche in). De toegevoegde waarde van werknemers die via een uitzendcontract in een bepaalde sector werken, wordt geregistreerd bij de uitzendbranche.

Delen:
Auteur(s)
Lisette van de Hei
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven